Kinderen die aardig gevonden worden, hebben betere kansen; Vriendjes voor het leven

Is vriendschap aangenaam maar nutteloos? Nee, zegt de wetenschap. Vriendschappen kunnen kinderen maken en breken, volgens ontwikkelingspsycholoog Williard Hartup. Op basisscholen vervangt les in vriendschap het godsdienstonderwijs. Vriendschap kan een fundament voor de samenleving vormen, zegt filosoof Henk Woldring. Terug naar Aristoteles: een reportage over burgervriendschap, te beginnen op school.

Darcy en Uzman zijn elkaars beste vrienden. “We puzzelen en computeren samen en we gaan altijd naast elkaar zitten en geintjes vertellen, zegt Darcy (10). “Als ze Uzman pesten ga ik hem helpen en als ze hem slaan haal ik de juffrouw. En ik help hem met werken. En in het Duinrelbad durfde hij niet in het water want hij was bang dat er vissen in zaten en toen ging ik hem helpen.” Elkaar duwend en stompend, het lijkt een robuuste vorm van knuffelen, stommelen Darcy en Uzman de trap op naar hun klas.

Vriendschap lijkt veel invloed op de ontwikkeling van kinderen te hebben, en de wetenschappelijke interesse voor het onderwerp is binnen de sociale- en ontwikkelingspsychologie dan ook groeiende. Ontwikkelingspsycholoog prof. dr. Williard Hartup, van de Amerikaanse University of Minnesota, is een toonaangevend onderzoeker op het gebied van vriendschap. Hij was onlangs een paar maanden te gast op het Nijmeegse Rutten Instituut voor Wetenschappelijk Onderwijs in de Psychologie.

Het verschil in ontwikkeling tussen kinderen met en zonder vrienden (75 procent heeft vrienden, 25 procent heeft ze niet) leek tot voor kort niet bijzonder groot, omdat onderzoekers kinderen sec indeelden in die twee categorieën: met of zonder vrienden. Hartup bestudeerde kindervriendschappen verfijnder, door onderscheid te maken tussen 'goede' en 'slechte' vrienden. Een kwalitatief goede relatie - netjes onderhandelen, elkaar steunen - met een sociaal aangepaste vriend, blijkt stimulerend voor de ontwikkeling van een kind. Twee asociale of agressieve kinderen die vriendschap sluiten zullen elkaars ontwikkelingskansen juist verder verslechteren, zeker als de vriendschap ook nog van slechte kwaliteit is, en er sprake is van ongelijkwaardige partners die dwingend of ruziënd met elkaar omgaan en praten over 'slechte dingen'. Kinderen die bijvoorbeeld volgens hun onderwijzer, hun moeder en hun klasgenoten geen vrienden hebben, kunnen zelf desgevraagd altijd wel een paar vrienden noemen. De methodologie van vriendschapsonderzoek is dus complex. Hartup kwam tot de conclusie dat kinderen die aardig worden gevonden door leeftijdgenoten, aanzienlijk betere ontwikkelingskansen hebben dan kinderen die niet populair zijn in hun groep. Op de levensloop van agressieve kinderen rust geen zegen, blijkt uit Hartups werk. “Agressief gedrag, storen en intimideren, is zowel in Nederland als in Amerika de belangrijkste reden waarom kinderen door klasgenoten worden verstoten.” Agressieve en impopulaire kinderen ontwikkelen zich slechter op cognitief, sociaal en emotioneel gebied, verlaten vaker vroegtijdig de school en begeven zich ook vaker op het criminele pad. Agressief gedrag is daarnaast een veel constanter persoonlijkheidskenmerk dan sociaal gedrag. Agressieve kinderen raken kortom gevangen in een neerwaartse spiraal. Vriendschap met een ander agressief kind versterkt zo'n vicieuze cirkel van storend gedrag en afwijzing.

