Dansers dampen en blazen als bizons in de winter

Voorstelling: Goodbye body. Choreografie: Truus Bronkhorst, Marien Jongewaard; dans: Bronkhorst, Adrijana Barbaric, Jean Louis Barning, Andreas Fratzl, Jessica Moolenaar, Pink Niessen, Jakob Nissen, Markus Schnizer, Paula Vasconcelos; muziek: o.a. Prince, Zender, Mozart; zang: Tom Sol, Hans van der Zijpp; licht: Leon Schutte; decor: Ton Kas. Gezien: 8/12 Felix Meritis, Amsterdam. Aldaar: t/m 23/12 (beh. zo t/m di). Verder: tournee t/m 6/3.

Bij elke voorstelling wacht je op dat ene, magische moment dat de gang naar het theater waard maakt. In Goodbye body van het choreografenduo Truus Bronkhorst en Marien Jongewaard is dat het ogenblik waarop Bronkhorst aan haar solo begint. Zij staat en profil, een arm aanvallend vooruit gestoken, de knie gebogen als een indrukwekkend beeld van intens verzet en weerbaarheid. Hier is het vaarwel afgedwongen, wordt het leven niet zó maar uit handen gegeven.

Goodbye body is het vervolg van, of misschien een antwoord op de vorige produktie Wonderful world. Deze keer is de romantische strijd van de seksen verlegd naar het slagveld, waar het lichaam op zo'n afschuwelijke manier wordt verkracht dat er aan het einde alleen ruimte is voor het 'Libera me' uit het Requiem van Gabriel Fauré. De versie uit 1893 wordt a capella gezongen door Tom Sol, die per voorstelling zal alterneren met de zangers Charles van Tassel en Michel Poels.

In Goodbye body bestaat de weg naar de hel uit negen delen. Die structuur krijgt op papier een afstandelijke toelichting als: 'hoe we van stilstand een dans maken', 'hoe we ons blootstellen aan spot' en 'hoe men slagen opvangt en zich niet verweert'. Het kan net zo goed duiden op de artistieke lijdensweg die beide controversiële theatermakers Bronkhorst en Jongewaard in afgelopen jaren hebben moeten afleggen.

Negen, soms langdradige scènes die zich afspelen in de kille omgeving van een verhoorcel (decor: Ton Kas, licht: Leon Schutte) en waarin de lijfelijke ervaring voorop staat. Waarin twee dansers uitgebreid demonstreren hoe de opbouw is naar een knock-out, hoe de training ervan - onder leiding van Jeroen Lopes Cardozo - is gebeurd. Daarbij bewegen zij zich dampend en blazend om elkaar heen als bizons in de winter. Er vallen rake klappen en schoppen, waarbij de eerste trap in het kruis het publiek naar adem doet happen.

Tegenover het geweld en de chaos is er echter de ordening van de cultuur. Vier danseressen bewegen zich hardop tellend met strenge passen in een ruitvormige formatie over het speelvlak. Truus Bronkhorst danst met verwijzingen naar het klassieke idioom haar solo en duet, begeleid door een ingehouden zingende Hans van der Zijpp. Maar discipline, noch verwijt aan een hogere macht kan de agressie in toom houden. Die slaat in blinde drift de gaten in de muren.

Goodbye Body is soms even fragiel als de bekende dichtregel van Lucebert: 'Alles van waarde is weerloos'. Maar de vechtlustige Bronkhorst blijft zichzelf en haar partner Jongewaard blijft een van de oprichters van de controversiële moderne mimegroep Nieuw-West. In hun werk zit steeds ergens een tic, een soort schurende zandkorrel die even irritant is als de opgestoken vuist bij het nemen van het eindapplaus.