Voorbeeldige poëzie en proza op beurs van kleine uitgevers

18de Beurs van Kleine Uitgevers, Paradiso, Amsterdam. Van 12u30 tot 17u30. Toegang gratis.

AMSTERDAM, 9 DEC. Nadat hij Remco Campert een brief had geschreven kreeg hij een antwoord dat uit nauwelijks twee zinnen bestond: 'Eindelijk nodigt u mij uit. Ja!' Jeroen Brouwers wenste zo'n invitatie niet eens af te wachten; hij belde Jo Peters zelf met de vraag of zijn prozabundel De vervulling gevolgd door De kleine dood misschien bij uitgeverij Herik kon verschijnen. Daarmee plaatste hij Peters voor een lastig probleem. “Ik had net met mijn vrouw afgesproken dat ik het aantal uitgaven per jaar tot zes zou beperken, zodat niet al mijn vrije tijd aan de uitgeverij zou opgaan”, vertelt Peters. “En ik zat al aan mijn quantum toen Brouwers belde. Ik heb zijn voorstel toen ook wel even met mijn vrouw moeten overleggen, ook omdat het een prozabundeltje was, maar we hebben toch besloten dat ik het maar moest doen. Het was gewoon te bijzonder.”

Jo Peters (58), in het dagelijks leven lid van het college van bestuur van de Hogeschool Sittard, bestiert vanuit zijn woning in het Limburgse Landgraaf in zijn eentje uitgeverij Herik, gespecialiseerd in poëzie. Peters' 'Zwarte reeks', waarmee hij in 1988 begon, geniet onder poëzieliefhebbers een uitstekende reputatie, zowel door de bekende namen die aan de serie meewerkten als de voorbeeldige wijze waarop de boekjes worden verzorgd. In de reeks, die op dit moment uit 30 titels bestaat, publiceerden dichters als Leo Vroman, Bert Schierbeek, Gerrit Kouwenaar, Hugo Claus, Rutger Kopland, Christine D'haen en Remco Campert. Voor de vormgeving werd zorg gedragen door ontwerpers als Piet Gerards, Zeno, Harry N.Sierman en Marjo Starink. 10 eilanden, de onlangs in de reeks verschenen bundel van Willem van Toorn, werd zelfs vormgegeven door bankbiljettenontwerper R.D.E.Oxenaar.

Voor iedere bundel uit de Zwarte reeks werkt Peters samen met een trio: een dichter, een vormgever en een beeldend kunstenaar. “Het werk van de dichter vormt daarbij voor mij altijd het uitgangspunt”, zegt Peters. “Ik zoek naar dichters waar ik zelf affiniteit mee heb - daarom zitten er misschien ook veel Vijftigers in de reeks. Ik schrijf ze aan met het verzoek of ze een kleine reeks gedichten willen maken, en in overleg komen we dan meestal tot een kunstenaar en een vormgever.”

Uitgeverij Herik is een van de vele kleine uitgevers die zich zondag presenteert op de Beurs van Kleine Uitgevers in Paradiso, Amsterdam. Net als uitgevers als Papieren Tijger, Leida en Signum is ook Herik min of meer toevallig begonnen. Peters begon met uitgeven in 1988, toen hij een bibliografie van de Limburgse dichter Wiel Kusters had samengesteld en daarvoor geen uitgever kon vinden. Na overleg met vormgever Piet Gerards besloot hij het boek toen zelf maar uit te geven, wat resulteerde in De onderste steen, een mooi verzorgd overzicht dat al snel was uitverkocht. Spoedig daarna ontstond kreeg Peters het idee voor de Zwarte reeks, die begon met drie deeltjes van de Limburgse dichters Kusters, Frans Budé en Manuel Kneepkens, en daarna werd gevolgd door namen als Vroman, Beurskens, Schierbeek en Kouwenaar. “Als ik een dichter vraag om mee te doen stuur ik altijd wat bundeltjes op”, zegt Peters, “en eigenlijk krijg ik dan nooit een afwijzing. Ze zien denk ik dat er echt met liefde aan deze boekjes wordt gewerkt, dat ik optimale kwaliteit wil leveren.”

Naast de Zwarte reeks is uitegeverij Herik nu ook begonnen met 'Landgraafse cahiers', een reeks essays over poëzie, waarin onder andere werk van Kees Fens en Guus Middag verscheen. Veel uitbreiding zit er volgens Peters niet meer in. Grinnikend: “Met deze oplage en deze dichters heb ik geloof ik alle poëzieliefhebbers van Nederland wel bereikt.”