Zwemmen

Darcy en Uzman zitten op de Kleine Prins, een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK) in Amsterdam-West. De leerkrachten van de Kleine Prins zijn het niet eens met Hartups opvatting dat agressieve kinderen geen goede vrienden kunnen zijn, al is het misschien waar dat ze elkaars agressieve gedrag versterken. Directeur Tom Pijpers: 'Negen van de tien kinderen hebben nog nooit een vriend gehad als ze op onze school komen. Op de gewone basisschool lagen ze er altijd uit. Ouders schamen zich voor zo'n agressief kind en durven niet naar de camping, niet naar het zwembad. Op deze school maken de kinderen, als hun zelfvertrouwen groeit, voor het eerst van hun leven vrienden.' Het onderwijs op de Kleine Prins met veel aandacht voor duidelijkheid, belonen en prijzen van het kind schept de voorwaarden voor het ontstaan van vriendschap. 'Kinderen die bij ons komen zijn eerst heel egocentrisch. Om een vriend te kunnen zijn moet je iets kunnen geven of delen.

' En je moet de juiste afstand kunnen bewaren. Tom Pijpers: 'Nieuwe kinderen praten op vijf centimeter van je neus. Veel van hen zijn distantieloos. We leren ze dat je wordt afgewezen als je zo dichtbij komt.'

In een woelige colonne wandelen een stuk of twintig Kleine Prins-kinderen deze ochtend naar het zwembad. Onderweg valt op hoe vaak ze elkaar schoppen en stompen, terwijl er ook naar hartelust tegen dozen en afgedankte troep bij het vuilnis wordt getrapt. Vooral een kapot televisietoestel krijgt het zwaar te verduren. Toch lijken deze kinderen eerder over-sociaal dan asociaal. Ze communiceren extreem intensief. Ze hebben geen moment van dromerigheid, zijn constant alert en op anderen gericht. “Dat komt omdat ze geen basis van veilige hechting hebben”, zegt Tom Pijpers, “ze zijn altijd waakzaam.”

In de klas werken de kinderen in een driezijdig concentratiescherm zoals vaak in studiezalen staat. In het zwembad raken ze bepaald niet in zichzelf gekeerd. Ze schreeuwen om de paar meter: 'Juf kijk!' Op de terugweg zijn ze net als op de heenweg tussen het stompen en schoppen door knus en vrolijk met elkaar. “Johnny is het vieste jongetje van de klas. Die praat altijd over seks”, zegt Uzman, wijzend op een schriel klein ventje van een jaar of zeven, dat nog loopt te klappertanden van het koude zwembad. Natascha, zeer wiebelig, een jaar of negen, wordt treurig als het onderwerp 'vrienden' ter sprake komt. Er zijn maar drie meisjes op de school, tegenover 57 jongens. Hoe vindt ze dat? 'Rot.' Vrienden heeft ze niet en zij krijgt altijd de schuld als er wordt gevochten, zegt ze. Hoewel Natascha schrikwekkend scheldt en her en der harde stompen uitdeelt, zijn de jongens duidelijk dol op haar. Ze mag met jarige Achmed mee de klassen rond en Darcy zegt dat hij alles met haar deelt, brood en snoep. 'Want ze is erg lief.'

Gemengde leeftijdsgroepen

Agressief gedrag is deels aangeboren en deels aangeleerd, meent Hartup. Agressieve kinderen hebben een moeilijk temperament (de kern van een persoonlijkheid die aangeboren is). Ze zijn vaak druk of overactief, ongeduldig, heftig in alle gevoelens en snel gefrustreerd. Samen met het temperament creëren het gezin en de buurt waarin een kind opgroeit zijn persoonlijkheid. De kans op depressieve en ontgoochelde moeders en echtelijke twist wordt volgens Hartup vergroot door economische malaise. Strijdende ouders werken sterk in de hand dat hun kinderen zich agressief gaan gedragen. Een slecht huwelijk zonder openlijke strijd is geen risicofactor. Te strenge ouders èn te weinig sturende ouders kunnen allebei agressieve kinderen kweken.

Een warme, responsieve en op milde wijze disciplinerende opvoeding geeft de meeste kans op sociaal getalenteerde kinderen.

