Scepsis over Europese eenheidsmunt groeit

ROTTERDAM, 9 DEC. De meeste politieke leiders van de landen van de Europese Unie houden onverkort vast aan invoering in 1999 van de eenheidsmunt in de Europese Monetaire Unie, maar in sommige belangrijke EU-landen groeit de scepsis onder de bevolking en bij politieke partijen.

Dat blijkt uit een overzicht van de situatie in de belangrijkste EU-landen aan de vooravond van de Europese Raad in Madrid die volgende week beslist over de voltooiing van de derde fase van de Europese Monetaire Unie, de invoering en naamgeving van een gemeenschappelijke munt.

In Duitsland en Frankrijk, de politiek en monetair belangrijkste landen van de EU, groeit het verzet tegen de afgesproken monetaire eenwording. Bondskanselier Kohl, de belangrijkste drijvende kracht achter de Europese monetaire samenwerking, en de Franse president, Chirac, blijven streven naar voltooiing van de vier jaar geleden in Maastricht in gang gezette monetaire samenwerking. Maar in beide landen nemen scepsis en verzet toe.

In Duitsland lijkt de belangrijkste oppositiepartij SPD het opgeven van de harde Duitse mark, waarover het publiek zich toenemend zorgen maakt, tot inzet van de verkiezingen te willen maken. In Frankrijk stuiten de modernisering van de economie en de bezuinigingen op de overheidsuitgaven, nodig om te voldoen aan de criteria die in het Verdrag van Maastricht zijn gesteld om te kunnen deelnemen aan de Europese eenheidsmunt, op heftig verzet.

In Groot-Brittannië wordt invoering van de euromunt als een nieuwe Europese 'steek in het vlees' gevoeld. Londen heeft zich, anders dan Duitsland, Frankrijk of Nederland, niet gecommitteerd aan deelneming aan invoering van de 'euro'.In Italië en Spanje, landen met zwakkere munten, wordt de invoering van de euromunt positief beoordeeld, maar het is zeer de vraag of beide landen kunnen voldoen aan de voorwaarden voor deelneming die de EU-landen vier jaar geleden in Maastricht zijn overeengekomen.

In Nederland is tot nu toe laconiek en onverschillig gereageerd op de verdwijning van de driehonderd jaar oude gulden als gevolg van de introductie van de 'euro'.