Kabinet: militairen in 1996 naar Bosnië

DEN HAAG, 9 DEC. Het kabinet heeft besloten 2.060 militairen beschikbaar te stellen voor de internationale vredesmacht in Bosnië. De Nederlandse militairen zullen deel uitmaken van de 'Implementation Force' (IFOR) van 60.000 'groenhelmen', die ten minste een jaar lang toezien op naleving van het vredesakkoord voor het voormalige Joegoslavië.

Premier Kok maakte dit gisteren bekend na afloop van de ministerraad. Volgende week beslist de Tweede Kamer over het kabinetsvoornemen. Alleen de VVD heeft bezwaar tegen het zenden van troepen.

Het grootste deel van het Nederlandse contingent vormen 1.700 man grondtroepen. Samen met Canadezen en Tsjechen worden deze onder Britse leiding in het zuidwesten van Bosnië gestationeerd. De eerste groep Nederlandse militairen vertrekt begin januari.

Minister-president Kok maakte twee voorbehouden bij het aanbieden van de 2.060 militairen. De VN-Veiligheidsraad moet nog instemmen met een resolutie waarin het mandaat van IFOR wordt geregeld. Daarnaast hebben de landen die troepen leveren aan dezelfde divisie als Nederland hun bijdrage nog niet volledig toegezegd. “We missen nog wat bataljons van de Canadezen, Britten en Tsjechen. Zolang dat niet is ingevuld, wordt onze toezegging niet geëffectueerd.”

De kleur van de helm maakt het verschil duidelijk tussen de VN-troepen en die van IFOR. De IFOR-groenhelmen die nu naar Bosnië gaan, zijn zwaarder bewapend dan de VN-blauwhelmen waren. Ze zijn volgens Kok in staat 'robuuster' op te treden, hetgeen de vredeshandhaving overigens “geen risicoloos gebeuren” maakt, aldus Kok.

Na een half jaar wordt de Nederlandse aanwezigheid geëvalueerd. Een verblijf langer dan een jaar sluit Kok niet uit. De Adviesraad Vrede en Veiligheid stuurde gisteren een advies naar de regering waarin een verblijf van een jaar onvoldoende wordt genoemd. Europese landen, dus ook Nederland, moeten na een jaar de militaire verantwoordelijkheid van de Verenigde Staten overnemen.