Wateroverlast

G.P. VAN DE VEN, A.M.A.J. DRIESSEN, W. WOLTERS en J. WASSER: Niets is bestendig. De geschiedenis van de rivieroverstromingen in Nederland

104 blz., geïll., Matrijs 1995, ƒ29,95

Het was decennia geleden dat het water zo'n prominente plaats in het nieuws had ingenomen, toen begin dit jaar een kwart miljoen mensen werden geëvacueerd wegens dreigende dijkdoorbraken langs de Waal en de zeer hoge waterstand in de Maas. In de berichtgeving over dat water maakten kranten en andere media de nodige missers. Dat is verklaarbaar, want de feitelijke stand van zaken was niet altijd duidelijk, ook al doordat bronnen elkaar tegenspraken.

Missers in het weergeven van achtergrondinformatie zijn media meer aan te rekenen. Die informatie is 'tijdlozer' en veelal reeds in druk beschikbaar. Toch ging er voldoende fout om historisch geografen Van de Ven en Driessen aan het schrijven te zetten. Beiden hebben hun sporen verdiend op het terrein van de waterstaatgeschiedenis en zullen met lede ogen hebben geconstateerd dat hun eerdere grote, prachtig geïllustreerde (en dus duurdere) boeken velen niet hebben bereikt.

Het is een compact en betaalbaar boekje geworden, met veel feitenmateriaal. Basisbegrippen over rivieren, dijken, het Nederlandse rivierenland en de bewoningsgeschiedenis daarvan komen aan bod. Een heldere schrijfstijl en illustraties op vrijwel elke pagina maken het boek toegankelijk voor een breed publiek. In dit opzicht voldoet het aan het gestelde doel.

Na lezing beklijft dat zulke hoge waterstanden nu eenmaal voorkomen, dat het groot onderhoud aan de rivierdijken schromelijk was verwaarloosd, dat dit niet zozeer kwam door de natuur- en milieulobby, maar door misplaatste zuinigheid van kabinet en parlement, en dat particulieren evenals in voorgaande eeuwen het initiatief namen tot hulpacties. De auteurs leggen de nadruk op de overeenkomsten tussen heden en verleden.

Die aanpak heeft het nadeel dat het soms lijkt alsof er niets veranderd is in de afgelopen eeuw. “Het hoogwater van 1993 en 1995 was een normaal natuurverschijnsel, dat zich ieder jaar kan herhalen. De hoge waterstanden kan men zeker niet verklaren uit de eventuele aantasting van het natuurlijk milieu in het stroomgebied, of uit een verandering van het klimaat”, zo wordt aan het slot van het eerste hoofdstuk betoogd. Dit is echt te kort door de bocht, en wordt trouwens elders in het boek tegengesproken.

In hetzelfde hoofdstuk staat dat ijsdammen - vroeger een belangrijke oorzaak van overstromingen - tegenwoordig niet meer voorkomen door de drukke scheepvaart en de opwarming van het water door koelwaterlozing. Daarbij komt dat ook de stroomsnelheid van in het bijzonder de Rijn de afgelopen decennia aanzienlijk is toegenomen. Menselijk ingrijpen heeft de hydrologie van de rivieren wel degelijk beïnvloed. Normalisatie van beken en zijrivieren heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat neerslag sneller dan vroeger in de Rijn terechtkomt. Zonder die ingrepen zou het water eveneens zeer hoog hebben gestaan. Het is echter aannemelijk dat menselijke ingrepen tot een extra verhoging van de waterstand hebben geleid. Of die vijf centimeter is of twintig, dat maakt nogal wat uit. Het was interessant geweest als de auteurs cijfermatig hadden onderbouwd dat die bijdrage te verwaarlozen is.

Kaarten

Het dagblad De Gelderlander krijgt ervan langs omdat het een kaart afdrukte die een veel te ongenuanceerd beeld gaf van hoe diep welke delen van de provincie onder water zouden komen te staan bij een dijkbreuk. Het gebrek aan nuance zat hem erin dat het nogal wat uitmaakt wáár een dijk doorbreekt. De kritiek is terecht, maar men zou dan in zo'n boek graag een serie kaarten zien waarop is aangegeven hoe diep het land dan wel onder water komt te staan bij een aantal mogelijke dijkdoorbraken. Slechts drie van zulke kaartjes zijn afgedrukt en dan nog op een heel andere plaats in het boek en voor een ander gebied. De auteurs geven niet alleen niet aan hoe De Gelderlander het wel had moeten doen, ze vermelden evenmin hoe die krant op dat moment aan die informatie had moeten komen.

In de beschrijving van het beleid rond de dijkverbetering is het opvallend hoe vaak de auteur passieve constructies gebruikt en het noemen van namen vermijdt. “Hoewel binnen het ministerie van Verkeer en Waterstaat sinds 1983 bekend was dat deze einddatum niet gehaald zou worden, werd dit pas in 1989 door de minister toegegeven.” Men zou dan toch wel willen lezen waaruit dat blijkt en welke ambtenaar die informatie zes jaar lang voor het publiek verborgen heeft gehouden. “Sommige waterschapsbesturen trokken zich weinig aan van de aanbevelingen van de Commissie-Becht om 'uitgekiende' ontwerpen te maken.” Wie waren de boosdoeners?

Al met al schiet het boek te kort in feitelijkheid. Waar de auteurs putten - voor tekst en vooral voor illustraties - uit het historisch materiaal dat ze eerder hebben gepubliceerd, leveren ze leesbare en interessante kost. Als snelle achtergrondinformatie had het in februari dit jaar menigeen goede diensten kunnen bewijzen, nu komt het als mosterd na de maaltijd. Veel heeft in de loop van februari ook al in de krant gestaan.

Waar de specifieke situatie rond het hoogwater van 1993 en 1995 aan bod komt, is het boek te vaag. Man en paard blijven buiten beeld, tabellen en grafieken met het feitelijk verloop van de waterstand en van de voorspellingen daarvan ontbreken. En een gedetailleerde kaart van het rivierengebied zou hebben voorkomen dat de lezer telkens naar de atlas moet grijpen. Een goed boek over hoogwater in de rivieren is nog steeds welkom, maar daarvoor is een breder palet aan invalshoeken wenselijk dan dit boek te bieden heeft. De consequentie is wel dat zo'n boek dikker en dus duurder wordt.

    • Dick van Eijk