Nu de Wijers-fabriek?

Laten de ondernemers het paarse kabinet in de steek? Er zijn er te weinig van en zij investeren niet genoeg. Dat was in kort bestek de boodschap van minister Wijers donderdag op een bijeenkomst van de Rabobank, waar banktopman Wijffels zijn financiële en economische voorspellingen voor 1996 deed.

De minister voegde aan de kabinetsslogan 'werk, werk en nog eens werk' een nieuwe toe: investeren, investeren en nog eens investeren. Na de Melkert-banen straks de Wijers-fabrieken?

Nederland zit op goud, maar wij maken er onvoldoende gebruik van, mag de minister graag zeggen. Maar het is niet alles goud dat er blinkt in het Nederlands bedrijfsleven. Om te beginnen zijn er te weinig ondernemers, vindt Wijers. In Nederland is het aantal ondernemingen per 1000 inwoners maar 28, tegenover een gemiddelde in Europa van 49. En de ondernemingen die wij hebben investeren te weinig. De bruto investeringen door bedrijven (bij voorbeeld in nieuwe machines en produktieprocessen) liggen nu op 12 procent van het nationale inkomen. Dat moet omhoog naar 15 procent, wil Nederland tenminste een structurele economische groei halen van 3 procent.

Het is pech voor het kabinet dat Nederland zoveel multinationals heeft die globalisering al in de praktijk brachten voordat het een fenomeen werd waarover debatten worden georganiseerd. Nederlandse bedrijven hebben dit jaar al voor meer dan 10 miljard gulden buitenlandse overnames aangekondigd of uitgevoerd, meer dan een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar.

Niet alleen bedrijven laten Wijers in de steek, ook de beleggers. De institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, kregen eergisteren de wind van voren. Er stroomt te weinig kapitaal naar veelbelovende bedrijven, zo luidt Wijers' kritiek.

De grote beleggers zijn dominante financiers. De beleggingen van de instituten van bijna 800 miljard gulden zijn een kwart groter dan het bruto binnenlands produkt. Zonder hen zou de Nederlandse overheid zijn jaarlijkse tekort niet kunnen financieren. Toch staan hun beleggingen in aandelen op recordhoogte: 160 miljard gulden, bijna 21 procent van hun beleggingen.

De wassende stroom investeringen in aandelen betekent niet automatisch dat hun geld ook terecht komt bij bedrijven die het nodig hebben voor investeringen. De Nederlandse kapitaalmarkt en de Nederlandse financiële instellingen die tussen investeerders en bedrijven bemiddelen, werken niet in alle opzichten efficiënt. Dat is mede een gevolg van de vergaande concentratie onder banken, verzekeraars en grote beleggers. De laatste fusiegolf, die onder meer ING en ABN Amro heeft opgeleverd, kreeg het groene licht van de vorige minister van financiën (Kok). Hij had liever een paar grote, maar sterke financiële instellingen dan een versnipperde bedrijfstak, met intensievere concurrentieverhoudingen, die het doelwit kon worden van buitenlandse overnames.

Het falen van de kapitaalmarkt bij financiering van doorgroeiende bedrijven is een thema dat regelmatig opduikt. Wijers' voorganger op Economische Zaken, Andriessen, zag drie jaar geleden een kapitaaltekort in de Nederlandse industrie. Het ging slecht met Philips, Hoogovens, DAF. Hij besloot tot actie. Hij zette de banken en de grote beleggers onder druk voor de oprichting van een Industriefaciliteit met bijna 900 miljoen gulden, die doorgroeiers zou moeten financieren die vanwege hun risicoprofiel bij andere financiers niet aan de bak kwamen.

Het was een aardig idee, maar tegen de tijd dat het idee was omgezet in een echte financieringsregeling, was het economisch tij gekeerd. Koersen op de effectenbeurzen explodeerden, bedrijven konden weer gemakkelijk financiering aantrekken. Het Industriefonds is nooit in trek geweest: na bijna twee jaar zijn er slechts twee bedrijven gefinancierd. Wijers kan de overheidsbijdrage in dit fonds (200 miljoen inleg) beter reserveren voor nieuwe fiscale faciliteiten voor de financiering van bedrijven die door de startersfase heen zijn en kapitaal zoeken.