Qatar doorbreekt 'eenheid' Golfstaten

Veertien jaar lang is de topconferentie van de Samenwerkingsraad voor de Golf (GCC) ogenschijnlijk glad verlopen. Bestaande meningsverschillen tussen de zes lidstaten - Saoedi-Arabië, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten, Oman, Bahrein en Qatar - werden onder tafel gehouden. Naar buiten toe werd tijdens de topconferenties de schone schijn bewaard, ook al konden de leiders elkaars bloed wel drinken: men bezorgt de gastheer bij zo'n gelegenheid geen gezichtsverlies. Tot deze week in de Omaanse hoofdstad, Musqat, toen de emir van Qatar het ondenkbare deed. De emir, sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani, bleef boos weg van de slotzitting van de top. Zijn delegatie liet doorschemeren dat Qatar mogelijk volgend jaar de top niet wil huisvesten, zoals eerder is afgesproken, en zich misschien helemaal uit de GCC terugtrekt.

Dat onenigheid zo openlijk naar buiten kwam, was opmerkelijk, maar als het dan moest gebeuren, dan kon alleen Qatar de schuldige zijn. Het kleine Qatar (zo'n 500.000 inwoners van wie ook nog een aanzienlijk deel buitenlandse gastarbeiders, maar reusachtige gasvoorraden) vaart al jaren een relatief onafhankelijke koers. En sinds sjeik Hamad in juni zijn vader terzijde schoof, is die koers nog geprononceerder geworden.

Directe aanleiding tot de Qatarese stap was de benoeming van een Saoediër als de nieuwe secretaris-generaal van de GCC, een benoeming die in feite alleen maar de Saoedische dominatie binnen de organisatie bevestigt. Maar Qatar voelt zich ondervertegenwoordigd binnen het bestuursapparaat van de groep, en hield vast aan de eigen kandidaat. De Qatarese minister van buitenlandse zaken, Hamad bin Jassem al-Thani, toonde zich vervolgens woedend dat de gebruikelijke unanimiteit was verlaten.

Vermoedelijk heeft ook de harde toon in de slotverklaring tegen Iran en Irak meegespeeld, twee paria's in de wereld jegens welke Qatar zich echter vriendelijk opstelt. De GCC-landen stellen de Iraakse regering “volledig verantwoordelijk voor de ernstige verslechtering van de levensomstandigheden van de Irakezen”, meldt de verklaring. Dit is taal die de Nederlandse VN-rapporteur voor Irak, Max van der Stoel, onlangs bezigde, maar die voor de Golf-organisatie buitengewoon hard is. Zeker omdat niet alleen Qatar maar ook Oman, Bahrein en de Verenigde Arabische Emiraten de laatste maanden relatief verzoenende taal ten aanzien van Irak hebben gesproken. De president van de Emiraten, sjeik Zaid bin Sultan al-Nahayan, betitelde in oktober de Iraakse president Saddam Hussein nog als een man die weliswaar een fout had gemaakt, maar “menselijk is en mensen maken altijd fouten”. “De tijd voor verzoening is gekomen, en opheffing van de sancties tegen Irak is een plicht geworden.” Qatar ontving deze zomer zelfs de Iraakse minister van buitenlandse zaken, een man die zoals bekend nog maar zeer weinig buitenlandse bezoeken aflegt. En sjeik Hamad ontmoette de Iraakse vertegenwoordiger in zijn land voor hij naar Oman vertrok.

Iran brachten de GCC-leiders impliciet in verband met “programma's om massavernietigingswapens te verwerven en te ontwikkelen”. Tevens kreeg Teheran zonder meer de schuld van de voortdurende impasse over drie eilandjes in de Golf, die van de Emiraten zijn maar door Iran zijn bezet. Een verzoenende boodschap van Iran aan de top over de eilanden werd geheel genegeerd.

Ten aanzien van deze beide onderwerpen volgde de GCC onomwonden de lijn van Saoedi-Arabië en Koeweit, die hierin volledig worden gesteund of zelfs aangemoedigd door de Verenigde Staten. Op ander terrein is Qatar overigens weer een betere bondgenoot van de VS dan Saoedi-Arabië, in die zin dat het ermee heeft ingestemd Amerikaans materieel op te slaan, in geval van nood te gebruiken door snel over te vliegen Amerikaanse troepen. Saoedi-Arabië, bang de anti-Amerikaanse gevoelens in het koninkrijk verder te stimuleren, heeft dit geweigerd.

Samen met Oman heeft Qatar zich ook altijd vriendelijker dan de rest van de GCC opgesteld tegenover Israel. Nadat het eerder dit jaar min of meer gehoor had gegeven aan dringende Saoedische verzoeken het kalm aan te doen met de toenadering tot de joodse staat - om Syrië niet nog verder in een isolement te laten wegzakken - heeft de Golfstaat zich de laatste maanden helemaal laten gaan. Vorige maand heeft Qatar een overeenkomst getekend om Israel via een Amerikaanse onderneming gas te leveren. Een Israelisch bericht dat Qatar Airways een dienst op Israel gaat openen, werd een week geleden vooralsnog tegengesproken.

Al met al zou het Qatarese optreden voor de Saoediërs zo langzamerhand wel weer eens aanleiding kunnen zijn het 30 jaar oude onderlinge geschil over een olie- en gasrijke grensstrook nieuw leven in te blazen. De laatste keer gebeurde dit in september 1992, nadat Qatar een reeks overeenkomsten met Iran had gesloten. Immers: hoeveel kan de emir van een piepklein Golfstaatje zich tegenover het machtige Saoedi-Arabië veroorloven?