In drie jaar is bijna acht miljard gulden nodig; Wederopbouw Bosnië: nog weinig is concreet

LONDEN, 11 DEC. Voor de wederopbouw van Bosnië is de komende drie jaar 4,9 miljard dollar (7,8 miljard gulden) nodig. Die schatting maakte de president van de Wereldbank, James Wolfensohn, zaterdag in Londen op een tweedaagse conferentie over de uitvoering van het vredesakkoord van Dayton.

De bijeenkomst in Londen, gewijd aan het niet-militaire deel van de vredesoperatie voor Bosnië, was vooral een conferentie-van-goede-voornemens. Concrete besluiten werden nauwelijks genomen. De deelnemers, veertig landen en twaalf internationale organisaties, maakten een inventaris op van wat er op politiek, humanitair en economisch gebied nodig is voor de wederopbouw van Bosnië. De invulling van de noden moet gebeuren op een serie vervolgbijeenkomsten.

Volgens de president van de Wereldbank is negentig procent van de Bosnische bevolking op het ogenblik aangewezen op humanitaire hulp. De kindersterfte is sinds 1990 verdubbeld en het gemiddelde inkomen is met 75 procent gedaald. Eenderde van de gezondheidscentra, de helft van de scholen en tweederde van de huizen in Bosnië zijn beschadigd. De industrie draait op vijf procent van zijn capaciteit vergeleken met 1990.

Hoewel in Londen weinig besluiten vielen, spraken de deelnemers van een geslaagde bijeenkomst. “Vandaag is het estafettestokje overgedragen van de architecten van de vrede aan de bouwvakkers en de vaklui”, verklaarde de Britse minister van buitenlandse zaken, Malcolm Rifkind. Zijn Nederlandse collega Hans van Mierlo concludeerde: “De conferentie heeft voldaan aan de verwachtingen. Het belangrijkste is de sfeer van vastbeslotenheid, de bereidheid om er alles aan te doen om van volgend jaar een succes te maken.”

Van de kant van de NAVO, die belast is met het militaire deel van de vredesoperatie, was de laatste tijd kritiek te horen dat het civiele deel van 'Dayton' achterbleef. De militairen vrezen dat ze allerlei bijkomende opdrachten krijgen als vluchtelingenopvang, herstel van infrastructuur of politietaken. Vrijdagavond maakten ze in Londen nog eens duidelijk dat ze alleen het militaire werk willen doen. Aan de hand van dia's toonde NAVO-generaal George Joulwan hoe dat werk eruit moet zien. Maar terwijl de militairen hun plannen klaar hebben en de eerste kwartiermakers aan het werk zijn, blijkt het niet-militaire deel van de vredesoperatie moeizamer op gang te brengen.

De hoge commissaris van de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, Sadako Ogata, schetste zaterdag de “immense en complexe taak” van de terugkeer van de ruim twee miljoen vluchtelingen. Ze kondigde aan op 16 januari een plan te presenteren voor die repatriëring. Ogata maakte nu al bekend dat de VN geen kampen willen inrichten voor de terugkerende vluchtelingen, maar hen rechtstreeks naar huis willen laten gaan. Een probleem is dat veel van die huizen verwoest zijn. Daarom stelde VN-commissaris voor een kredietfonds op te richten voor het herstel van woningen.

Voor de meest urgente hulp voor Bosnië is de komende drie maanden 960 miljoen dollar nodig, rekende Wereldbankpresident Wolfensohn voor. Op een conferentie op 20 en 21 december in Brussel moeten de toezeggingen voor die eerste hulp binnenkomen. Op een tweede 'pledging'-conferentie, in februari 1996, moeten afspraken gemaakt worden over de rest van de steun. De Europese Unie wil 2,4 miljard gulden vrijmaken voor de periode 1996 tot 1999. Vooral Frankrijk vindt dat van de Verenigde Staten en van de overige donorlanden een even groot bedrag moet komen. Maar Washington verwerpt die verdeelsleutel en heeft 960 miljoen gulden toegezegd voor de komende drie jaar. Japan zegde 32 miljoen gulden toe voor directe hulp en onderstreepte dat de wederopbouw van Bosnië bovenal een Europese zaak is.

De besluiten die in Londen werden genomen, waren organisatorisch. Zo werd overeen gekomen een 1500 man sterke VN-politiemacht voor Bosnië op te richten, zoals gevraagd in het Dayton-akkoord. Ook werd het besluit goedgekeurd om 250 waarnemers te laten toezien op de verkiezingen die tussen zes en negen maanden in Bosnië moeten worden gehouden. Hiertoe was vorige week al besloten door de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De Verenigde Staten vinden dat hun vertegenwoordiger bij de OVSE, Robert Frowick, deze missie moet leiden. Maar de Europese landen, met name Frankrijk, willen een Europeaan. In Londen werd het meningsverschil niet opgelost.

De Britse premier Major zag intussen een groot deel van de aandacht voor zijn Londense conferentie naar Frankrijk gaan. Minister De Charette gebruikte de bijeenkomst om informatie te eisen over twee Franse piloten, die op 30 augustus werden neergehaald tijdens een NAVO-aanval op Bosnisch-Servische stellingen. In de slotconclusies van 'Londen' is opgenomen dat de conferentie zich solidair verklaart met de Franse eis. “Ik voelde me gesterkt door wat men zei”, aldus de Charette.

De bijeenkomst in Londen betekende het einde van de Joegoslavië-conferentie die de afgelopen jaren het vredesproces begeleidde. Een zogeheten Vredestoepassingsraad (Peace Implementation Council) neemt de taken van de conferentie over. Deze raad zal iedere zes maanden bijeenkomen om de voortgang van de wederopbouw te evalueren. Een probleem van de raad is dat er geen regels zijn voor de besluitvormingsprocedure. En beslissen met 52 landen en organisaties is verre van eenvoudig, zo is afgelopen weekeinde in Londen gebleken.

De 52 deelnemers aan de Londen-conferentie wezen de Zweedse ex-premier Carl Bildt aan om als Hoge Vertegenwoordiger de coördinatie te leiden van het niet-militaire deel van het vredesproces. Hij moet er voor zorgen dat de verschillende organisaties, zoals Wereldbank, Rode Kruis, UNHCR en OVSE, elkaar niet voor de voeten lopen. Zijn taak wordt bemoeilijkt doordat hij geen bevoegdheid heeft over deze organisaties. “Hij wordt coördinator maar geen dictator”, aldus een diplomaat. Bildt krijgt een kantoor in Brussel met twintig man personeel en een kantoor in Sarajevo met veertig personeelsleden - beide gefinancierd door de EU.