EEN OUDE WIJN OP HET BLAUWE LAKEN

Al twintig jaar voorspellen de Belgische media het einde van een biljarttijdperk. Vorige week was de maestro van het blauwe laken zelf aan stoot. Raymond Ceulemans (58) kondigde zijn afscheid aan. Maar hoe serieus is het voornemen van de man die gisteren net naast de wereldbeker greep?

In Istanbul zou hij zijn laatste proftoernooi hebben gespeeld. De ambassadeur van de biljartsport die aan de Bosporus op zijn lauweren rust. Het kan toch niet waar zijn en waarschijnlijk is het ook niet waar. In 1981 deed Ceulemans een opvallende uitspraak. “Pas als ik 85 ben, mogen ze mij afschrijven.” In 1991 bracht hij enige nuances aan. “Als mijn opponenten niet meer in zwijm raken als ze mij verslaan, wordt het tijd om te stoppen.” Gisteravond hield hij een slag om de arm. “Als de sport mij nodig heeft, blijf ik beschikbaar.”

Raymond Ceulemans verloor in de finale om de wereldbeker van Torbjörn Blomdahl, de enige speler die hem veelvuldig de baas is. Blomdahl (33) speelt snel en attractief, voor hem is geen enkele spelsituatie onoplosbaar. Hij is een trainingsdier dat zich alleen met biljarten bezighoudt. Toen de Zweed in de wieg lag, won Ceulemans zijn eerste wereldtitel. Hoe oud zal Blomdahl zijn als zijn grote voorbeeld daadwerkelijk de keu in de hoek legt?

Naar verluidt wil Ceulemans zich alleen nog maar bezighouden met de organisatie van de BWA-toernooien. Als initiator van de Billiards Worldcup Association legde hij in 1985 de wankele basis voor de profstatus van de beste driebanders ter wereld. De laatste jaren is hij als secretaris nauw betrokken bij de diverse BWA-toernooien. Een chronisch tijdgebrek speelt hem op alle fronten parten. Ceulemans beheert enkele florerende biljartpaleizen, hij speelt nog steeds op het hoogste niveau en als boegbeeld van de sport wordt hij geacht de meeste sponsors aan te trekken.

Alle beslommeringen hebben hun invloed op de prestaties. Hij is niet meer zo onoverwinnelijk als in de jaren zestig en zeventig. Maar hij wordt nog steeds gevreesd door elke tegenstander. De oude Belg wordt meegezogen door de nieuwe generatie topspelers. Behalve Blomdahl willen ook de Turk Sayginer, de Italiaan Zanetti en de Brabander Jaspers hem naar de kroon steken. Maar de caféhouder uit Mechelen is nog lang niet afgeschreven. Hij heeft een goed ontwikkeld eergevoel.

Kurt Ceulemans is zijn 33-jarige zoon, die naar eigen zeggen die niet in de schaduw kan staan van de vader. Kurt noemt Raymond een ambitieuze man. “Als hij wordt afgeschreven, is hij op zijn best. Hij hoeft niks meer te bewijzen, maar de pers moet hem respecteren. Hij wil zelf bepalen wanneer hij stopt. Als zich vandaag of morgen een lucratieve sponsor aandient, plakt hij er vanzelf nog een paar jaar bij.”

Volgens zijn zoon kan de vader het huidige spelniveau nog jaren volhouden. “De vraag is hoe lang hij zijn spel kan blijven verbeteren. Want de rest wordt ook sterker. En op die vraag kan ik geen antwoord geven.” Rini van Bracht verwacht niet dat zijn oude rivaal er de brui aan geeft.

“Raymond is verslaafd aan de sport. Hij is net als een goede oude Franse wijn, die wordt steeds beter”, zegt de Waalwijker die als amateur de laatste jaren weinig tegen de beroepsspeler Ceulemans heeft gestreden.

Gaat hij door of niet? Veel zal afhangen van de lichamelijke toestand van de zwaargewicht. Als een elegante olifant begeeft hij zich om de wedstrijdtafel. De vorstelijke bierbuik is verdwenen, het resterende vet beschouwt Raymond Ceulemans niet als overtollig. Sinds hij twee jaar geleden op doktersadvies twintig kilo is afgevallen - hij had ernstige rugklachten - voelt hij zich sterker dan ooit. De behandelende geneesheer voorspelde hem nog minstens vijftien jaar biljartplezier. En wie hem vorig jaar de keu zag krijten, hoopt dat hij zijn criticasters nog lang de mond blijft snoeren.

