Koningin zette toon voor laconiek debat over afscheid gulden

Nee, koningin Beatrix had er geen moeite mee dat haar beeltenis van de Nederlandse geldstukken zou verdwijnen als er een Europese munt zou komen. Ze zei dat in haar openingstoespraak tot de Europese top in Maastricht, vier jaar geleden. Op die top namen de Europese leiders het besluit om voor het einde van de eeuw een gemeenschappelijke munt in te voeren.

Met de laconieke wijze waarop Beatrix van haar beeltenis op de munten afstand nam, was de Nederlandse toon gezet: van het einde van de gulden zou geen ophef gemaakt worden. Het enige protest komt uit orthodoxe protestants-christelijke hoek: daar maakt de SGP bezwaar tegen de verdwijning van het randschrift 'God zij met ons'. Dat zou, desnoods in het goddeloze Latijn, op de Euromunt moeten terugkeren.

Ook het opgeven van de naam gulden speelt in het Nederlandse debat over de Economische en Monetaire Unie geen rol. Een campagne voor 'florijn' is niet echt gevoerd, al heeft president Duisenberg die naam wel geopperd. Terwijl de Financial Times onlangs een lans brak voor de 'florin' is Nederland stilzwijgend akkoord gegaan met het steriele 'euro'.

Als de gulden in 2002 werkelijk plaats maakt voor de euro, komt er een einde aan een munt met een geschiedenis van ruim driehonderd jaar. De Republiek der zeven verenigde Provinciën had er ruim een eeuw voor nodig om tot een uniforme munt te komen. Nadat de gouden rijders uit het Bourgondische rijk onder Philips de Goede in de 15de eeuw voor monetaire eenheid hadden gezorgd, vervielen de noordelijke Nederlanden na de afscheiding van het Habsburgse rijk in 1572 in een rommelig monetair tijdperk. Het verzet van de rijke steden in de Republiek tegen een uniforme regeling was groot en het duurde tot 1694 voordat de nieuwe statengulden werd geaccepteerd.

Zowel de gouden rijder uit het Bourgondische rijk als de statengulden van de Republiek vormden de monetaire uitdrukking van een staatkundige eenheid. Bij de euro gaat het omgekeerd: de munt loopt vooruit op de beoogde politieke eenwording in Europa, waarvan overigens zeer onzeker is hoe die gestalte zal krijgen.

In het gebruik zal er toch veel veranderen in Nederland, want de vertrouwde indeling in kwarten (kwartje, rijksdaalder, vijfentwintig gulden) gaat verdwijnen. Troost: de euro-cent komt terug.

Vooralsnog laat de verdwijning van de gulden het publiek onverschillig. Het was heel anders toen Brussel een paar jaar geleden een richtlijn uitgaf voor de samenstelling van gemalen vlees. Dat bracht in Nederland opwinding teweeg. Het ging dan ook over de nationale gehaktbal. In welke munt die betaald wordt, laat de Nederlanders kennelijk koud.