Welke broeder is mijn hoeder? (2)

In een tv-reclamefilmpje van Aegon-dochter Spaarbeleg zit een tevreden man die spaart tegen 4,5 procent rente. Naast hem staat een energieke meid die de kijkers voorhoudt dat meneer tegen 11,8 procent kan sparen wanneer hij deelneemt in een plan dat de premies belegt in een aandelenbeleggingsfonds. De man trekkebekt: weg tevredenheid. Einde film.

Spaarbeleg probeert zo een bekend verschil tussen beleggen en sparen - spaargelden lopen geen koersrisico's, beleggingen wèl - te verdoezelen. Of: een spaarsaldo blijft intact, tenzij de bank failliet gaat; de waarde van een belegging fluctueert met de koersen van de aandelen of andere waarden. Die 4,5 procent is een zeker gegeven, tot de rente verandert. De 11,8 procent is afgeleid uit de historische resultaten van het betrokken beleggingsfonds en biedt daarom geen garantie voor de toekomst.

Bovendien spelen kosten een rol. Wie een gulden stort op een spaarrekening, krijgt rente over die inleg. Spaarbeleg houdt 4 cent (4 procent) kosten per ingelegde gulden in, plus 0,8 procent per jaar over de (wellicht) stijgende waarde van de fondsdeelneming. Dat laatste percentage is dubbelop, want fondsbeheerder Aegon houdt al onder meer circa 0,4 procent in over diezelfde deelneming. Dat is terecht, omdat de beheerder verantwoordelijk is voor de beleggingen. Spaarbeleg doet daar niets aan, maar profiteert door het inhouden van 0,8 procent toch mee van een goed beursklimaat. Als die 0,8 procent wordt uitgedrukt in een percentage van de vaste jaarlijkse inleg, kan deze inhouding na verloop van jaren tot rond de 25 procent stijgen. Daar komt de 4 procent nog bij. Hoeder Spaarbeleg is hard voor de schaapjes.

Levert het meer op als men Spaarbeleg overslaat en belegt in een vergelijkbaar beleggingsfonds? Dat is niet vooraf vast te stellen, omdat het beleggingsplan de bekende belastingvrije uitkeringen van maximaal 57 duizend gulden (na minimaal 15 jaar looptijd) en 192 duizend (minimaal 20 jaar) biedt.

Een financiële analfabeet, volgens eigen zeggen, van 48 jaar uit Den Haag zoekt een onafhankelijke herder. Hij gaat over tien jaar in de VUT en wil voor die tijd een groter huis kopen. Hij benut alle fiscale vrijstellingen, spaart bij zijn baas, heeft een hypotheek van twee ton, ontvangt straks een goed pensioen en kan 15 duizend gulden per jaar sparen. Maar hoe?

De Hagenaar schrijft zijn situatie op een papiertje en vraagt de Rabobank en de ING Bank om raad. Bij de Rabo raakt hij in gesprek met een assurantie-adviseur, bij ING met een accountmanager. Dit is een interessante aanpak, want daardoor kan hij de werkwijze en oplossing van die deskundigen vergelijken en profiteren van hun ervaring.

Briefschrijvers en opbellers, dit even terzijde, mopperen vaak op de banken en vragen daarna om een lijst van de plaatselijke en onafhankelijke financiële planners. Zo'n lijst bestaat niet, er zijn zeer weinig onafhankelijken. Daarom is het, bij gebrek aan alternatieven, verstandig bij een bank, assurantiekantoor, belastingadviseur, boekhouder, pensioenadviseur of wie ook te beginnen. Zij zijn deskundig, maar niet altijd commercieel onafhankelijk. Vergelijking van enkele voorstellen levert nieuwe vragen en inzichten op en leidt vaak tot de juiste oplossing van een probleem.

De Hagenaar kan niet kiezen uit voorstellen van de bank, omdat de adviezen haaks op elkaar staan. De verzekeringsman heeft zich goed verdiept in de zaak en suggereert het geld te beleggen in goede aandelen die veelal onbelast stockdividend uitkeren. De Rabo verwacht daarbij een netto rendement van 8 tot 12 procent en wil ieder jaar een concreet beleggingsadvies geven. Op die manier heb je geen fiscaal vriendelijk beleggingsplan van Spaarbeleg of vergelijkbare aanbieders nodig. Wel probeert de Rabo de briefschrijver te bewegen de hypotheek op zijn huis met een ton te verhogen en de opbrengst extra te beleggen.

De ING komt met een lijfrenteverzekering van een verzekeraar uit de ING Groep, die over tien jaar een kapitaal uitkeert om de VUT aan te vullen, maar dat is de vraag niet. De offerte meldt een eerste lijfrente-aftrek over 1995 van 27 duizend gulden, hoewel niet zeker is of de inspecteur dit toestaat, gezien het ruime pensioen. Van dit bedrag wordt 2.400 gulden afgetrokken als premie voor een overlijdensrisicoverzekering, zonder dat die dekking echt nodig is.

Grootste nadeel van deze constructie is de contractuele duur, net als bij Spaarbeleg. Je moet de looptijd uitzitten om van het belastingvoordeel te profiteren. Wie voortijdig een huis wil kopen, met een zo lage mogelijke hypotheek, heeft niets aan een contract en kiest voor de vrijheid van zelf beleggen. Hoewel niet zeker is of de waarde daarvan op een top is, als het geld nodig is. Beleggen is niet hetzelfde als sparen.