Wispelwey en Renes: furore bij het NedPho

Concert: Ned. Philh. Orkest o.l.v. Lawrence Renes m.m.v. Pieter Wispelwey, cello. Gehoord: 10/12 Concertgebouw Amsterdam. Herhalingen: 11, 12, 13/12.

Met dirigent Lawrence Renes en cellist Pieter Wispelwey treedt de nieuwste generatie Nederlands toptalent aan bij het Nederlands Philharmonisch Orkest en het is een groot genoegen te horen hoe serieus en gepassioneerd dit jeugdige tweetal de klassiek-romantische muziek is toegedaan.

Pieter Wispelwey is de solist in het Celloconcert van Dvorák, dat hier op de cd wordt vastgelegd. Maar ondanks zijn ambitieuze instelling lijkt Wispelwey's partij vaak voort te komen uit het orkest en dat is niet omdat Renes geen balans zou weten te scheppen. Renes houdt zich ver van gemakkelijke luidruchtigheid en creëert heel zorgvuldig met veelal rustige tempi een bijna kamermuzikale sfeer. Daarin zijn vooral de blazers bepalend voor het heldere klankbeeld dat Wispelwey dient als basis voor zijn weelderige lyrische toon, die echter nooit vet is.

Net als Renes dat doet bij het orkest, bouwt Wispelwey zijn slank, beweeglijk en gedetailleerd gespeelde partij op in contrasten van elegische zangerigheid en onstuimige resoluutheid, die nooit extreem zijn en die worden gepresenteerd met tal van nuances en gradaties. Het vervoerendst klinkt het Adagio, sereen zwevend begonnen en af en toe bijna tot stilstand komend om nog wat extra te genieten van deze exquise romantiek. De Finale is weer een expositie van het temperament dat Wispelwey maakt tot een van de fascinerendste podiumpersoonlijkheden.

Lawrence Renes (25), die in maart dit jaar al eens voor het Nederlands Philharmonisch Orkest stond en vlak daarna faam verwierf toen hij bij het Concertgebouworkest inviel voor de zieke Chailly, lijkt inmiddels alweer duidelijk gegroeid. Techniek en lef had hij al, nu gaat het om het artistieke belang van zijn werk.

Met gezag dirigeert Renes hier uit het hoofd Tsjaikovski's Vierde symfonie. Constant weet Renes met zijn geconcentreerde aanpak uit te stralen dat er op het podium echt iets bijzonders aan de hand is. Net als in Dvorák is hier de prachtig opgebouwde aanpak van Renes exact en attent, nooit globaal. De strijkers weten te kleuren, het pizzicato gespeelde Scherzo klinkt met veel reliëf en in de tumultueuze Finale - allegro con fucoco speelt hij inderdaad met vuur.