Aanvalsplan op ambassade vermoed; Indonesisch leger achter knokploeg

JAKARTA, 11 DEC. Volgens betrouwbare bronnen in Indonesië heeft de knokploeg die afgelopen donderdag de Nederlandse ambassade in Jakarta binnendrong en geweld gebruikte tegen ambassadeur Brouwer en leden van zijn staf, in opdracht van hogerhand gehandeld om de 55 Indonesische en Oosttimorese demonstranten met harde hand te verwijderen.

De betogers verlieten zaterdag vrijwillig de ambassade. Na verhoor werden ze gisteren weer vrijgelaten, maar in onbevestigde berichten wordt melding gemaakt van het feit dat een deel van hen op weg naar Surabaya is ondergedoken, uit vrees voor represailles van de autoriteiten.

[Minister Van Mierlo van buitenlandse zaken zei zaterdag dat hij “buitengewoon opgelucht” was dat de bezetting van de ambassade geweldloos is afgelopen. De bewindsman voegde eraan toe “zeer veel kritiek” te hebben op de Indonesische autoriteiten “die niet konden en durfden verhinderen dat demonstranten (de knokploeg) over de hekken van de ambassade klommen.”]

De bezetting had aanvankelijk een vreedzaam karakter, maar liep donderdagavond uit op een veldslag toen een groep vechtersbazen optrok naar de ambassade. De zeventig politiemannen voor de poort verroerden geen vin toen de belagers keer op keer aandrongen naar het hek, zich verschillende malen op het ambassadeterrein waagden en ten slotte massaal, met stokken en staven, het terrein opstormden om de daar verblijvende demonstranten klop te geven.

Ze stuitten op een kordon van Nederlandse diplomaten die zeer rake klappen kregen van de knokploeg. Ambassadeur Brouwer en andere diplomaten liepen verwondingen op. De passiviteit van het dienstdoende politiepersoneel is volgens de bronnen in Indonesië verklaarbaar uit het kennelijke mandaat van de knokploeg.

Navraag op basis van het kentekennummer van één van de bussen, die de aanvallers voor de Nederlandse ambassade afzetten, wijst uit dat de bus die dag was gehuurd door Kodam Jaya, het hoofdkwartier van het militaire garnizoen van Jakarta.

Eén van de belagers bekende dat hij van de militaire inlichtingendienst geld had gekregen, plus een dag gratis eten en drinken. Een bron dichtbij Yorris Th. Raweyai, de baas van de Pemuda Pancasila (Pancasila Jeugd), de ordedienst van regeringspartij Golkar, heeft bevestigd dat deze min of meer officiële knokploegen al een week geleden het verzoek kregen van de militaire inlichtingendienst om hun “mannen in gereedheid te houden” voor het geval Oosttimorezen in actie zouden komen bij buitenlandse ambassades, zoals ze de afgelopen maanden al verscheidene malen hebben gedaan. Deze bron zei “zeker te weten” dat de Pancasila Jeugd betrokken was bij de gewelddadige actie in de Nederlandse missie.

Onder de 'tegenbetogers' die opdoken vóór het hek en die later tot de aanval overgingen, bevonden zich ook enkele Oosttimorezen. Dit was voor de Indonesische pers aanleiding het handgemeen voor te stellen als “een vechtpartij tussen pro-Indonesische en anti-Indonesische Oosttimorezen”. De tegenbetogers met een Oostindonesisch uiterlijk (donkere huidskleur en krullend haar) waren overigens zichtbaar in de minderheid. Ooggetuigen melden dat niet de Oosttimorezen, maar uit de kluiten gewassen Javaans ogende jongeren voorgingen in de overval op de ambassade.

Pagina 10: Jongeren voeren ook actie via Internet

De aanwezigheid van de Oosttimorezen wordt begrijpelijker in het licht van een op 8 december via Internet..TE: geopenbaarde verklaring van vier Oosttimorese jongeren. Hun namen luiden Elitario Dos Santos Cruz (22), Adolfo Dos Santos Neves (23), Crispin Matos Gomes (23) en Venancio Oliveira (24). Zij getuigen dat zij vorige maand door de militaire inlichtingendienst zijn gedwongen mee te doen aan een demonstratie op 20 november vóór het parlement. Het ging om 160 demonstranten onder wie 'nog geen twintig' Oosttimorezen.

Vier van hen, allen leden van de Satpam, een bedrijfsbewakingsdienst die formeel ressorteert onder de politie, werden op 19 november ontboden naar het hoofdkwartier van de militaire inlichtingendienst, waar hun hulp werd gevraagd 'voor een bepaalde activiteit', die ongeveer een uur zou duren, maar die niet nader werd uitgelegd. Als zij vragen zouden krijgen, mochten ze de namen van degenen die de 'activiteit' coördineerden niet noemen. De vier weigerden aanvankelijk, vanwege de onduidelijkheid van hun opdracht, en sloegen de aangeboden 15.000 rupiah (ongeveerd 12 gulden) per persoon af, maar werden bedreigd met pistolen. Als ze niet meededen, zou hun familie in Oost-Timor 'problemen krijgen'. De meegevoerde leuzen, 'Ramos-Horta (de Oosttimores verzetsleider in ballingschap) verraadt zijn volk voor geld' en 'Oosttimorese jongeren die ambassades bezetten, zijn verraders', waren het werk van de inlichtingendienst.

Tot zover onze correspondent. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken heeft in aansluiting op het commentaar van minister van Mierlo bij de Indonesische autoriteiten “krachtig geprotesteerd” tegen de gebrekkige beveiliging van het ambassadegebouw. Een woordvoerder van het ministerie zei vandaag dat Jakarta had gegarandeerd dat de Oosttimorezen na “het gebruikelijke verhoor” in vrijheid zouden worden gesteld. Mede daarom is een aantal bezetters politiek asiel geweigerd.

Amnesty International maakt zich zorgen over het lot van de mensen die verhoord zijn. De organisatie voor de rechten van de mens dringt er bij de Nederlandse regering op aan dat de 55 Oosttimorezen nauwgezet worden gevolgd “om schending van hun rechten tegen te gaan”.