Elke vier jaar een plan voor rampenoefening

DEN HAAG, 11 DEC. Gemeenten en regionale brandweerkorpsen moeten elke vier jaar een plan opstellen voor rampenoefeningen.

Dit adviseert een commissie onder voorzitterschap van de Friese commissaris van de koningin, L. Hermans, aan minister Dijkstal (binnenlandse zaken).

In een aantal gemeenten en regio's wordt regelmatig geoefend, maar het landelijk beeld is volgens de commissie-Hermans zorgelijk. De helft van de gemeenten heeft zich dit jaar door oefening voorbereid op crisisbesluitvorming bij incidenten en rampen. Ook het zogeheten multidisciplinair oefenen, door brandweer, politie en de GGD's, blijft achter.

Zonder oefenen hebben de investeringen in de rampenbestrijdingsorganisaties geen zin, aldus het rapport, dat vanochtend werd gepubliceerd. De afgelopen tien jaar ging het om een bedrag van ongeveer 700 miljoen gulden.

Het is vrijwel onmogelijk algemene criteria op te stellen voor de evacuatie van bewoners bij dreigende rampen. Dat wordt geconcludeerd in een ander onderzoek dat vandaag werd gepubliceerd. Het Crisis Onderzoek Team (COT) van de Leidse en Rotterdamse universiteit onderzocht de evacuaties tijdens de wateroverlast in Midden en Zuid-Nederland, begin dit jaar.

De kwaliteit van de dijken is niet altijd precies bekend, aldus het COT. De waterhoogte, de windsnelheid en de stroomsnelheid zijn alle van invloed op de kwetsbaarheid van de dijken. Verder bestaat vaak onzekerheid over de verwachte waterstanden, de weersomstandigheden en over de weerbaarheid van dijken over een langere periode. Ook weten bestuurders vaak onvoldoende in hoeverre burgers bereid zijn te evacueren.

Begin februari moest een kwart miljoen burgers zijn huis verlaten. De evacuatie is zo goed als probleemloos verlopen, stellen de onderzoekers vast. Maar problemen waren er ook. Zo was de informatie over de waterstanden niet altijd toereikend. De communicatie tussen gemeenten en de regionale centra verliep moeizaam. Er bestond onduidelijkheid over de verantwoordelijkheden van de minister van binnenlandse zaken, de commissarissen van de koningin en de coördinerende burgemeesters.

Met name Dijkstal kreeg wegens zijn optreden als coördinerend bewindsman een golf van kritiek over zich heen van lokale en regionale bestuurders. Toen het belangrijkste gevaar geweken leek haalde Dijkstal de coördinatie naar Den Haag. Hij vond dat de wateroverlast een landelijke aangelegenheid was. De onderzoekers concluderen nu dat bij de organisatie van de opvang en de terugkeer centrale besluitvorming vaak noodzakelijk is.