Laatbloeister Geurts grossiert in zwemprijzen

EINDHOVEN, 11 DEC. De lange, blonde haren zijn nog nat. De blik in de ogen is open en vol verwondering. Kleine hapjes van een bruine boterham; mandarijntje toe. Op het eerste gezicht lijkt Carla Geurts een meisje dat zojuist met vriendinnen een paar baantjes in het zwembad heeft getrokken. Zo maar, voor het plezier.

Ze is 24 jaar. Al lang geen meisje meer, wel een nieuwkomer. Of eerder een laatbloeister? Want op een leeftijd dat de meeste topzwemsters het wedstrijdbadpak al lang hebben opgeborgen, is Geurts internationaal doorgebroken. Vijf titels behaalde ze afgelopen weekeinde bij de nationale winterkampioenschappen in Eindhoven. Een week eerder had ze twee zilveren medailles, op de 400 en 800 meter vrije slag, gewonnen bij de wereldkampioenschappen korte baan in Rio de Janeiro.

In augustus, bij de EK in Wenen, was de in Utrecht wonende zwemster achter de Duitse Franziska van Almsick ook al tweede geworden op de 400 vrij en maakte ze tevens deel uit van de zilveren estafetteploeg op de 4 keer 200 vrij.

Geurts zwemt sinds haar vierde. Dat is althans de leeftijd waarop ze haar A-diploma behaalde, herinnert ze zich. Op haar achtste ging ze aan wedstrijden deelnemen. In haar leeftijdscategorie kon ze aardig meekomen met de nationale top, vooral op haar favoriete afstanden: de 400 en 800 meter vrij. Meer dan een derde plaats wist ze echter nooit te behalen. “Ik was geen supertalent en beschouwde mezelf ook niet als iemand die ooit de top zou kunnen halen. Zwemmen was voor mij altijd een leuke en sociale bezigheid. Aan starten op een EK of WK dacht ik nooit. Gewoon, omdat mijn persoonlijke records niet eens in de buurt van de limieten kwamen. Ik was een aardig B-zwemstertje, meer niet.”

Begin jaren negentig ging Geurts zich meer richten op het lange-afstandzwemmen in open water. In die zware, maar minder aandacht trekkende, discipline van de zwemsport kon ze zich wèl meten met de nationale en zelfs internationale top: in de zomer van 1993 eindigde ze op het EK in het Tsjechische Slapy op de vijf kilometer op de tweede plaats.

De net afgestudeerde studente bewegingswetenschappen werd toen al ruim een half jaar getraind door Marianne Heemskerk. De oud-topzwemster, die meende dat haar pupil veel meer mogelijkheden had dan ze zelf vermoedde, stimuleerde Geurts om ook het baanzwemmen weer op te pakken. Dat deed ze.

En hoe: tot haar eigen verrassing werd het ene na het andere persoonlijke record aan flarden gezwommen. Later moest ook menig nationaal record er aan geloven.

Waar die enorme progressie vandaan komt, weet ze eigenlijk niet. Onder Heemskerk is ze niet meer trainingsuren gaan maken. Inhoudelijk zijn de trainingen “wel wat” veranderd: meer duurwerk en meer afwisseling van slagen. Maar wat misschien wel het belangrijkste is: ze is hogere doelen gaan stellen. “Want die zijn altijd te laag geweest”, zegt haar trainster.

Geurts lacht om de woorden van Heemskerk, maar weet dat ze gelijk heeft. “Ik heb gewoon nooit vermoed dat ik zoveel meer mogelijkheden had. Ik heb altijd hard getraind om de doelen die ik mezelf stelde te halen; pieken op een NK door m'n eigen record iets scherper te stellen. Wanneer dat lukte was ik tevreden met mijn prestatie. Wist ik veel dat er nog veel en veel meer in zat.”

Volgend jaar zomer zijn de Olympische Spelen. Op grond van haar prestaties dit jaar behoort Geurts in Atlanta op zowel de 400 als 800 meter tot de kandidaten voor een medaille. Maar aan eremetaal denkt ze niet, zoals ze dat ook eerder dit jaar in Wenen en Rio de Janeiro niet deed. De zwemster haalt haar motivatie vooral uit het verbeteren van haar persoonlijke toptijden. Als ze die ook in Atlanta weer scherper weet te stellen, zijn de Spelen voor haar geslaagd.

Om zichzelf op het grootste sportevenement ter wereld opnieuw te overtreffen, laat ze niets aan het toeval over. Ze is fanatieker aan krachttraining gaan doen, omdat haar bij internationale wedstrijden opviel dat de armen van de concurrentie veel gespierder zijn dan die van haar. Ze is een streng dieet gaan volgen, waarin zelfs geen plaats meer is voor de glacé-koeken waar ze tot voor kort nauwelijks van kon afblijven. En haar kamer, in het met zes anderen gedeelde studentenhuis, is de enige waarin 's avonds om negen uur het licht uitgaat en 's ochtends om vier uur de wekker afgaat. Als ze op weg naar buiten voor haar trainingsbaantjes in het zwembad een huisgenoot tegenkomt, krijgt ze altijd een compliment: “Knap dat jij zo vroeg je bed uit kunt komen.” “Knap dat jij zo laat je bed in kunt duiken”, reageert zij dan lachend.

De voor Geurts nog relatief nieuwe, maar voor een topsporter noodzakelijke levenswijze gaat haar gemakkelijk af. Het voordeel van een late doorbraak, denkt ze. Niemand heeft haar ooit gepusht, niemand heeft haar ooit geleefd. Ze was inmiddels oud genoeg om zelf keuzes te maken, om zelf te bepalen wat ze moet doen en laten om met plezier steeds harder te zwemmen.