Gynaecoloog in cassatie bij Hoge Raad

DEN HAAG, 11 DEC. De gynaecoloog H. Prins, die onlangs bij het Amsterdamse gerechtshof werd vrijgesproken van moord op een gehandicapte baby, heeft cassatie aangetekend bij de Hoge Raad.

Prins werd vervolgd in opdracht van minister Sorgdrager (justitie). Zij wil in proefprocessen jurisprudentie verkrijgen over levensbeëindigende handelingen van artsen op ernstig zieke personen die geen eigen wil kunnen uiten. Regelgeving daarover bestaat nog niet.

Het openbaar ministerie in het ressort Amsterdam zag geen mogelijkheden om cassatie aan te tekenen tegen de uitspraak van het hof. Minister Sorgdrager kon daarmee alleen 'cassatie in het belang der wet' bij de Hoge Raad laten aantekenen door de procureur-generaal in Amsterdam. De Hoge Raad bepaalt zelf of de zaak ook wordt behandeld.

Nu Prins zelf cassatie instelt, komt er zeker een uitspraak van het hoogste rechtscollege. Prins zei zaterdag in het dagblad Trouw dat zijn cassatie “het enige pad” is dat naar de Hoge Raad voert. Prins maakte in maart 1993 een einde aan het leven van een zeer ernstig gehandicapte baby, die veel pijn leed en volgens hem en verscheidene andere specialisten niet lang meer te leven had. Het gerechtshof in Amsterdam ontsloeg Prins vorige maand van rechtsvervolging omdat hij zorgvuldig had gehandeld.

Het hof greep daarbij naar het begrip 'noodtoestand' voor de arts, wat bij euthanasie en hulp bij zelfdoding als ontsnappingsclausule in de regelgeving is geïntroduceerd.