De doos van Pandora

HET DRAAIBOEK voor succesvolle vakbondsactie wordt tot nu toe met ijzeren logica afgewerkt in Frankrijk. De stakingen van het openbaar vervoer beleefden vandaag hun achttiende dag, de files in Parijs werden op 200 kilometer geschat. Over een breed front gaan de bonden door met de strijd; een poging van regeringswege om de ontevreden en gedupeerde bevolking tegen de stakers te mobiliseren liep uit op een schamele tegenbetoging. Voor de tweede keer in een week verscheen premier Juppé op de Franse televisie ter bezwering van de onrust en voor het eerst bood hij, in het nauw gedrongen, een opening voor onderhandelingen. De vakbonden, althans de CGT en Force Ouvrière, voelden zich gesterkt en eisten meer concessies. Vanmorgen vond een eerste gesprek tussen vakbondsleiders en de regering plaats, morgen gaat de uitgeschreven nationale stakingsdag vooralsnog door.

Het is nog te vroeg om van een capitulatie van de regering te spreken. Kennelijk hoopt premier Juppé de acties te breken door toezeggingen aan het spoorwegpersoneel (de pensioenleeftijd van 50 jaar blijft gehandhaafd) om op die manier de bezuinigingen op de sociale zekerheid (jaarlijks tekort: 20 miljard gulden) te kunnen veiligstellen. Als de treinen, bussen en metro's weer rijden, komen de plannen om de verliezen van het spoor (geaccumuleerd tekort: 60 miljard gulden) te saneren, later weer aan de orde.

DE POLITIEKE en economische schade voor Frankrijk is inmiddels reusachtig. De onmacht om de onrust te beteugelen doet het prestige van de gaullistische regering in binnen- en buitenland geen goed. In de lastige fase van de herschikking van de krachtsverhoudingen na het einde van de Koude Oorlog is een verzwakte Franse opstelling in internationale fora niet wenselijk. Wat dat betreft is de aankondiging van vorige week dat Franrijk na bijna dertig jaar weer aansluiting zoekt bij de militaire structuur van het Atlantische bondgenootschap een teken van stilzwijgende erkenning dat de tijd voor een Franse eigen weg achterhaald is.

In Europees verband zal Frankrijk het komende weekeinde, op de top in Madrid, de politieke bereidheid tot verdere integratie moeten onderstrepen met bevestiging van de haalbaarheid van de criteria die het verdrag van Maastricht stelt voor deelname aan een gemeenschappelijke munt in 1999. Het draait daarbij wat Frankrijk betreft om het overheidstekort. En daar zitten de stakingen de Franse regering lelijk in de weg.

Bij de onderhandelingen die vroeg of laat in ernst met de vakbonden zullen beginnen, kosten concessies de Franse schatkist ongetwijfeld geld. Bovendien schaden de werkonderbrekingen de Franse economie, zodat de groei van het bruto nationale produkt lager zal uitvallen dan door de conjuncturele vertraging al was voorspeld. Een eenvoudige rekensom leert dat minder bezuinigingen en een lager dan geraamde economische groei zich vertalen in een hoger overheidstekort als percentage van het bruto nationale produkt. Met andere woorden: de kans dat Frankrijk, gemeten over het jaar 1997, aan de criteria van 'Maastricht' zal voldoen, neemt met de dag verder af.

Het valt te vrezen dat de discussie of die harde criteria van Maastricht wel verstandig zijn en of ze te elfder ure toch nog moeten worden aangepast, weer zal oplaaien. Het politieke opportunisme is daarbij groot, want de regeringsleiders die in december 1991 in het Limburgse provinciehuis het verdrag opstelden, wisten dat ze vijf à zes jaar de tijd hadden om orde op zaken te stellen. De meerderheid van de toenmalige ondertekenaars heeft de overheidsfinanciën daarna versloft en aanpassingen vooruitgeschoven naar hun opvolgers, zodat de tijd die nu resteert om het gestelde doel te halen zonder politieke zelfmoord te krap bemeten is.

De doos van Pandora die in Maastricht was gesloten, dreigt weer open te springen.