Regisseuse zoekt financiers voor Woodstock II-film

AMSTERDAM, 11 DEC. Barbara Kopple, de New-Yorkse regisseur van twee met een Oscar onderscheiden documentaires, is een bijzondere gast van het achtste International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). In navolging van onder meer Frederick Wiseman, de gebroeders Taviani en Bert Haanstra selecteerde ze op verzoek van IDFA haar tien favoriete documentaires, die door het festival deze week vertoond worden. Het vooral tot de 'direct cinema' behorende rijtje is niet zo verrassend. In plaats van een toelichting op haar keuze besloot Kopple dan ook gisteravond onaangekondigd iets veel spannenders te doen: op video toonde ze in het openbaar 35 minuten ongemonteerd materiaal uit vele honderden uren, die ze vorig jaar opnam voor en tijdens het Woodstockfestival 1994. De tweede Woodstockfilm zal in tegenstelling tot de eerste (geregisseerd door Mike Wadleigh in 1969) geen concertfilm worden. Kopple concentreerde zich op de achtergronden, zoals de weerstand van de omwonenden tegen de komst van duizenden ontaarde druggebruikers, het permanente hippiedom van de organisatoren van beide festivals en de beweegredenen van 'Generation X'. Ook filmde ze ten kantore van de aanvankelijk het project ondersteunende mediaconcern Polygram besprekingen over de hoeveelheid benodigde condooms, interviewde alle optredende artiesten met uitzondering van Bob Dylan en plaatste twee zogenaamde 'time-lapse'-camera's op het terrein die vier maanden lang onafgebroken de verandering in het landschap registreerden.

Het in Amsterdam aan de openbaarheid prijsgegeven materiaal is fascinerend, benadrukt de eerder in chaos dan in ideologieën gelovende instelling van de tweede Woodstockgeneratie en laat bij voorbeeld een halfnaakt meisje uitroepen dat ze hoopt dat haar kinderen het 'cool' zullen vinden dat hun moeder in Woodstock was. Daar zouden de fans van Joplin en Hendrix toch nooit aan gedacht hebben. Verbijsterend is de conclusie van Kopple dat niemand de montage van haar materiaal lijkt te willen financieren, terwijl de eerste Woodstock-film nog steeds de meest lucratieve documentaire aller tijden is.

Door het uitvallen van enkele Franse documentaires ten gevolge van de staking kreeg IDFA ruimte in het programma om surprisefilms te vertonen. Zo is dinsdagmiddag om half vier de verrassende videodocumentaire van Hedda van Gennep Zorgvlied, een begraafplaats aan de Amstel ingelast, die een paar weken geleden op de lokale Amsterdamse zender AT5 te zien was en te laat ingeschreven was voor officiële selectie door het festival. In een ontroerende, persoonlijke stijl portretteert Van Gennep de rustplaats van Annie Schmidt, Ischa Meijer en haar man Rob, maar bovenal de liefde en zorg van de vaste bezoekers en van de doodgravers. Een vrouw die een plekje voor zichzelf zoekt, wordt met eindeloos geduld van boom naar boom geleid, een jongetje dat zijn opa net begraven heeft bekent dat hij het ook heel spannend vond en het geluid van vliegtuigen lijkt steeds te verwijzen naar de nabijheid van de hemel. Een mooi ding, die documentaire, die vooral liefde voor het leven en respect voor een verguisd ambacht overbrengt.