Vakbondsman Korteweg gaat naar Milieufederatie; 'Nog even en de NS is redelijk op orde'

Vijf jaar lang was Wim Korteweg het gezicht van de Vervoersbond FNV, als het om spoorwegen ging. Nu neemt hij afscheid. Vandaag was hij nog de hele dag bij het Tweede-Kamerdebat over de verzelfstandiging. Want de NS, die heeft zijn hart.

UTRECHT, 11 DEC. Het was in de nacht van 13 op 14 oktober. De volgende dag, zaterdag, zou de spoorwegpolitie het werk neerleggen. Maar niet alleen de spoorwegpolitie, ook de lokettisten dreigden met stakingen. Overal binnen de NS stak onrust de kop op. Wim Korteweg (39), eerste onderhandelaar voor de Vervoersbond FNV, kon er niet van slapen. “Op zo'n moment denk je: wat kan ik, wat kan Wim Korteweg nu doen? Dat voel je in je lijf.”

Tegen middernacht was hij eruit. Er moest een 'masterplan' komen. Hij zette zich achter zijn computer, draaide een A4-tje uit en belde de NS. Het was laat, maar, wist Korteweg: “het was de enige manier”. Zondagmiddag vergaderde de NS-directie over het voorstel van Korteweg, maandag volgde een persconferentie. NS en bonden kondigden aan dat ze 'op de hei' een plan gingen uitwerken ter beëindiging van de arbeidsonrust in het bedrijf. Een 'masterplan'.

Met het vertrek van Wim Korteweg naar de Gelderse Milieufederatie, waar hij directeur wordt, incasseert niet alleen de Vervoersbond FNV, maar ook de NS een gevoelige klap. Als geen ander dacht Korteweg de afgelopen jaren mee, toen de NS in een stroomversnelling van ontwikkelingen terechtkwam. Hij vindt: “De NS had zich als bedrijf niet genoeg ontwikkeld. Toen kwam er, begin jaren negentig, een enorme politieke druk om te veranderen, een externe kracht. Wat steeds was nagelaten, moest opeens in één klap gebeuren. Dat heeft mij beïnvloed. Ik ben mij gaan realiseren dat je strategisch moet denken. Dat je mee moet gaan in de hoofdstroom. Omdat je anders een verkrampte vakbond krijgt.”

Afkomstig uit een confessioneel arbeidersgezin op Flakkee (“Daar rijdt niet eens een trein, met treinen had ik eerst niks”), gesjeesd student in de politicologie, met als jaargenoot onder anderen Ad Melkert, nu minister, kwam Korteweg al snel in de vakbeweging terecht. Eerst, onder Ruud Vreeman, in de Industriebond FNV, vanaf 1985 bij de Vervoersbond, als regionaal bestuurder voor de spoorwegen. In 1991 werd hij eerste onderhandelaar. Parttime, want één dag in de week zorgt hij voor zijn twee kinderen.

Een jaar later had Korteweg zijn eerste grote staking, tegen verlies van ATV-dagen bij Infraservices. “Een defensieve staking”, zegt hij achteraf. “Infraservices wordt nu opgedeeld in drie aparte bedrijven, waarvan twee buiten de NS zijn geplaatst. Tel uit je winst.” Aan de andere kant: “Van die staking hebben beide partijen geleerd. Zowel wij als de NS. Want de NS had een bezopen plan, waar ze niet vanaf wilden.”

Toch legden de bonden de spoorwegen vorig jaar nog een keer plat, nu uit protest tegen het verlies van arbeidsplaatsen bij machinisten en conducteurs. Die staking had Korteweg willen voorkomen. “Je hebt in deze functie ook de verantwoordelijkheid om niet meteen een staking uit te roepen. Met de macht die je hebt, moet je voorzichtig omgaan.” Maar de directie geloofde niet in de cijfers van de bonden, die uitwezen dat er juist een tekort aan rijdend personeel zou komen. Het gelijk van de bonden bleek later.

Sinds het succes van de 'heide-gesprekken', die dankzij een complex aan afspraken de onrust inderdaad de kop indrukten, is Korteweg nu in het hele bedrijf bekend. Managers bellen hem om advies (“Ik denk wel eens: ik zou organisatie-tarieven in rekening moeten brengen”), ten afscheid gaat hij binnenkort dineren met de CAO-onderhandelaars van collega-bonden èn NS. Naar aanleiding van Kortewegs vertrek heeft de Vervoersbond FNV het fenomeen van de afscheidsreceptie nieuw leven ingeblazen.

Opvallend genoeg is binnen de bond weinig kritiek op het 'meedenken' van Korteweg gekomen. Toch zat dat gevaar erin. Immers, een vakbondsbestuurder die als het ware op de stoel van de raad van bestuur gaat zitten, is dat niet een verrader? “Het was inderdaad een risico. Maar ik heb steeds het lange-termijnbelang van onze leden voor ogen gehad. Op de lange termijn heeft niemand baat bij een slecht produkt, het bedrijf niet, maar het personeel ook niet. Dat kan ik de mensen wel uitleggen. Je moet je steeds afvragen: wat is het beste dat er nu kan gebeuren.”

Nu vraagt een enkeling soms waarom hij niet bij de NS gaat werken. De meesten weten echter dat het niet bij Korteweg zou passen. “Dan loop je tussen dezelfde mensen, maar in pak-en-das. De andere kant van de lijn, dat is niks voor mij. Het zou ook niet goed voor de bond zijn. Het is gewoon niet zuiver.” Werken bij de milieubeweging daarentegen is een oude droom. “Vroeger wilde ik bioloog worden. Dat is er niet van gekomen. Ik vind de milieubeweging net zo belangrijk als de vakbond. Werken aan een goede wereld. En ik wilde ook wel directeur worden, maar dan van een klein clubje.” Bij de vakbond kon hij niet langer blijven. “Laat ik het zo zeggen: mijn persoonlijke ontwikkeling ging sneller dan die van de bond. Daar kwam bij, dat het heide-overleg een soort hoogtepunt was. Daarna kon het alleen maar meer van hetzelfde zijn. Ik ben dankbaar dat ik dit werk heb kunnen doen, dat ik op deze plek gezeten heb, maar nu is het uit.”

Voor de toekomst van de NS is Korteweg niet bang. “De NS is op de goede weg. Nog even, en het bedrijf is redelijk op orde. Er zit nu een ander management dan voorheen. Mensen die ècht wat willen.” Slechts één gevaar rest nog: “het identiteitsprobleem”. “De NS was een nutsbedrijf, maar wordt nu commercieel. Daarvoor zijn managers binnengehaald die zeggen: 'het gaat ons om tien procent rendement, verder niks'. Daardoor hebben mensen het gevoel gekregen dat het belang van het grotere geheel is weggevallen. Je ziet nu dat er twee stromingen zijn, die met elkaar botsen. Ik denk dat de raad van bestuur het goede voorbeeld zou moeten geven. Een mix van zakelijkheid, èn uitstralen dat je het beste met het bedrijf voor hebt. Ik hoop dat dat lukt.”

    • Gretha Pama