In landen waar kinderen van verschillende leeftijden samen opgroeien, zijn kinderen socialer dan in Nederland en Amerika, waar ze meestal opgroeien in groepen met leeftijdgenoten, aldus Hartup. “Conflicten ontstaan het snelst tussen leeftijdgenoten. Samenwerking en behulpzaam gedrag zie je vaker tussen kinderen van verschillende leeftijd. De nieuwste trend in Amerika zijn gemengde leeftijdsgroepen op kinderdagverblijven. In Scandinavië is het al jaren zo dat kinderen van drie tot zeven jaar samen in een klasje zitten. Ik ben daar een groot voorstander van, al vraagt het veel van de leidsters. Twee zevenjarigen kunnen leuk vadertje en moedertje spelen met een driejarige als de baby, maar voor touwtje springen heeft een meisje van zeven leeftijdgenoten nodig. De leidsters moeten zorgen dat alle kinderen aan hun trekken komen.”

Op Montessorischolen vormen gemengde leeftijdsgroepen de basis voor de sociale opvoeding. Kinderen van drie verschillende jaargangen zitten er bij elkaar. Pesten is een veelbesproken thema op scholen sinds het VPRO-programma Lopende Zaken een uitzending wijdde aan de zelfmoord van een scholier die door iedereen werd gepest. De ouderavond op de 12e Montessorischool in Amsterdam gaat deze maand dan ook over pesten en vriendschap. De 12e Montessorischool wil geen speciaal pest-project, omdat de school dagelijks aandacht besteedt aan goed met elkaar omgaan.

Les in vriendschap vult op gewone basisscholen het gat dat valt door het gebrek aan belangstelling voor godsdienstonderwijs. Op de 12e Montessori-school wordt helemaal geen godsdienstles meer gegeven, omdat maar twee of drie ouders hun kind daarvoor opgaven. Negentig procent van de kinderen doet mee aan het facultatieve Humanistisch Vormings Onderwijs (HVO). “Dat gaat over vriendschap en vriendenonderwerpen”, zegt een leerling in een videofilm die docent HVO Hetty Duijm laat zien op de ouderavond. 'Hoe gaan echte goede vrienden met elkaar om' is het thema van de gefilmde les. De kinderen beelden het thema uit door middel van tableaux vivants. De jongens irriteren de meisjes, en andersom. Het nagesprek dwaalt af naar het onderwerp ouders. , Ik heb geen vader want ik kom uit een zaadje van de dokter”, vertelt een jongen, “dat is prettig want zo is er nooit ruzie en krijg ik veel cadeautjes.

” De ouders in de zaal schateren. “Jullie lachen”, zegt Hetty Duijm, “maar de kinderen in de kring lachten niet.” Respect, openheid en dialoog zijn de belangrijkste humanistische waarden die het HVO uitdraagt, vertelt ze. Het thema vriendschap is op al haar scholen favoriet. 'Dieren' komt op de tweede en 'ruzie' op de derde plaats.

Gemeenschapszin

Vriendschappen veranderen gedurende de levensloop. Vriendschap tussen kleine kinderen betekent speelgoed delen en samen spelen. Adolescenten praten meer met hun vrienden en verwachten elkaars trouw en loyaliteit. Volwassenen hebben vaak vriendschap, of iets in die richting, met collega's en met familieleden. Kinderen vormen elkaar in vriendschap, volwassenen bestendigen elkaar, zegt Hartup: “Volwassenen zoeken in vriendschap bevestiging van hun wereldbeeld en erkenning van hun eigen persoon.” Kindervriendschappen zeggen wel iets over hoe dezelfde persoon als volwassene met vrienden omgaat. Hartup: “Lange termijn-studies zijn er nog niet, maar als je oude mensen vraagt naar de vriendschappen gedurende hun leven, blijkt dat je inderdaad kunt spreken van een vriendschapsstijl die een persoon typeert.” Hartups collega S.H. Matthews onderscheidde drie types: de onafhankelijken, met vriendelijke, bevredigende sociale contacten, maar zonder intieme vriendschappen; dan het kritisch-individualistische type met een klein aantal heel close vriendschappen; en het inhalig-individualistische type dat altijd veel vrienden heeft en verwacht dat vrienden altijd beschikbaar zijn. “Uit het onderzoek van Matthews bleek ook dat oude mensen de vrienden die ze hebben, al heel lang hebben. In vriendschap zijn we blijkbaar erg trouw.”

