Fonds Turkije en EU

De heer Feddema vindt dat de Europese Unie de pressie op Turkije moet opvoeren (NRC Handelsblad, 30 november). Hij doet daarbij een beroep op de christen-democraten in het Europees Parlement. Ik voel mij als lid van de christendemocratische fractie van het Europees Parlement zeer aangesproken. De basisvraag is: wordt de situatie van de democratisering en de handhaving van de mensenrechten in Turkije beter wanneer wij 'ja' zeggen tegen de douane-unie of moeten we, zoals Feddema suggereert, 'nee' zeggen en de pressie op Turkije opvoeren. Ik ben het eens met al diegenen die zeggen dat de situatie wat de democratie en de mensenrechten betreft in Turkije verre van rooskleurig is. Er moet nog heel veel verbeterd worden om een situatie te creëren die overeenstemt met datgene wat wij in de Europese Unie gewend zijn. Feddema zegt terecht dat de douane-unie politiek en economisch van belang is voor Turkije. Hij vergeet echter te vermelden dat de eerste vijf jaar de douane-unie een veel groter belang is voor de Europese Unie dan voor Turkije. De troef die Europa in handen heeft is dus maar van beperkte betekenis. Desalniettemin heeft de druk van het Europees Parlement van de afgelopen maanden reeds meer dan honderdveertig mensen bevrijd uit de gevangenis. Tijdens een bezoek aan Turkije is mij duidelijk geworden dat de democratische krachten in Turkije moeten worden gesteund door Europa door 'ja' te zeggen tegen de douane-unie. Als we 'ja' zeggen en er mocht onverhoopt onvoldoende verbetering optreden in de situatie van mensenrechten dan kunnen we via het opzeggen van het financieel statuut de pressie op Turkije opvoeren.