Coach Maurits Hendriks vergelijkt Wassenaarse hockeyers met liefdespaar; HGC put moed uit geslaagde seizoensstart

DEN BOSCH, 11 DEC. Niet gehinderd door de snijdende vrieskou stapte Maurits Hendriks gisteren opgewekt van het Bossche kunstgras. Het gelijkspel tegen Den Bosch (2-2) stemde de trainer-coach van HGC tevreden, al betreurde hij de matige start van zijn elftal in het duel tussen de nummer drie en vier uit de hockeyhoofdklasse. “Bij een ploeg die pretendeert met een verhaal te spelen, mag nooit sprake zijn van berusting en ik verwacht nu juist bewustwording van die kerels”, klonk het licht verontwaardigd vanonder de onafscheidelijke honkbalpet.

De tegenvallende eerste helft verleidde Hendriks (34) in de rust tot een opmerkelijke vergelijking. Grijnzend: “Ik confronteerde de spelers met hun eigen liefdesrelaties. Zo'n verhouding blijft alleen intact als je elkaar voortdurend nieuwe en creatieve impulsen weet te geven, hield ik ze voor. Zo werkt het volgens mij in het veld ook, net zo goed als die stelling geldt voor je werk.”

De woorden van de gedreven coach inspireerden klaarblijkelijk. HGC herstelde zich na rust enigszins van de povere eerste helft, zonder te imponeren in de laatste wedstrijd voor de winterstop. Tien minuten voor tijd bracht nieuweling Bram Lomans het team uit Wassenaar op gelijke hoogte met de thuisploeg uit Den Bosch. Vanaf de cirkelrand bepaalde de cornerspecialist met zijn inmiddels befaamde sleeppush de eindstand op 2-2.

Na elf speelronden bezet HGC een verdienstelijke tweede plaats en dus kan Hendriks terugzien op een geslaagde seizoensopening bij zijn debuut als hoofdcoach in de hoofdklasse. De achterstand op koploper Amsterdam bedraagt slechts één punt, hoewel de landskampioen één wedstrijd minder heeft gespeeld doordat de topper tegen Bloemendaal gisteren wegens de vorst werd afgelast. De opdracht die Hendriks deze zomer van het bestuur mee kreeg, was aan te tonen dat HGC weer op een volwaardige wijze mee kon doen met de beste clubs. “En dat streven blijft gehandhaafd, ook met deze officieuze tweede plaats”, aldus Hendriks die de laatste vijf seizoenen bij Amsterdam als assistent-coach fungeerde.

De HOC Gazellen Combinatie was vorig seizoen niet meer dan een modale hoofdklasser en geen schim meer van de topploeg van weleer. Het voorbije jaar eindigde de ploeg in de reguliere competitie op een bescheiden zesde plaats waardoor het deelname aan de play-offs misliep. De oorzaak van de terugval is volgens Hendriks eenvoudig te verklaren. “HGC heeft in mijn ogen te lang geteerd op de inbreng van een grote groep routiniers.”

Daarom was de coach niet rouwig om het vertrek van ervaren krachten als doelman Bart Looije en verdediger Bastiaan Poortenaar aan de vooravond van het nieuwe seizoen. “Let wel: een voor een goede hockeyers, maar ik mis ze niet.” De opengevallen posities vulde hij aan met jeugdige talenten uit het tweede. Daarnaast posteerde hij spits Stephan Veen rechts op het middenveld terwijl centrale middenvelder Marc Delissen een linie naar voren opschoof. Bovendien ontnam Hendriks, in samenspraak met de routinier, Delissen de aanvoerdersband ten gunste van collega-international Veen. “Want ik zie voor Stephan een toekomstige rol als spelbepaler van het Nederlands team weggelegd.”

Delissen schikt zich zonder morren in zijn nieuwe rol als centrumspits, een positie waar hij gisteren zichtbaar moeite mee had. “Het klinkt misschien wat vreemd uit de mond van een dertigjarige, maar 't is net alsof ik een nieuwe fase in m'n hockeyloopbaan ben ingegaan. Na tien jaar op het middenveld te hebben gespeeld, was ik toe aan iets anders. Daarbij: afgelopen seizoen was in één woord vervelend, dit jaar heb ik de spelvreugde hervonden. Met dank aan Maurits. Die heeft toch de boel weer in gang gezet.”

De loftuitingen die de coach her en der ten deel vallen, laten hem vooralsnog niet onberoerd. “Maar ik doe het niet alleen natuurlijk. Tegelijkertijd zou het vreemd zijn als ik nu zou bekennen dat ik verbaasd ben over mijn eigen prestaties. Dat zou namelijk betekenen dat ik niet bewust ben van wat ik aan 't doen ben en dus in tegenspraak zijn met wat ik die kerels voorhoud. Toen ik bij HGC begon heb ik niet hoeven nadenken of ik 't wel kon.”

Hendriks waakt niettemin voor euforie en hoogmoed, wetende dat een terugslag voor de hand ligt bij de hervatting van de competitie op 17 februari. “Ik ben liever veeleisend dan dat ik hete lucht sta te praten, maar onze uitdaging na de winterstop is het voorkomen van een terugval. Het enige waar ik tot dusverre verbaasd over ben is het feit dat wij tegen de topclubs tactisch overeind zijn gebleven. Dat geeft hoop, al zegt het misschien veel over het tactische niveau in de hoofdklasse.”

De persoonlijke aspiraties van Hendriks reiken inmiddels verder. Anderhalve week geleden werd hij benaderd om de oneervol ontslagen Bert Bunnik op te volgen als assistent van bondscoach Roelant Oltmans bij de nationale mannenploeg. Hendriks' loopbaan neemt een hoge vlucht. “Voorlopig is nog niets zeker, maar ik lieg als ik zou zeggen dat mijn ambities niet bij het Nederlands team zouden liggen.”