Zijn kracht schuilt in de verfijnde techniek, in de flexibele vingers die hij naar eigen zeggen heeft overgehouden aan de jaren dat hij als diamantslijper zijn brood moest verdienen. Hij leerde biljarten in het café van zijn vader. Staande op een bierkrat compenseerde hij zijn geringe lengte. Hij versierde zijn later echtegenote, een dochter van een Belgische wedstrijdleider, door allerlei trucjes uit te halen op het biljart. Naarmate de bal vaker in de hoed verdween, raakte Angèle meer geïnteresseerd in de tovenaar. Toen een Argentijnse toeschouwer het fantastische spel van Ceulemans had aanschouwd, stond de man op en schreeuwde hij door de speelzaal. “Ik heb vandaag God zien spelen. Nu kan ik sterven.”

Hij won meer dan 130 titels en werd de meest succesvolle speler aller tijden. Hij toonde zich een meester in het driebanden, het bandstoten, de kaderspelen en de vrije spelsoort. Alleen het kunststoten bleef een onbekend terrein. Ceulemans werd een levende legende die mooie verhalen kon vertellen. “Als ik de verwarming van het biljart afzet, kan ik gemakkelijk het weer voorspellen. Wanneer de ballen botsen als stenen, gaat het waarschijnlijk regenen.”

Zijn kracht schuilt ook in de intelligentie achter de tafel. Volgens zijn Belgische vriend Ludo Dielis kan hij vijf stoten vooruitdenken, de meeste collega's slechts twee keer. Het is een soort boerenslimheid die Ceulemans heeft ontwikkeld. Van wiskunde heeft hij weinig opgestoken. Op 15-jarige leeftijd verliet hij de middelbare school. “De domste van de klas zal het driebanden misschien niet leren, maar je hoeft ook geen professor te zijn. Het gaat om intuïtie en om sterke zenuwen.”

Hij leerde het ingewikkelde spel berekenen. De zeven witte stippen op de lange band en de drie witte stippen op de korte band waren niet zijn uitvinding, maar het diamond-systeem werd door Ceulemans wel tot in de finesses geanalyseerd. Hij schreef er een lijvig boek over. En zijn adviezen vinden navolging bij de jonge garde. Van Bracht roemt de eenvoud van de biljarter Ceulemans. “Hij speelt zo sober en zo degelijk mogelijk. Hij kreeg vanzelf simpele ballen. Daardoor hoefde hij nooit verdedigend te spelen.”

Zijn kracht schuilt tegenwoordig in zijn ruime ervaring. Hij traint minder dan Blomdahl en Jaspers, maar zijn routine en het ontzag dat hij bij zijn tegenstanders inboezemt wordt als een groot voordeel beschouwd. “Als mijn vader naar de tafel komt lopen, weet ik al wie er gaat winnen”, overdrijft Kurt Ceulemans. Van Bracht erkent dat hij ook wel eens geïmponeerd was door de uitstraling van de Belg. “Hij komt een beetje arrogant over, maar als iemand reden heeft zich zo te gedragen dan is het Raymond. Er zijn weinig sporters die zoveel titels hebben gewonnen.”

Van Bracht herinnert zich de eerste dagen na zijn auto-ongeluk in 1977 Ceulemans was een van de eerste bezoekers in het ziekenhuis. Hij respecteert de Belg als mens maar noemt de sportman een slecht verliezer. “En dat is maar goed ook want je wordt nooit een winnaar als je goed tegen je verlies kunt. Raymond was geen plezierige tegenstander, maar dat had vooral met zijn talent te maken. Meestal gaf hij je geen kans.”

Vooral de laatste jaren werd het humeur van Ceulemans op de proef gesteld. Hij had de pest aan het setsysteem dat werd geïntroduceerd ten behoeve van de televisiekijkers. De amusementswaarde nam toe, maar de geluksfactor ook. En de beste speler voelde zich benadeeld door het zotteke-spel zoals hij het setsysteem betitelde. Ook de professionele sfeer, die hij notabene zelf had bepleit, maakte hem meer dan eens chagrijnig. De gezellige cafésport is veranderd in een tijdverdrijf waarbij veel geld op het spel staat. Als Ceulemans stopt, stopt een biljarter uit de oude doos.