In zijn eigen vriendschappen ziet Hartup ook die continuïteit. “Ik heb maar weinig vrienden die niet academisch geschoold zijn. Ik heb altijd vrienden gemaakt op grond van gedeelde interesse. Mijn beste vrienden zijn collega's. In mijn omgang met vrienden ben ik ook altijd dezelfde gebleven. Ik ben niet de meest open persoon die je kan treffen, en ik hou niet van ruzie. Volgens mijn onderzoek is een kenmerk van vriendschap dat je op een goede manier conflicten oplost, maar mijn eigen manier van omgaan met conflicten is ze uit de weg gaan. Dat doe ik mijn leven lang al zo. Ik houd ook van gelijkwaardige vriendschappen, of misschien zelfs, dit moet ik zeggen, van vriendschappen waarin ik een beetje de baas ben.'

Prof.dr. H.E.S. Woldring, hoogleraar politieke filosofie aan de Vrije Universiteit, schreef het boek Vriendschap door de eeuwen heen. Woldring vindt het jammer dat vriendschap in onze samenleving louter wordt beschouwd als een privé-aangelegenheid. In de Griekse en Romeinse oudheid zag men vriendschap als een broedplaats voor gemeenschapszin. Aristoteles noemde zo'n vriendschap die de samenleving schraagt en haar voortbestaan veilig stelt 'burgervriendschap'. 'Vriendschap sticht eendracht,' schreef hij. Woldring vraagt zich af of deze burgervriendschap nieuw leven ingeblazen kan worden. Minder sympathie toont hij voor Epicurus die schreef: 'vriendschap is als een dans die de wereld rondgaat en die oproept tot het vieren van een gelukkig leven', en voor Montaigne 'die vrienden niet zag als politieke bondgenoten, maar als degenen die zijn eenzaamheid deelden en die hem steunden in moeilijke tijden'. “Ik ben wel gegrepen door de manier waarop Montaigne de persoonlijke intimiteit en betrokkenheid binnen vriendschap beschrijft”, zegt Woldring. “Vriendschap geeft glans aan je leven. Een afspraak met een vriend geeft je dag iets om naar uit te kijken en de herinnering geeft de volgende dag een bijzondere kleur. Maar daar schreven Griekse en Romeinse filosofen ook over. Aristoteles noemde het doel van vriendschap eudaimonia: verhoging van de kwaliteit van het privéleven èn het gemeenschapsleven. Vriendschap heeft bij Aristoteles en Cicero óók een publieke functie, en bij Montaigne niet. Politiek staat bij Montaigne voor corruptie en macht. Vriendschap is daarentegen integer en zuiver en biedt je beschutting tegen de boze buitenwereld, aldus Montaigne. Aristoteles zag burgervriendschap als middel ter bescherming van de polis, de staat. Vrienden willen dat de kwaliteit van het gemeenschappelijke leven toeneemt, ook voor komende generaties: een leefbare wereld voor je kinderen.”

Burgervriendschap heeft een bredere betekenis dan dat twee vrienden discussiëren over het wereldgebeuren. “Spinoza schrijft in zijn Ethica dat je in vriendschap de vreugde leert kennen van het opkomen voor de belangen van anderen. Aristoteles zag vriendschap als een leerschool van de deugd. Je oefent je in rechtvaardigheid, mildheid van oordeel, kritiek geven zonder te kwetsen en het liefhebben van de ander omwille van de ander.' Waarom wil Woldring nieuwe aandacht voor burgervriendschap? “Moet je nagaan hoeveel er nu in politieke partijen wordt nagedacht over burgerschap! Ik ben helemaal niet negatief over onze samenleving; atomisering, ontbinding, het is slechts ten dele waar. Maar de verzorgingsstaat heeft burgers passief gemaakt en ze verantwoordelijkheid ontnomen. Als er iets niet deugt in de buurt moeten ze daar iets aan doen. Ze! Burgerschap betekent met elkaar de kwaliteit van het gemeenschapsleven verhogen. Sommige tijdgenoten gaan zo op in hun carrièrejacht en hun al te individualistische streven dat ik denk: meer aandacht voor vriendschap, als liefde voor de ander omwille van de ander, zou meer gemeenschapszin kunnen kweken. Cicero zei tegen de senatoren: als er één ding is dat ons kan redden is het de amicitia.'

