Politieke landschap Oostenrijk in beweging

WENEN, 9 DEC. Oostenrijk beleeft de levendigste en spannendste verkiezingsstrijd van de laatste 25 jaar. Op zondag 17 december moet een nieuwe Nationale Raad (Tweede Kamer) gekozen worden en voor het eerst sinds Bruno Kreisky in 1970 de sociaal-democraten (SPÖ ) in een dominerende positie wist te brengen is het politieke landschap aan het schuiven. Een coalitieregering waarvan de SPÖ geen deel zou uitmaken is niet langer denkbeeldig en een regeringsrol (en daarmee Salonfähigkeit) voor de Freiheitlichen van de rechtse populist Jörg Haider is uit het rijk der nachtmerries naar dat van de au serieux te nemen mogelijkheden verschoven.

Na de vorige verkiezingen, veertien maanden geleden, had rekenkundig de conservatieve christen-democratische Österreichische Volkspartei ÖVP , die toen 52 zetels (27,7 procent) won van de in totaal 183, ook al een coalitieregering kunnen vormen met de Freiheitlichen van Haider, die destijds 42 zetels (22,5 procent) kregen. Maar de verhouding tussen ÖVP en SPÖ die al sinds jaar en dag de staatszaken samen bedisselden en hun partij-elites rijkelijk lieten meedelen in de overvloed van de Oostenrijkse staatsruif, was toen nog redelijk goed en gaf geen aanleiding tot een dramatische politieke verschuiving. Pas na de verkiezing in april van Wolfgang Schüssel tot nieuwe partijleider van de ÖVP is de coalitie gaan kraken. De tengere, pittige, vlinderdasdragende Schüssel wil zijn partij weer, net als vóór 1970, nummer één maken en zelf bondskanselier worden. Van de innige omarming met de SPÖ die nu al 25 jaar het kanselierschap bezet en een partij van welgedane bonzen is geworden die door arbeiders en kleine burgers massaal in de steek wordt gelaten, wil hij af.

De coalitie spatte uiteen door onenigheid over de begroting. In de verkiezingscampagne speelt dit thema dan ook een belangrijke rol. In een serie televisiedebatten tussen prominenten uit de vijf parlementaire partijen (naast de al genoemde de Groenen en het Liberale Forum) ging heel wat tijd zitten in financieel geharrewar. Bondskanselier Vranitzky bleef er daarbij steeds op hameren dat Oostenrijk tot de rijkste landen van de Europese Unie behoort, dat het onverstandig is zichzelf “ziek te jammeren”, ook al moest hij toegeven dat de staatsschuld de laatste jaren is verdubbeld en er voor 1998 vijftig miljard gulden bezuinigd zal moeten worden om Oostenrijk aan de criteria van Maastricht te laten voldoen. “Maar met onze begrotingstekorten hebben we huizen gebouwd, de industrie gestimuleerd en voorkomen dat Oostenrijk meeleed onder twee jaar wereldrecessie”, zei hij tevreden. “Er moet nu worden gehakt, maar dan niet ten koste van de kleine man.”

Zijn nieuwe tegenstander Schüssel schudde daarbij steeds zijn hoofd over zoveel gebrek aan realiteitszin. Alsof de ÖVP niet medeverantwoordelijk was voor de begrotingstekorten van de afgelopen jaren (in 1995, met een verwacht groeipercentage van 2,5 procent, zal het financieringstekort toch weer rond de twintig miljard gulden belopen) riep hij steeds weer dat serieus bezuinigd moet worden, misbruik van de sociale voorzieningen moet worden tegengegaan, de extreem vroege pensioenen in de toekomst later zullen moeten ingaan, privileges moeten worden afgeschaft, maar dat de burger en het bedrijfsleven niet via slinkse manoeuvres, zoals de socialisten willen, meer belasting moeten gaan betalen. Oostenrijk moet nog aantrekkelijker worden voor het buitenland, aldus Schüssel. “Een voorbeeldland”, zegt hij letterlijk.

