Verdeling subsidies splijt genootschap van componisten

AMSTERDAM, 11 DEC. Het Genootschap van Nederlandse Componisten (Geneco) is uit elkaar gevallen. Zaterdag zijn twaalf componisten uit de ledenvergadering vertrokken, nadat een voorstel van het bestuur om de subsidiëring van componisten door het Fonds voor de Scheppende Toonkunst te veranderen was aangenomen met 59 tegen 34 stemmen.

Tot de componisten die opstapten behoorden Peter-Jan Wagemans, Joep Straesser, Wim Laman en Martijn Padding. Zij weten zich gesteund door in totaal 42 componisten, onder wie Otto Ketting, Klaas de Vries, Louis Andriessen, Theo Loevendie (die op dit moment voorzitter is van het Fonds), Tristan Keuris en Rob Zuidam, die geen van allen op de vergadering aanwezig waren.

Het voorstel van het Geneco volgt in grote lijnen een kritisch rapport over het functioneren van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst, een overheidsinstelling die subsidie geeft aan componisten. Die gelden worden verstrekt in de vorm van opdrachten, stipendia of meerjarige honoreringen (een vast inkomen, dat telkens voor drie jaar wordt gegarandeerd). Volgens het Geneco-bestuur gaat te veel van de 2,8 miljoen gulden die het Fonds jaarlijks heeft te besteden naar de meerjarige honoreringen en de stipendia. Het bestuur stelt daarom voor beide te vervangen door een opdracht-garantie regeling, waarin een duidelijke relatie bestaat tussen produktie en honorering.

Volgens de 42 componisten die nu uit het Geneco zijn gestapt, is het bestuursvoorstel, net als het eerdere rapport, onvoldoende onderbouwd met cijfers. Wagemans kwam daarom op de vergadering met een tweeledige motie: besluitvorming moet worden uitgesteld tot na de evaluatie van het Fonds-beleid door een onafhankelijk onderzoeksbureau; maar als door geldgebrek van het Fonds componisten die voldoen aan de kwaliteitscriteria uit de boot dreigen te vallen, dan moet er worden gekort op de meerjarige honoreringen. Deze motie werd verworpen. Daarentegen werd wel een motie aangenomen van componist Jo Sporck, die stelde dat de prioriteit bij de besteding van de Fonds-gelden absoluut moet liggen aan de kant van de losse opdrachten.

Wim de Ruiter, voorzitter van het Geneco, noemt het vertrek van de 42 componisten, over het algemeen prominente leden, “een aderlating.” Hij zou het slecht vinden als er twee verschillende organisaties ontstonden om de belangen van componisten te verdedigen.

Volgens Wagemans zijn de gebeurtenissen het gevolg van een te liberaal toelatingsbeleid van het Geneco. “Een muziekschoolleraar die af en toe liederen componeert die door een collega van hem worden uitgevoerd, kan lid worden. De vergadering van zaterdag werd bevolkt door mensen die alleen maar kwamen stemmen tegen de meerjarige honoreringen, het zijn voornamelijk componisten van wie nog nooit iemand heeft gehoord. Het Geneco is een vereniging van zondagscomponisten geworden.”

Jo Sporck vindt het weliswaar jammer dat componisten zijn opgestapt, maar voegt eraan toe: “Het lijkt me goed dat er een frisse wind door het Nederlandse muziekleven zal waaien. Anderen kunnen nu ook eens hun stem laten horen.” Volgens Sporck hebben sommige componisten hun status alleen maar te danken aan de meerjarige honorering.

Theo Loevendie, voorzitter van het Fonds, wacht het voorstel van het Geneco af. “We gaan kijken of er bruikbare elementen inzitten. Maar dat geldt ook voor suggesties van de kant van de uitstappers.” Volgens Loevendie is er tenminste duidelijkheid ontstaan doordat “een substantieel deel van het Geneco, en zeker niet het allerslechtste, te kennen heeft gegeven het beleid van het Fonds te steunen.”