JOS VAN VELDHOVEN OVER Het zingen van Bach

Weihnachts Oratorium van J.S. Bach (delen 1, 2, 5 en 6) o.l.v. Jos van Veldhoven door de Ned. Bachvereniging: 16/12 20.15 uur Westerkerk Amsterdam; 17/12 20.15 uur Dr. Anton Philipszaal Den Haag; 18/12 20.15 uur Laurenskerk Rotterdam; 19/12 20.15 uur Grote Kerk Naarden; 20/12 20 uur Schouwburg Gouda; 22/12 20.15 uur Harmonie Leeuwarden; 23/12 20 uur Muziekcentrum Enschede; 24/12 14.30 uur Vredenburg Utrecht. Vanavond 20 uur houdt de musicoloog Jan Nuchelmans een voordracht over het Weihnachts Oratorium in de Gem. Dans- en Muziekschool Utrecht. Herders en Wijzen door Capella Figuralis o.l.v Jos van Veldhoven: 26/12 12 uur Grote Kerk Naarden.

“Mijn gebaren bij het dirigeren gaan niet expres voorwaarts, het is me nooit als techniek geleerd. De standaard-directietechniek en een goed slagschema zijn in de barokmuziek niet erg van belang. Integendeel: de moderne slagtechniek met een brede horizontale beweging op de tweede tel, staat vaak haaks op wat barokcomponisten zich bij een tweede tel voorstelden: heel licht of zelfs onbetekenend. Dus pas je je beweging aan om dat klankbeeld te realiseren.”

Jos van Veldhoven (43) begon, kort nadat hij kon lopen, te zingen in de Schola van de St. Jan in Den Bosch. Tijdens zijn studie medicijnen koos hij definitief voor de muziek en studeerde in Utrecht musicologie, orkestdirectie, koordirectie, cello, piano en zang. Van Veldhoven is dirigent van het koor en het op authentieke instrumenten spelende orkest van de Ned. Bachvereniging en hij leidt het solistische vocale ensemble Capella Figuralis. Opvallend in zijn directietechniek is de afwezigheid van brede gebaren: Van Veldhoven beweegt zijn armen vooral slangachtig vooruit, over het orkest heen, met zijn wijsvingers vaak priemend naar het koor.

“Dat over het orkest heen dirigeren, heeft een goede reden, omdat je over de muziek uit de 17de en 18de eeuw met enig recht kunt zeggen dat het geen zuiver instrumentale muziek is. Er wordt wel op instrumenten gespeeld, maar als je ziet met welke principes muziek wordt gemaakt, de manier waarop zinnen worden geformuleerd, de articulatie geschiedt, de affecten worden ingekleurd, is dat allemaal ontleend aan de vocale muziek.

“Er is geen sprake van een instrumentaal koor maar van een vocaal orkest. De manier waarop instrumenten spelen is een afspiegeling van de manier waarop stemmen zingen. Een componist als Bach schrijft voor de instrumenten alsof zangers zingen zonder tekst. Bij onze uitvoeringen moeten de instrumentale musici van de zangers horen, hoe ze een frase moeten indelen. Dat maakt het ook moeilijk dit repertoire te spelen met moderne orkesten: die zitten in de instrumentale traditie van de 19de en 20ste eeuw, die niet meer uitgaat van vocale principes.

“Misschien is Bach nog bijzonderder dan de geniale Mozart, omdat Bach op zijn eenzame hoogte componeerde met behoud van zoveel traditie vóór hem, de hele wereld van vocale polyfonie uit de 15de en 16de eeuw, maar ook met de nieuwe 18de eeuwse techniek en instrumentatie, splinternieuwe ariavormen. Zelfs in stukken die je ontzettend goed kent, zoals de Matthäus Passion en het Weihnachts Oratorium, ontdek je steeds weer nieuwe details. Die kwaliteit hebben slechts een paar componisten, dus ben ik een gelukkig man omdat ik me vooral bezig houd met Bach.”

    • Kasper Jansen