Woldring beschrijft in Vriendschap door de eeuwen heen ook recente vriendschapsidealen, zoals het vriendennetwerk van Iteke Weeda, 'geen liefde van gewapend beton, maar een liefde van verbindende luchtdeeltjes' in de woorden van Weeda. Ook noemt hij de socioloog Pauline Naber die constateert dat vriendschappen, vooral in de lagere sociale klasse, vaak verdwijnen als mensen gaan samenwonen of trouwen. Het huwelijk is voor volwassenen de belangrijkste vriendschap, blijkt in de praktijk.

Volgens Hartup ligt vriendschap tussen man en vrouw niet voor de hand, omdat mensen van nature vrienden zoeken die zoveel mogelijk op henzelf lijken: 'Birds of a feather flock together.' Pubers die school haten sluiten vriendschap met kinderen die ook afgeven op school, en versterken elkaar in die houding. Vroegrijpe meisjes vinden stimulans bij vriendinnen met dezelfde interesse in romantisch avontuur. Hartup: “Soort zoekt soort, is de regel. Slechts een op de twintig kindervriendschappen is tussen een jongen en een meisje. Vriendschap binnen een huwelijk is moeilijk, omdat mannen en vrouwen op zo'n verschillende manier genegenheid tonen en intimiteit zoeken. Mij stoort het dat altijd wordt gesteld dat vrouwen zich meer inzetten voor het contact en de band dan mannen. De vrouwelijke stijl van intimiteit - praten over je innerlijk leven - is in de vakliteratuur de definitie van intimiteit geworden. De mannelijke stijl van intimiteit - samen dingen doen en daarover van gedachten wisselen - wordt ondergewaardeerd.”

Intimiteit

Hartup vindt dat relatietherapeuten mannen eenzijdig stimuleren om hun gedrag te veranderen in de vrouwelijke richting. “De man wordt gecorrigeerd. Hij moet zich aanpassen. Sommige mannen zullen dat accepteren, maar anderen niet. Maar misschien is het voor mannen in deze tijd alleen mogelijk een succesvolle relatie te hebben, wanneer ze zich aanpassen aan vrouwennormen. We zullen wel moeten. Wij mannen worden gedwongen om open te zijn over gevoelens. We moeten ons trainen in zelf-analyse.” Het klinkt als een bittere constatering. Hartup bloost. “Ik heb met mijn vrouw meer conflicten gehad over intimiteit dan over welk ander onderwerp dan ook. Rationeel kan ik die vraag om intieme onthulling accepteren, maar ik ben een tamelijk dominante persoonlijkheid, dus ik ben moeilijk te veranderen. Ik ben nu eenmaal niet open.” De laatste vijfentwintig jaar is de ontkenning van sekseverschillen de heersende trend, vindt Hartup. “Sekse-onderscheid mag niet worden gebruikt om de levenskansen van mannen of vrouwen te beperken, maar het mag en moet er wel zijn. Ik vind onderscheid tussen de rol van de vader en de moeder voor de opvoeding zelfs cruciaal. Vaders moeten moeders ondersteunen. Mannen hebben daarnaast een eigen manier van spelen met kinderen, lichamelijk en een beetje stoer. Een onderzoek heeft aangetoond dat stoeien met hun vader goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Maar de indirecte bijdrage van vaders is nog belangrijker. Hele series onderzoeken lieten zien dat kinderen het goed doen in gezinnen waar de vader de moeder steunt. Moeders functioneren dan beter en de kinderen dus ook.' Wat is de mannelijke stijl van ondersteunen? “Being around. Klusjes doen in huis. Waardering tonen voor hoe de moeder met de kinderen omgaat, haar bevestigen. Sommige mannen zijn daarin handiger dan andere.”

Woldring gelooft dat het man-vrouw-rollenpatroon in het gezin cultureel bepaald is. Erkenning van het sekse-onderscheid vindt hij geen voorwaarde voor vriendschap. Hij vindt dat in samen het huishouden doen het geheim van een goede huwelijksvriendschap ligt. “Elke man kan een wasmachine bedienen. Dat is een van de aardige ontdekkingen van onze tijd. Ik kook twee keer per week en ik maak de badkamer schoon. Als mijn vrouw laat thuis komt staat het eten op tafel en heeft een van de kinderen even gestofzuigd. Zo runnen we met elkaar ons gezin.”

Om redenen van privacy zijn de namen van de leerlingen van de Kleine Prins gewijzigd.

    • Renée Braams