MESTOVERSCHOT; Tussen boerenverstand en milieu

DEN HAAG, 9 DEC. De mestpolitiek is omstreden. De milieuorganisaties verwijten de politiek “slapte”. De boeren vinden het juist “buitensporig streng”. De Tweede Kamer debatteert maandag met de ministers Van Aartsen (landbouw) en De Boer (milieu) over het nieuwe mestbeleid. Waar hebben zij het dan precies over?

De mestproduktie in Nederland - volgend jaar nog 206 miljoen kilo fosfaat - is volgens het kabinet veel te groot. Boeren moeten daarom gaan bijhouden hoeveel mest zij over het land uitstrooien. Strooien zij meer uit dan de vastgestelde norm dan zijn er twee keuzes: inkrimpen of betalen.

Het probleem van overproduktie doet zich vooral voor op de van fosfaat en stikstof verzadigde zandgronden in het zuiden en het oosten van het land. Die gebieden lijden dubbel: zand neemt slecht mest op en het aantal varkens is er hoger dan elders. De waterleidingbedrijven hebben al de noodklok geluid. Zij gebruiken het met stikstof vervuilde grondwater voor de drinkwatervoorziening. Zuiveren kost honderden miljoenen guldens.

Halfzachte maatregelen - beperkingen zonder werkelijke sancties - van voorgaande kabinetten leidden niet tot oplossingen. De mestproduktie bleef groeien. Van Aartsen en De Boer willen de milieubelasting definitief aan banden leggen. Vanaf 1998 mogen de boeren in het hele land jaarlijks nog veertig kilo fosfaat per hectare 'overbemesten', dat wil zeggen meer dan het land eigenlijk aankan. In 2008 zal die marge nog maar twintig kilo zijn. Wie niet horen wil, zal het dan voelen in de portemonnee. Vijf gulden per kilo bij kleine overschrijdingen en een heffing van twintig gulden per kilo bij grote. De boeren willen absoluut geen norm lager dan vijftig kilo, anders wordt volgens hen “Nederland een land zonder boerenverstand”.Een veel gehoord argument van de boeren is: “er is helemaal geen mestoverschot in Nederland”. Letterlijk gezien hebben ze gelijk: er blijft niets liggen, er is geen 'mestberg'. De mest verdwijnt namelijk grotendeels in het milieu. Een echt overschot zal pas worden gecreëerd als de nieuwe mestnormen gelden en de overbemesting wordt gelimiteerd. In 1996 zal dat overschot drie miljoen kilo bedragen en in het jaar 2005 zal dat zijn opgelopen tot zeventien miljoen kilo.

Het kabinet heeft twee maatregelen bedacht om die overschotten dan weg te werken. Heffingen moeten de veehouders er toe kunnen brengen om de mestoverschotten vrijwillig terug te dringen; overschrijdingen kosten immers geld. Daarmee moet tien miljoen kilo van de mestproduktierechten uit de markt worden genomen. De resterende zeven miljoen kilo zal door inkrimping van veestapel moeten verdwijnen. Nu al geldt dat boeren maximaal 125 kilo fosfaat per jaar per hectare mogen produceren. Verkopen zij hun mestrechten of neemt een familielid het bedrijf over, dan vervallen automatisch vijfentwintig procent van die rechten. Zet een andere veehouder het bedrijf op dezelfde plek voort, dan mag in de toekomst nog maar de helft worden geproduceerd. Het aantal beesten zal verminderen.

De hardste klappen zullen vallen bij de varkenshouderijen. De vijftien miljoen varkens produceren eenderde van de totale hoeveelheid mest. Zij veroorzaken echter zestig procent van het mestoverschot. Om het leed in die sector wat te verzachten wil het kabinet een fonds instellen voor sanering en herstructurering. In het fonds wordt in de periode 1996 tot 2002 475 miljoen gulden gestort. De boeren voelen zich gepakt door Van Aartsen die hen “niet haalbare en onbetaalbare” normen oplegt. De milieuorganisaties vinden dat de vervuiling “op een onwenselijk niveau blijft”. Eén ding is zeker, beiden tevreden stellen is onmogelijk.