Het probleem van 55 ongenode gasten onze correspondent

JAKARTA, 11 DEC. De 55 Indonesische en Oosttimorese jongeren die de Nederlandse ambassade in Jakarta drie dagen bezet hielden om aandacht te vragen voor Oost-Timor, zijn gisteravond om kwart voor acht plaatselijke tijd door de politie op vrije voeten gesteld. Zij waren eerder gedurende 24 uur voor ondervraging vastgehouden zonder contact te kunnen hebben met advocaten.

Alarmerende berichten uit de kring van Oosttimorese ballingen in Australië als zouden de actievoerders na hun vrijlating door de autoriteiten zijn belaagd, acht Jan 'Poncke' Princen, bestuurslid van het Indonesische Instituut voor Rechtshulp (LBH) “zeer twijfelachtig”. Hij repte in dit verband van 'propaganda'.

Princen kreeg zaterdagmiddag het verzoek van ambassadeur Brouwer om zich naar de ambassade te begeven. De diplomatieke staf had intussen besloten een oplossing te forceren voor het probleem van de 55 ongenode gasten op het terrein. Daarbij gaf bezorgdheid over de veiligheid van ambassade en personeel de doorslag. In de loop van de middag doken opnieuw agressieve tegendemonstranten op vóór het hek, die leuzen scandeerden als 'Stuur de volksverraders naar buiten'. Toen Princen en een LBH-advocaat, de heer Marbun, om vijf uur 's middags in de ambassade arriveerden, werd hen verzocht het Nederlandse standpunt uit te leggen aan de bezetters.

Die hadden de keus tussen twee mogelijkheden: òf ze begaven zich vrijwillig naar de twee bussen die gereedstonden vóór het Erasmus Huis, het culturele centrum naast de ambassade, en die werden omringd door tientallen politiemannen, òf de ambassadeur zou de Indonesische politie toestemming geven tot 'ontruiming'. Brouwer zei van minister van buitenlandse zaken Ali Alatas de verzekering te hebben gekregen dat de actievoerders gedurende 24 uur zouden zouden worden verhoord en daarna in vrijheid zouden worden gesteld.

In dat allerlaatste stadium van hun bezettingsactie vroegen de 26 Oosttimorezen onder de betogers via Nederland asiel in Portugal. Ambassadeur Brouwer zou dit van de hand hebben gewezen met de woorden: “Dat had u eerder moeten doen.” Deze afwijzing van een asielaanvrage op de valreep wilden de Nederlandse diplomaten achteraf niet bevestigen. Princen bracht dit standpunt over aan de activisten, maar liet de diplomaten weten het niet in overeenstemming te achten met zijn rol als rechtshulpverlener om kracht bij te zetten aan de Nederlandse beslissing. Hij wilde ook geen getuige zijn van het vertrek der actievoerders. Princen verliet de ambassade om zeven uur in de avond. Intussen waren de twee politiebussen het terrein van het Erasmus Huis opgereden en gingen de hekken weer dicht, zodat de aftocht grotendeels werd onttrokken aan de blikken van de verzamelde pers.

Om zes uur werd bekend dat de 58 jongeren die donderdag en vrijdag het terrein van de Russische ambassade hadden bezet, op vrije voeten waren gesteld en het hoofdbureau van de Jakartaanse politie hadden verlaten. Dit werd medegedeeld aan de 'Nederlandse' groep.

Om kwart over acht begaven de 55 actievoerders zich door een kordon van politiemensen, die zich op het terrein van het culturele centrum bevonden, naar de bussen. Onder begeleiding van de sterke arm en in gezelschap van tweede ambassadesecretaris Th. Peters werden zij afgevoerd naar het politiebureau Jakarta-Zuid. Van een afstand was te zien dat zeker twee activisten moesten worden gedragen. Enkele Oosttimorese bezetters waren eerder een hongerstaking begonnen, zo meldde een bestuurslid van de Persatuan Rakyat Demokratik (Democratische Volksvereniging, PRD), een politiek getinte studentenorganisatie die de 29 niet-Timorese bezetters had geleverd en als spreekbuis fungeerde voor de activisten.

Eenmaal aangekomen op het bureau, werd de groep overgebracht naar een zaaltje op de vierde verdieping. Daar werden de activisten toegesproken door luitenant-kolonel Wenas, de politiechef van Jakarta-Zuid, die de toezegging van minister Alatas herhaalde. De diplomaat Peters drong aan op doktersbehandeling voor de zieken, hetgeen vrijwel onmiddellijk gebeurde. Daarop begon de ondervraging, waarbij geen advocaten aanwezig waren. Peters sloeg de eerste gesprekken zo'n anderhalf uur gade, waarna hij afscheid nam. Zondagmiddag om half vijf meldde Princen zich bij het politiebureau, maar hij kreeg geen toestemming de 55 te bezoeken.

Zondagavond, kwart vóór acht, verlieten de actievoerders het politiebureau. Volgens tweede secretaris Peters, die getuige was van hun vrijlating, bood Wenas hen vervoer aan naar het busstation Pulo Gadung, in Jakarta-Oost, want een grote groep wilde terug naar Oost-Java, hun plaats van herkomst. Zij zouden dit echter hebben afgeslagen en gingen ieder huns weegs. Volgens een woordvoerder van de PRD werden de activisten uit Oost-Java per politiebus naar Pulo Gadung gebracht en vervolgens op de bus naar Surabaya gezet.

Vandaag stuurden verscheidene partijen berichten de wereld in over het lot van de activisten. De Oosttimorese verzetsorganisatie in Australische ballingschap, de Nationale Raad van Verzet voor Maubere (CNRM, Maubere is Oost-Timor), zegt dat de groep uit Oost-Java onderweg “uitvond dat de bus waarop zij in Jakarta waren gezet door de politie, hen naar het politiehoofdkwartier in Surabaya bracht”. Zij zouden in Semarang, de hoofdstad van Midden-Java, de bus zijn 'ontvlucht'. Volgens dezelfde CNRM-verklaring zou een groep Oosttimorese ex-bezetters in Jakarta zijn ondergedoken en op haar schuiladres worden “omsingeld door militairen en knokploegen”. Princen zegt ,sterk te twijfelen” aan dit verhaal. Eén van de ex-bezetters meldde telefonisch aan het persbureau AFP dat de Oosttimorezen nog steeds asiel willen in of via Nederland. De groep wil niet zeggen waar zij telefonisch bereikbaar is.