Verzoening in schaatsbond is nog ver weg

AMERSFOORT, 11 DEC. Ard Schenk moet zaterdagochtend vroeg bij het uitzoeken van een geschikte stropdas blijkbaar precies hebben aangevoeld wat voor soort bijeenkomst de 113de bondsvergadering van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond (KNSB) zou worden. Op de stropdas van de kandidaat voor een nieuw dagelijks bestuur, die hij combineerde met een blauwe blazer, prijkte van hoog tot laag de frêle gestalte van Charlie Chaplin. De algemene ledenvergadering had alle ingrediënten van een slapstick.

Enkele honderden vertegenwoordigers van ijsverenigingen, van sponsoren en van de verschillende secties van de bond waren met name naar Amersfoort gekomen om een nieuw dagelijks bestuur te kiezen. Zover kwam het echter niet. Uit vrees dat de bond voor jaren in twee kampen zou uitvallen, werd besloten om voorlopig beide kandidaat-besturen van twee keer vijf leden samen te voegen. Uit hun midden moet de komende week een nieuw dagelijks bestuur van vijf mensen tevoorschijn komen.

Aanvankelijk ging vrijwel iedereen er nog van uit dat er in de loop van de middag een nieuw bestuur zou zijn. Minstens zo zeker was dat in dat geval ook ongeveer de helft van het gezelschap bitter teleurgesteld naar huis zou gaan. Dus sprak KNSB-voorzitter Karel Verbeek vooraf een paar stichtende woorden. Hij herinnerde aan een conflict binnen de bond dat in 1929 uitbrak en tot 1967 duurde, over trainingsfaciliteiten voor de langebaanrijders. Hij sprak de hoop uit dat het huidige conflict over het beleid van het huidige bestuur niet tot zo'n “burgeroorlog van veertig jaar” zou leiden.

De kampen waren aanvankelijk sterk verdeeld. De gewesten Drenthe, Friesland en Zuid-Holland hadden een dagelijks bestuur voorgedragen, wiens kandidatuur werd gesteund door het bondsbestuur. Een van hen, Jan Charisius, was de enige die zich herkiesbaar stelde. De gewesten Noord-Holland/Utrecht en Overijssel waren bang dat dit gezelschap, onder leiding van Wim Schenk, het oude beleid zou voortzetten en slechts een kloon van het zittende bestuur zou blijken. Beide gewesten produceerden een waslijst met klachten over het huidige KNSB-bestuur. Er deugde in hun ogen werkelijk niets van het beleid, dat gestoeld zou zijn op “onvoldoende besef van het schaatsen als Nederlands cultuurgoed”. Donderdag, twee dagen voor de bondvergadering, veegde het kandidaat-bestuur van Noord-Holland/ Utrecht en Overijssel, met onder anderen Ard Schenk, de vloer nog eens aan met het zittende bestuur en het concurrerende van de gewesten Drenthe, Zuid-Holland en Friesland.

De stemprocedure bleek zaterdag een obstakel voor de verkiezing van een nieuw bestuur. Het bestuur werd beschuldigd van grove onzorgvuldigheid bij het verzamelen en tellen van volmachten waarmee vertegenwoordigers van de ijsclubs moesten stemmen, anderzijds werd het bestuur door een van de sprekers “gevorderd” de stemming te laten doorgaan.

In dat laatste geval zouden de verliezers er alles aan doen, tot aan de rechter, de verkiezing ongeldig te laten verklaren, met alle negatieve publiciteit rondom de KNSB van dien, zo stelde Hans Brands van de sectie marathon in het vooruitzicht. Waarna de vergadering weer voor beraad werd geschorst, maar niet voordat de voorzitter een bemoedigend telegram, zojuist binnengekomen, van het koninklijk huis had voorgelezen.

De geest van Oranje waarde van vroeg in de ochtend tot laat in de middag over de bijeenkomst. Verscheidene sprekers hadden er op gehamerd een vergadering te houden die een koninklijke bond waardig was. Of de heren - vrouwen hebben in de kaders van de bond maar weinig in te brengen - elkaar alsjeblieft niet voor rotte vis wilden uitmaken. het scheelde maar weinig.

Tijdens de schorsing zochten vertegenwoordigers van beide kampen elkaar in een hoek van de zaal op, met als exponenten de gewesten Friesland en Noord-Holland/Utrecht. Hun suggestie om uit de impasse te komen, in elk geval voorlopig, werd door vergadering overgenomen. Beide kandidaat-besturen zouden tijdelijk worden samengevoegd.

Ondanks dit vredesverdrag van Amersfoort, bereikt bij een buitentemperatuur van één graad onder nul, zijn er nog geen tekenen die er op wijzen dat het “gesodemieter” binnen de bond op korte termijn verleden tijd zal zijn. Geen van de tien kandidaat-bestuursleden gaf enige blijk van enthousiasme over de geforceerde oplossing. Het heette een compromis te zijn, maar zelfs in die termen wilden zij op dat moment niet reageren. Toen beide kandidaat-voorzitters werd gevraagd zich aan de vergadering voor te stellen, viel er geen verzoenend woord. Leffert Oldenkamp, kandidaat van Noord-Holland/Utrecht en Overijssel, onderstreepte nog eens de kwaliteiten van zijn groep van vijf en spotte met de kwaliteiten van het huidige bestuur. Wim Schenk, die er fijntjes op wees dat hij nog niet zo lang geleden door anderen als een “megabestuurder” werd gezien, vond het blijkbaar ook nog iets te vroeg om de strijdbijl te verruilen voor de vredespijp; “Ik ben een voorstander van het harmoniemodel, maar ga het conflict niet uit de weg.”