Strenge aanpak van 'vakidioot' werpt vruchten af

Leraren genieten niet de status die ze vroeger hadden. Hun salaris blijft achter bij de inflatie en op feestjes maken ze met hun beroep geen indruk meer. Desondanks zijn er leraren die een hoge standaard nastreven en van hun leerlingen veel kennis en ijver eisen. Een profiel van een leraar Engels in Doorn, een perfectionist. “Hij gaat net zolang door totdat je het begrijpt. En hij verstaat geen Nederlands.”

De 31 havo-4 leerlingen in het lokaal Engels zijn doodstil. Niemand gaat in op het voorstel van Kees van Daalen: “Vrijwilligers voor een tien?” Hij laat zijn sleutelbos vallen op een naam. Een jongen met een baseball-pet op wordt het slachtoffer van een overhoring. Hij was vergeten de stof te leren. “Dom”, reageert Van Daalen met zachte stem. Na enkele moeizame pogingen wat kennis van Engelse begrippen bij de jongen te ontdekken, noteert hij een 1. Vanaf de verhoging voorin de klas kijkt hij om zich heen. “Wie wil wel een tien?” Stilte. “Nee, verkeerde klas, hè.”

Kees van Daalen (41) staat bekend als een strenge leraar, die van discipline houdt. Bij leerlingen èn leraren. Hij geeft sinds zeven jaar Engels op het Revius Lyceum (havo, vwo, gymnasium) in Doorn. De school behaalt jaarlijks bij het centraal schriftelijk eindexamen hogere cijfers dan het landelijk gemiddelde volgens het Cito (Instituut voor Toestontwikkeling). Vanaf de eerste dag dat van Daalen voor de klas stond, 17 jaar geleden, eiste hij volledige inzet en aandacht van zijn leerlingen. Wie zijn boek niet bij zich heeft, zijn huiswerk niet heeft gemaakt of op verkeerde momenten kletst, krijgt op een goede dag een ironische opmerking als blijk van afkeuring. Op een slechte dag mag hij het lokaal verlaten. Maar wie belangstelling toont voor 'passive verbs', Shakespeare en artikelen uit Time magazine, kan rekenen op Van Daalens tomeloze enthousiasme en grenzeloze geduld. Desnoods legt hij iets tien keer uit.

Van Daalen behoort in elk geval niet tot de grijze massa, vindt de rector van het Revius, Jan Gispen. Hij heeft hart voor zijn vak, wat tegenwoordig niet van elke leraar gezegd kan worden, zo vertellen collega's. Al zijn energie en creativiteit stopt hij in zijn werk. Volgens zijn collega Gerard Bosschaart, die meer dan veertig jaar les heeft gegeven, steekt van Daalen met kop en schouders boven de rest uit wegens zijn bevlogenheid, talent en inzet. Van Daalen werkt met Bosschaart aan het vervolg op het toonaangevende lespakket Engels voor middelbare scholieren, 'In Focus', van uitgeverij Meulenhoff.

De strenge aanpak werpt vruchten af. Inska (vwo 6) heeft er een eenvoudige verklaring voor: “Je móét gewoon je best doen bij hem, anders wordt hij boos. Je vliegt zo de les uit.” Volgens haar is het gemiddelde cijfer voor Engels in haar klas aanzienlijk gestegen sinds Van Daalen les geeft. “Hij gaat net zolang door totdat je het begrijpt. En hij verstaat geen Nederlands.” Voor Sophie (havo 5) is Van Daalen de leraar aan wie ze later zal terugdenken. “Hij is streng maar rechtvaardig”, zegt ze ernstig. “Als je je best doet, zegt hij voor de hele klas dat hij trots op je is.” Zo zou hij leerlingen die gewoonlijk een 2 halen, feliciteren wanneer zij een 5 hebben. “Je wìl je dus inzetten voor hem. Andere leraren zeggen: 'het is toch maar een 5'.”

