Bits van Galileo druppelen binnen

De eerste meetresultaten van de Amerikaanse ruimtesonde Galileo, die donderdag in de dampkring van Jupiter is afgedaald, zijn gisteren op aarde de binnengekomen. Hoewel de onderzoekers enthousiast waren over het feit dat men de kostbare metingen kon ontvangen, was er over de kwaliteit van de metingen nog weinig te zeggen. Jupiter staat nu vanaf de aarde gezien zo dicht bij de zon dat de signalen van Galileo flink kunnen worden verstoord.

De metingen van de atmosfeersonde waren donderdag tijdens de afdaling eerst naar het moederschip Galileo gezonden, dat zich 200.000 kilometer boven Jupiter bevond. Ruim een uur later kwam Galileo in een baan om de reuzenplaneet en kon men voorbereidingen treffen voor het naar de aarde halen van de metingen. Op het Jet Propulsion Laboratory van de NASA in Pasadena begonnen gisteren om 13.15 Nederlandse tijd de eerste data binnen te druppelen.

De nu ontvangen gegevens bestrijken de eerste 43 minuten van de 75 minuten durende afdaling van de atmosfeersonde. Alle data waren tijdens de afdaling opgeslagen op de taperecorder aan boord van Galileo. Het eerste en allerbelangrijkste deel van de data was echter veiligheidshalve ook vastgelegd in het computergeheugen van dit ruimtevaartuig, voor het geval er een probleem met de taperecorder zou optreden. Dat dit geen overbodige luxe was bleek in oktober: toen vertoonde de recorder kuren, die later echter verholpen konden worden.

In januari, wanneer Jupiter weer verder van de zon staat en de radioverbinding steeds beter wordt, zal Galileo dezelfde data nogmaals naar de aarde zenden. Daarna zal ook de taperecorder worden 'uitgelezen' en ontvangt men de volledige 75 minuten aan meetgegeven. Het overzenden gebeurt zo gecompliceerd en traag omdat de hoofdantenne van Galileo niet werkt en men zich moet behelpen met een veel kleinere hulpantenne. Daarmee kunnen maximaal slechts 160 bits per seconde worden overgezonden: met de hoofdantenne was ruim 130.000 bits mogelijk geweest.