Veelbelovende bezem door de sociale dienst

Het kan: een gemeenteambtenaar die een nota schrijft waarin geen voor buitenstaanders onbegrijpelijk jargon voorkomt. Een nota met als strekking: als jullie er geen zin in hebben, zoek dan maar elders een baan. De nota is bedoeld voor de medewerkers van de sociale dienst in Amsterdam, afkomstig van de directeur, H. Denijs. Hij moet die medewerkers rijp maken voor de gedachte dat het per 1 januari is afgelopen met het alleen verstrekken van uitkeringen. Vanaf die datum wordt alles anders: met de invoering van de nieuwe algemene bijstandswet krijgen mensen tijdelijk een uitkering en zijn ze verplicht om weer een betaalde baan te vinden waarbij de ambtenaren van de sociale dienst moeten helpen waar ze maar kunnen. Het rijk wil de komende jaren bijna vierhonderd miljoen bezuinigen op de sociale uitkeringen - veertig miljoen komt voor rekening van de gemeente Amsterdam. De hoogte van de uitkeringen zal niet worden aangetast, er wordt naar gestreefd zoveel mogelijk mensen uit de kaartenbak naar de arbeidsmarkt te begeleiden. “De nieuwe directie van de Sociale Dienst Amsterdam gaat werken aan de omslag van de huidige organisatie naar kwaliteit in de toekomst. We hebben veel mensen nodig die mee willen doen. We laten de mensen achter die geen zin hebben in al dat gedoe”, klinkt het waarschuwend.

De vooringenomen buitenstaander zal het schouderophalend lezen. Want wat is nou helemaal de Amsterdamse sociale dienst: een zootje ongeregeld, telefonisch slecht bereikbaar, arrogante medewerkers die ook nog eens een keer dossiers zoek maken. In haar laatste jaarverslag noemde de gemeentelijke ombudsman Nora Salomons 61 gedragingen van de dienst 'niet behoorlijk' - het strengste oordeel. Het totaal aantal klachten dat vorig jaar bij de ombudsman was binnengekomen bedroeg 281. Maar toch bespeurde zij een kentering ten goede, een opener communicatie, en door het invoeren van een interne klachtenregeling kunnen cliënten nu rechtstreeks hun gram halen.

Amsterdam telt 67.000 mensen die van een bijstandsuitkering leven. Een 55-jarige inwoonster van het stadsdeel Oud-West is koploopster: zij leeft al sinds 1966 van een uitkering. Voor haar zal de dienst straks weinig kunnen doen want veel kans op een baan heeft ze niet meer. Dat geldt volgens Denijs ook voor 40.000 andere uitkeringsgerechtigden omdat ze een opleiding hebben waar niemand op zit te wachten of omdat ze te oud zijn. Maar zijn dienst gaat zich werpen op zeker 25.000 cliënten. Denijs zegt niet: arbeid adelt, Denijs vindt dat het systeem betaalbaar moet blijven en er alleen moet zijn voor mensen die het echt nodig hebben. Dit lijkt een open deur, maar de praktijk gedurende de laatste decennia laat zien dat trekken van de sociale dienst bijna net zo normaal werd als ademhalen. Het aantal uitkeringsgerechtigden groeide en daarmee het aantal, vooral oudere, mensen dat in een maatschappelijk isolement terecht kwam. Niet alleen uit maatschappelijk en financieel oogpunt een overantwoorde zaak - geen stad kan het zich permitteren dat zoveel mensen langs de zijlijn staan.

Rest de vraag of het Denijs zal lukken. Amsterdam wil de komende vier jaar 10.000 banen scheppen. Of die allemaal zijn toegesneden op bemiddelbare cliënten in de kaartenbakken van de dienst, is de vraag. Maar als het hem alleen al zou lukken zijn ambtenaren om te turnen tot actieve jagers op werk, is dat al een huzarenstukje. En als het hem ook nog lukt de 300 miljoen gulden terug te krijgen van Amsterdammers die de dienst hebben opgelicht dan zou wethouder Ter Horst hem moeten vragen de nieuwe directeur van het Gemeente Vervoer Bedrijf te worden. Ook daar is een bezem hard nodig.

    • Anneke Visser