Collega's noemen zijn strengheid perfectionisme. Hij bereidt zijn lessen goed voor, organiseert talloze Engelstalige activiteiten zoals toneeldagen en computercursussen en wil het beste uit elke leerling halen. Maar bij perfectionisme horen hoge verwachtingen. En die kunnen weleens tot frustraties leiden, zegt muziekleraar Hans Belderbos. Met Van Daalen begeleidt hij elk jaar een excursie naar Londen. “Kees kan kwaad worden als leerlingen zich niet aan afspraken houden.” Soms is die boosheid slechts een uiting van bezorgdheid, bijvoorbeeld wanneer leerlingen te laat komen opdagen op een afgesproken plek in Londen. Soms ook is het een kwestie van principes, zoals de overtreding van het drankverbod door leerlingen op de boot. “Een afspraak is een afspraak bij Kees. Als de schoolleiding het alcoholverbod zou opheffen, zou hij de bierconsumptie toestaan.”

Over Van Daalens hooggespannen verwachtingen van zichzelf en zijn leerlingen maakt de rector, Jan Gispen, zich licht zorgen. Hij is bang dat deze “uitgesproken persoonlijkheid” een keer knapt. “Ik vrees dat als er eens een echte teleurstelling komt, zijn knop plotseling omgaat en het licht dooft.” Zelf is Van Daalen niet bang overspannen te raken. Wel noemt hij zich een vakidioot. Naast 28 uur les per week, nakijkwerk, cursussen en een gezin met vijf kinderen, werkt hij ook dagelijks aan het lesboek voor Meulenhoff. Net als iedereen vraagt Gispen zich af waar Van Daalen de energie vandaan haalt. Zijn vrouw, Aty, weet het wel: “Hij houdt van zijn vak.” Hoezeer ze dat ook waardeert, ze zou hem graag wat vaker zien op een zaterdagavond of zondagmiddag. Dan zit hij meestal achter zijn computer.

Op het bord tekent Van Daalen een grote uier. Die lijkt. Intussen vraagt hij de klas in het Engels wat hier aan de hand is. “Det iz a cow”, zegt iemand. Maar wat gebeurt er met die koe? “She iz milked.” De lijdende vorm. “Hij wordt nù gemolken! The continuous please, young man.” De jongen aarzelt: “I thienk....” “O, je denkt weleens?”, zegt Van Daalen verbaasd. “...She is being milked.” Van Daalens hand gaat triomfantelijk de lucht in: “Ja! Zo komen we ergens!”

Van Daalen vermaakt zijn leerlingen, elke les opnieuw. Hij is droog, ad rem, spitsvondig. Bijna alles wat hij zegt heeft een ironische ondertoon. Bij de leerlingen die in de gratie zijn, maakt hem dat geliefd. De minder leergierigen zijn als de dood voor hem. Hij onderhoudt ze ook met gekke tekeningen op het bord en deelt soms zelfgetekende, didactische strips uit. Als 19-jarige begon hij politieke prenten te tekenen voor dagblad Trouw en weekblad Elsevier. Tot zijn verbijstering kreeg hij daar, zo'n 22 jaar geleden, vierhonderd gulden per prent voor. Dat zijn tekeningen bij zowel Trouw als Elsevier aansloegen, komt volgens Van Daalen omdat hij christelijk èn liberaal is.

De collega's met wie hij het meest samenwerkt, prijzen zijn creativiteit en gevoel voor humor. Muziekleraar Belderbos vertelt hoe een straattekenaar in Londen eens een karikatuur van Van Daalen begon te tekenen. Het slachtoffer van de spotprent haalde zelf papier en potlood tevoorschijn en tekende de tekenaar. De man wist niet wat hem overkwam.

Ook weet Van Daalen de verschillende standpunten in een discussie altijd geestig uiteen te zetten, zegt de rector. En discussies zijn er met hem genoeg geweest. Over de aanpak van de rondslingerende boterhamzakjes en plastic bekers in en rondom het schoolgebouw. Hij maakte van zijn ergernis geen geheim. Over zijn strenge aanpak van slecht presterende leerlingen en over het eindeloze streven van de school om een respectabel cijfergemiddelde te behalen. Dat streven heeft weleens geleid tot het 'opschroeven' van cijfers. Van Daalen vond dat niet terecht.