De sfeer tussen de coalitiepartners SPÖ en ÖVP die in al hun jaren aan de macht de nu bepleite hervormingen nooit doorvoerden, is hierdoor ernstig verziekt. Een herstel van de oude coalitie na de verkiezingen zal niet gemakkelijk zijn, ook al zijn de partij-elites nog zo verstrengeld door duizend en één gemeenschappelijke belangen. In het openbaar ligt Schüssel overigens ook geregeld overhoop met Jörg Haider, wiens denkbeelden over een 'Derde Republiek' (een piepkleine, slanke regering, referenda en een president als regeringsleider) door hem al ietwat extreem als 'Zuidamerikaanse toestanden' zijn betiteld. Ook Haiders bewering dat de Oostenrijkers door hun regering zijn voorgelogen over de voordelen van 'Europa' wordt door Schüssel volstrekt afgewezen. Maar op het punt van het sparen zijn zij het eens. Ook wat misbruik van sociale voorzieningen betreft en het schrappen of reduceren van belastingen voor leerjongens en overwerk zitten ze op een lijn. En als het puntje bij paaltje komt zal de ÖVP ook niet al te veel bezwaar hebben tegen de freiheitliche opvatting dat geen gastarbeiders meer moeten worden toegelaten zolang er werkloosheid onder Oostenrijkers heerst. Weliswaar zegt Haider steeds weer dat een herstel van de 'grote coalitie', die dan weer niets zal hervormen en alle misstanden en privileges zal laten voortbestaan, de waarschijnlijkste uitkomst van deze verkiezingen zal zijn, de kans op een ÖVP -Freiheitliche-coalitie achten heel wat waarnemers echter aanzienlijk groter dan vijftig procent. (SPÖ Groenen en Liberalen hebben aangekondigd onder geen voorwaarde met Haiders partij in een regering te gaan zitten).

De twee kleine oppositiepartijen, de Groenen van Madeleine Petrovic en het Liberale Forum van Heide Schmidt, hebben overigens ook al gezegd niet voor regeringsverantwoordelijkheid terug te schrikken. Maar samen zullen zij nooit meer dan vijftien procent van de stemmen in de wacht slepen en dat is te weinig om met een van de grote partijen een meerderheid te vormen. Daarbij komt dat zij vrij radikale standpunten innemen die voor de grauwe, altijd alle kanten op knikkende grote partijen ÖVP en SPÖ moeilijk te slikken zullen zijn. De Groenen willen duidelijke hervormingen in de richting van een democratisch, ecologisch neutraal Oostenrijk zonder privileges voor partijmannetjes en met mondige burgers, dat als 'humanistische grote mogendheid', als kampioen van mensenrechten, in de wereld staat.

Het Liberale Forum, de eerste werkelijk liberale partij in Oostenrijk, wil de uitgaven van de overheid bevriezen. “Ons land heeft 25 procent meer ambtenaren dan het Europese gemiddelde en 25 procent minder zelfstandigen”, betoogt zijn lijsttrekker, Heide Schmidt, graag. Zij wil dat mensen met hoge inkomens geen beroep meer kunnen doen op sociale uitkeringen, dat kerk en staat eindelijk gescheiden worden, andere leefstijlen wettelijke erkenning krijgen en de rechten van de burger beter beschermd worden. Deze standpunten, die men in het grotendeels conservatieve en klerikale Oostenrijk niet zonder politieke moed kan innemen, brengt Heide Schmidt met zo veel overtuigingskracht voor het voetlicht dat zij vrij algemeen de beste 'performer' tijdens de serie recente televisiedebatten werd genoemd.

Gezien deze Groene en Liberale denkbeelden lijkt het onwaarschijnlijk dat deze kleine oppositiepartijen tot regeringsverantwoordelijkheid zullen worden geroepen. Maar de situatie is zeer onzeker. Bij opiniepeilingen is gebleken dat een derde van de kiezers twee weken voor de verkiezingen nog niet wist wat ze gaan stemmen. Van degenen die dat al wel wisten, noemde 30 tot 32 procent de SPÖ als de partij van hun voorkeur, 29 tot 30 procent de ÖVP 25 tot 26 procent de Freiheitlichen, 6 à 7 procent de Groenen en 5 à 6 het Liberale Forum. Valt het resultaat inderdaad ongeveer zo uit, dan kan de formatie van een nieuw kabinet behoorlijk ingewikkeld worden. Hoewel ÖVP -leider Schüssel dan politieke schade zal hebben opgelopen omdat het hem niet gelukt zal zijn de ÖVP weer grootste partij te maken, is ook in dat geval een coalitie ÖVP -Freiheitlichen niet uitgesloten. En dat blijft (ook al wil men niet meedoen met de in veel kringen gepraktiseerde demonisering van het 'monster uit Karinthië'), gezien Haiders vergoelijken van het nazi-verleden van vele Oostenrijkers en de contacten die hijzelf en zijn partij met allerlei duistere figuren van ultrarechts onderhouden, geen vrolijkmakend perspectief.