'Onder vier ogen ben ik nog steeds drammerig'

Henk Binnendijk (Rijnsburg, 1934) maakt, al ruim twintig jaar, 'verkondigende programma's' voor de Evangelische Omroep. In Het hart op de tong en Fifty-Fifty confronteerde hij respectievelijk argeloze voorbijgangers en bekende Nederlanders met geloofsvragen. Zijn bijbelstudieprogramma Wereld van verschil wordt momenteel herhaald op zondagochtend. En elke zaterdagavond gaat hij in zijn nieuwe serie Mènsenlief! op bezoek 'bij gewone mensen met een bijzonder verhaal of bij bijzondere mensen met een gewoon verhaal':

“Ik was voorbestemd om het expeditiebedrijf van mijn vader over te nemen, maar op mijn dertigste besloot ik daar uit te stappen. Omdat God mij riep. Prompt kreeg mijn vader kanker en had hij nog maar een paar maanden te leven. Ik kon niet begrijpen waarom Hij dat toeliet. Ik heb Hem toen enige tijd mijn rug toegekeerd, maar gelukkig realiseerde ik me later dat ik niet op alle vragen een antwoord mag verlangen. En ik heb mijn weg vervolgd. Mijn uitgangspunt - dat weet iedereen - is dat God gewoon bestaat. Ik ben geen apologeet.

In een bijbelstudieprogramma wek je al snel de indruk alles zeker te weten. Veel mensen ergeren zich daaraan. Maar op heel veel vragen heb ook ik natuurlijk geen antwoord. Tegenover ongelovigen voel ik me vaak machteloos. Je praat over iets onzichtbaars dat voor jezelf een werkelijkheid is, maar dat je niet op die ander kan overbrengen. Dat is heel frustrerend.

Mènsenlief! is niet een sterk evangeliserend programma. Tijdens de opnamen praat ik meestal meer over God dan je uiteindelijk in het programma ziet. In de montage kiezen we daar heel bewust voor. Onder vier ogen ben ik nog steeds drammerig, maar ik stel me wat bescheidener op als een heleboel Nederlanders over mijn schouder meekijken.

Ik wil in de mensen zelf geïnteresseerd zijn, ze niet als een object zien waar ik het evangelie aan kwijt kan. Dat óók wel, maar ook gewoon als mens. Jezus Christus had het ook niet altijd over het evangelie. Toen tijdens een bruiloft de wijn op was, maakte hij 600 liter nieuwe wijn. Vroeger zou mijn reactie geweest zijn: dan kunnen we nu mooi iets van het evangelie doorgeven. Maar Hij deed op zo'n moment alleen maar iets goeds, zonder te preken.

Mènsenlief! maak ik grotendeels intuïtief. Ik heb de mensen vantevoren nooit gesproken en vaak weet ik niet wat mijn eerste vraag zal zijn. Maar als je gewoon bij iemand op visite gaat, dan bedenk je vantevoren toch ook niet wat je eerste opmerking zal zijn? Ik probeer mezelf te zijn, voorzover dat lukt. Ik ben voorzichtiger dan vroeger. Dat is misschien mede ingegeven door de weerstanden die ik heb opgeroepen. In het verleden heb ik door mijn drammerigheid wel schade aangericht bij mensen. Maar nu moet ik zelfs uitkijken dat ik niet te voorzichtig wordt. Het is moeilijk om jezelf daarin te controleren.

Ik probeer te waken voor demagogie, maar natuurlijk ben ik een beetje een demagoog. Ik wil mensen bereiken. Voor een grote zaal vol mensen krijgt dat al snel iets schreeuwerigs. Dat kan men mij kwalijk nemen. Maar ik wil geen vrijblijvend praatje houden. Ik breng mijn hart naar buiten, en dat maakt je kwetsbaar.

Ik stel me nooit de vraag wat mijn doelgroep is. Als je op de markt het evangelie gaat verkondigen, tegen wie praat je dan? Uit onderzoek blijkt dat 70 tot 80 procent van onze kijkers geen lid is van de EO.

Het eindeloze geheim van het christen-zijn is om te proberen dicht bij God te leven en je te houden aan Zijn Geboden en om tegelijkertijd dicht bij de mensen te staan, midden in de wereld. Jezus Christus leefde ook dicht bij God en ongelofelijk dicht bij de mensen. Hij at met tollenaars en zondaars. En Hij werd met ontferming over ze bewogen. Het deed Hem wat.

Als ik geen christen was, zou ik oppervlakkiger kijken. Ik probeer naar de mensen te kijken zoals God hen ziet. Dat klinkt pretentieus, maar het màg ook wel een beetje pretentieus zijn. Als je - als christenen onder elkaar - zegt dat je niet veel beter bent dan ongelovigen, dan heeft het christendom geen enkele waarde. Dan kun je net zo goed stoppen met het hele spul. Onderling mogen we pretenties hebben, maar naar buiten toe moeten we heel bescheiden zijn. Wij worden gepakt op pretenties die we niet waarmaken. En terecht.

Televisie is oppervlakkig en vreselijk dominant. Zij heeft veel schade berokkend aan het gebedsleven van christenen. En bij ongelovigen heeft televisie veel communicatie weggenomen. Neem een huwelijk. Jonge mensen gaan trouwen. De man, of misschien wel allebei hebben ze de hele dag hard gewerkt. En dan gaan ze de hele avond naar de televisie zitten kijken. Hoe moet je elkaar dan ooit leren kennen?

Televisie veroorzaakt verschuivingen in het denken van mensen, zonder dat zij dat zelf in de gaten hebben. Veel slechte zaken worden op een dusdanige manier gepresenteerd dat wij ze bijna goed gaan vinden. We zitten toch rustig achterover leunend te genieten van alle mogelijk driehoeksverhoudingen die ons in films en series worden voorgeschoteld. Ik vermoed dat er voor de komst van de televisie minder overspel werd gepleegd.

Of een EO-programma over homoseksualiteit denkbaar is? Daar heb ik heel lang over nagedacht. Ik ben er niet uit. En wat ik er ook over zeg, het zal mij kwalijk worden genomen door de ene of door de andere kant. Enerzijds doet de Bijbel er uitspraken over en daar sta ik achter. Anderzijds heb ik met mensen te maken. Daar heb je weer dat spanningsveld. Ik ken ze uit mijn eigen omgeving, ik praat met ze, ik heb ze lief en ik lijd met ze mee. Je hebt weinig gelovige homoseksuelen die nìet tobben.

Ik wil hen absoluut niet veroordelen, maar ik kan hun levenspraktijken ook niet voor de volle 100 procent aanvaarden. Ik kan me een beetje voorstellen hoe sterk hun neigingen zijn. En ik probeer daar minstens begrip voor te hebben. Ik ben gek op de muziek van Tsjaikovski. Maar die man is twee weken getrouwd geweest. Dat kun je niet ontkennen. Je hebt ook mannen die de neiging hebben om met iedereen in bed te duiken. Zij kunnen daar ook niet aan toegeven.

Zeker niet als ze getrouwd zijn. Wij allen kennen een strijd. Billy Graham heeft gezegd dat voor een geestelijk leider drie gebieden heel gevaarlijk zijn: macht, vrouwen en geld. Daar moet je alert op zijn. Ik ben dan ook blij dat ik bij de EO gewoon op de loonlijst sta. Geld en godsdienst wil ik graag gescheiden houden.''

    • Alex de Ronde