Hij is een man van principes. Als Van Daalen iets vindt, dan vindt hij dat, en is hij niet gemakkelijk van het tegendeel te overtuigen. “Je moet wel van goeden huize komen, wil je Kees in een discussie overhalen”, zegt Bosschaart, de auteur van het lesboek Engels 'In Focus'. Zo plaatsen collega's weleens vraagtekens bij de snelheid waarmee Van Daalen een oordeel over een leerling velt. De meesten zeggen een kind vrij lang het voordeel van de twijfel te geven. Wie een paar keer blijk heeft gegeven van gemakzucht, zal dat voordeel van Van Daalen niet snel meer krijgen. Maar de duidelijkheid en eerlijkheid, sommigen noemen het rechtlijnigheid, waarmee hij zijn standpunten volhoudt, worden ook gewaardeerd. Je weet bij hem altijd waar je aan toe bent. Ook zeggen collega's alles met hem uit te kunnen praten. Hij gaat een discussie nooit uit de weg en is achteraf niet rancuneus.

De Engelse les van 3 vwo (16-jarigen) begint met de bespreking van het huiswerk. De leerlingen mogen niet slechts het juiste Engelse woord opdreunen, maar moeten het beschrijven in het Engels en in een context plaatsen. Van Daalen wil dat zijn leerlingen niet een programma afdraaien, maar wéten wat ze zeggen. Hij wil dat de kennis blijft hangen.

Plotseling vraagt hij de klas: “What is the meaning of life?” Er klinkt wat onderdrukt gegiechel. Nee, ik meen het, in het Engels graag, zo moedigt Van Daalen ze aan. Een paar handen gaan omhoog, sommige leerlingen hebben hier al vaker over nagedacht. “To have fun”, oppert een jongen. Is dat alles? “Well, no, no.” Natuurlijk is er meer, weet hij. De discussie die volgt is een ernstige: zij gaat over luisteren naar elkaar, goed zijn voor anderen en terminale ziektes. De leerlingen vinden het prachtig. Zelfs hun diepste gedachtens moeten zij in het Engels verwoorden.

Dit is voor Van Daalen de lol van het lesgeven. Jonge mensen stimuleren na te denken, het liefst in het Engels. Hij wil dat zijn passie voor het Engels overslaat op elke leerling. Dat ze geïnspireerd raken, zoals de dag toen een klas voor hem de “prachtigste” gedichten schreef, in het Engels.

Een bijzondere sympathie koestert hij voor havo-leerlingen, omdat die onderaan de schaal van het Revius Lyceum zitten. Hij vindt het belangrijk dat zij zich waardevol voelen. “Ik zeg altijd maar 'Jullie worden het middenkader in de samenleving. En zonder een goed middenkader zijn we nergens'.” De mooiste beloning is nog als hij van oud-leerlingen hoort dat zij zijn aangenomen voor een baan, omdat hun Engels zo goed was.

Maar hij wil ook dat zijn leerlingen kennis vergaren, want dat is de basis, nodig voor de beheersing van een taal. Een collega die Nederlands geeft, Hans Lafeber, ergert zich vaak samen met Van Daalen aan de nadruk die tegenwoordig op communicatieve vaardigheden wordt gelegd, in plaats van op kennis. Ook Bosschaart betreurt het dat “ er zoveel water in de wijn is gedaan” in de huidige basisvorming op middelbare scholen. Natuurlijk is spreekvaardigheid belangrijk, zegt hij, maar beheersing van grammatica blijft noodzakelijk voor het opstellen van een goede brief. Lafeber: “Bij Kees staat kennis voorop. Hij heeft niet de attitude: als ze het maar kunnen opzoeken.”

Voorlopig kent Van Daalens bevlogenheid geen grenzen. Ook al wordt deze, tot zijn frustratie, niet beloond door de overheid. Van Daalen: “Alle beroepen waarvoor enig idealisme is vereist, zoals de verpleging of het onderwijs, vormen de sluitpost op de begroting.” Ongeïnteresseerde leerlingen kunnen zijn stemming soms ook grondig verpesten. Bijvoorbeeld als hij tot één uur 's nachts een toets heeft nagekeken en een leerling het nagekeken werk in ontvangst neemt en meteen verfrommelt. Zonder een blik op de correcties te werpen.

Een paar jaar geleden kreeg Van Daalen de kans bij een uitgeverij te werken. Dat vak had in zijn ogen een hogere sociale status dan het leraarschap, betaalde beter en vormde een uitdaging. Toch is hij leraar gebleven. Zijn passie voor de overdracht van kennis van het Engels en het contact met jonge mensen gaven de doorslag.

    • Frederiek Weeda