Surrogaat-surfen in Amsterdamse Rai

AMSTERDAM, 9 DEC. Amerikaanse taferelen in Nederland. Tijdens de O'Neill Indoor World Cup Windsurfen zijn behalve de surftop ook cheerleaders en lasershows te zien. Het publiek - vandaag is de derde en laatste dag in de Amsterdamse Rai - krijgt geen kans zich te vervelen. De prijzenpot telt geen guldens maar 80.000 dollars; ongekend veel voor een Nederlands sportevenement.

Toch komen de internationale toppers niet voor het geld naar de surfwedstrijd, die voor het eerst in Nederland wordt gehouden. “Dat is maar de helft van wat we normaal krijgen”, beweert achtvoudig wereldkampioen Björn Dünckerbeck, een Deense Spanjaard met een Nederlands paspoort. “We zijn hier om de sport te promoten want dan komt er misschien weer een outdoor World-Cupwedstrijd in Scheveningen. Daar kwamen vier jaar geleden meer toeschouwers op af dan op alle andere surfevenementen waar ik geweest ben.”

Het indoorsurfen ontstond vijf jaar geleden in Parijs en werd behalve in evenementenhal Bercy ook in Barcelona en Genève gehouden. Amsterdam is de vierde locatie waar met een bad van 80 bij 30 meter, met 2,4 miljoen liter water en 26 windturbines de natuurlijke surfomstandigheden worden nagebootst. Dünckerbeck stond er in het begin sceptisch tegenover: “Het is natuurlijk niet het echte werk. Je kunt hier niet op de top van je snelheid komen want dan moet je alweer draaien. De verschillende omstandigheden en het ongecontroleerde van de natuur spreken me aan.”

“Maar het heeft ook zijn voordelen”, vervolgt de wereldkampioen. “Alles wordt op tijd afgewerkt, je staat dichter bij het publiek en het is ook wel leuk om je concurrenten op deze manier te verslaan. Hier kan namelijk alles gebeuren; ik ben wel eens als vijftiende geëindigd maar ook als nummer een.” Toch vindt hij twee tot drie keer per jaar wel genoeg, want het blijft voor hem surrogaat surfen.

De Spanjaard acht de Europahal in de Rai geschikter dan de Franse locatie waar hij vier maal won: “Omdat er meer ruimte is, wordt de wind niet weerkaatst”. Toch vindt hij het jammer dat die ruimte niet beter is benut. Dünckerbeck had liever een groter bad gehad om zijn kunsten te vertonen. “Maar dat zal wel duurder zijn.” Dat is volgens organisator Henri van der Aat niet het geval. De oud-bondscoach, die in 1984 Stephan van den Berg naar Olympisch goud begeleidde: “Het was geen kostenoverweging. Ik heb er eigenlijk gewoon niet aan gedacht”. Van der Aat stuitte tijdens de organisatie niet op onvoorziene problemen. Het enige probleem was het geld. “Daarom is het prijzengeld voor surfbegrippen zo laag”, verklaart de oud-bondscoach. De organisatie van het evenement kostte ongeveer twee miljoen gulden.” Van der Aat heeft wel eens voor hetere vuren gestaan. Zo was hij afgelopen zomer ook de initiatiefnemer van een zeilwedstrijd op de Amsterdamse grachten. Een paar weken tevoren kreeg hij te horen dat de bestelde boten, à 10.000 gulden, niet konden worden geleverd. Via een omweg wist hij nog vijf boten te regelen.

Van der Aat maakt graag het onmogelijke mogelijk. Maar dat streven gaat niet altijd op. Zo kan Dünckerbeck alleen met de slalom meedoen en laat hij het jumpen aan zich voorbijgaan. Daar kan de organisator weinig aan veranderen: “Die helling is al verbeterd. Ik kan er wel eentje van honderdduizend gulden neerzetten, maar dat maakt geen verschil. Björn komt door zijn gewicht gewoon niet hoger.” De wereldkampioen beaamt: “Ik kan met mijn 95 kilo wel de schans op, maar dat is de moeite van het kijken niet waard.” Voor spectaculaire sprongen moet het publiek uitwijken naar een andere favoriet: Robbie Naish, die een stuk lichter is.

    • Ellen Tax