Jorritsma wil railnet opsplitsen; Regio krijgt eigen spoorwegbedrijven

ROTTERDAM, 9 DEC. Minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) wil dat er over enkele jaren regionale spoorwegmaatschappijen komen. Deze moeten gaan concurreren met de streekvervoerders in de strijd om vervoersconcessies.

De concessies moeten worden uitgegeven door 15 à 25 bestaande of te vormen regionale overheden. Dit blijkt uit de nota 'Spoor 2000' die door het ministerie is opgesteld.

Deze nota is nog niet toegestuurd aan de Tweede Kamer, die aanstaande maandag debatteert over de verzelfstandiging van de Nederlandse Spoorwegen. Het Kamerdebat gaat met name over het 'overgangscontract' met de NS, dat voor het reizigersvervoer loopt tot en met 1999. Voor de Kamer staat het behoud van onrendabele spoorlijnen centraal. De onzekerheid hierover is voor een meerderheid in het parlement aanleiding om grote vraagtekens te zetten bij de verzelfstandiging van de NS.

Over de regionale spoorwegen zijn straks echter provincies en andere regionale overheden, zoals nog te vormen stadsprovincies, de baas. Zij, en niet de Tweede Kamer, bepalen dan of die spoorlijnen open blijven of niet, zo blijkt uit 'Spoor 2000', waarin de contouren worden geschetst voor het spoorwegbeleid in de volgende eeuw. In de plannen is verder voorzien dat het ministerie zelf slechts verantwoordelijk blijft voor een nationaal, zogeheten Hoofdrailsysteem (HRS), waarop vooralsnog de NS als monopolist het vervoer verzorgen.

Wie het vervoer op de regionale lijnen zullen verzorgen, staat nog niet vast. “Op dit moment is de NS de enige aanbieder van spoorwegdienstverlening op de regionale OV-systemen”, aldus de nota. “In het verleden is dat anders geweest en in de toekomst zal zeker (...) rekening gehouden moeten worden met de toetreding van anderen dan de NS tot het regionale spoorwegvervoer.”

Het ministerie gaat er van uit dat de NS regionale dochterondernemingen zullen oprichten. Daarnaast verwacht het departement dat streekvervoerders zich op spoorvervoer zullen richten.

Het komt niet alleen door deze reeds tamelijk vastomlijnde toekomstvisie dat de worsteling van de Kamer met het lot van de onrendabele lijnen vooral een symbolisch karakter heeft. Ook staat in het debat van volgende week een contract ter discussie waarin de Kamer geen partij is. Het is een contract dat Jorritsma met de NS heeft gesloten. Het contract behoeft dan ook niet de goedkeuring van de Kamer.

De Kamer zit nu klem tussen morrend instemmen en de minister terugsturen naar de onderhandelingstafel. Dat laatste zou echter een beslissing zijn met zeer verregaande consequenties. Het zou de precaire arbeidsrust in het bedrijf verstoren én het in de afgelopen jaren zorgvuldig ineengezette kaartenhuis van juridische en financiële afspraken doen instorten.

Pag.2: 'Nee' van de Kamer kost het ministerie miljoenen

Het departement wacht dan een strop van ten minste honderd miljoen gulden. Dit komt doordat NS en ministerie in het kader van het overgangscontract zijn overeengekomen de overheidsbijdrage voor het spoorvervoer af te bouwen. De afgelopen twee jaar hebben beide partners reeds in de geest van dit contract gehandeld, maar bij afketsen kan de NS aanspraak maken op de oude subsidieregeling.

Een inkijkje in 'Spoor 2000' is enkele weken geleden in de vorm van een apart, door het ministerie als 'gedachtenontwikkelingsnotitie' aangeduid stuk, toegezonden aan belanghebbende organisaties. De Tweede Kamer heeft het stuk, 'Decentralisatie regionaal spoorvervoer', gisteren ontvangen, nadat er door leden vragen over waren gesteld.

Uit de beantwoording door Jorritsma van schriftelijke Kamervragen ter voorbereiding van het debat van maandag blijkt dat de provincies Friesland en Groningen graag bereid zijn deel te nemen aan eventuele decentralisatie-experimenten, “bij voorkeur op korte termijn”. Deze twee provincies hebben relatief de meeste onrendabele lijnen. Bovendien hebben de streekvervoerders Fram (Friesland) en Gado (Groningen) al in een eerder stadium kennisgegeven van hun belangstelling voor de provinciale spoorlijnen.

Ook valt in de antwoorden op de Kamervragen te lezen dat de NS weliswaar concurrentie krijgt in het spoorvervoer, maar zijn monopoliepositie behoudt als exploitant van stations. Wel is gegarandeerd dat concurrerende spoorwegmaatschappijen hun eigen loket mogen openen. Over het bouwen en sluiten van stations beslist echter de overheid.

In het door Jorritsma en de NS gesloten contract was nog niet expliciet geregeld hoe de bescherming van consumentenbelangen vorm zou krijgen, met name gedurende de periode dat de NS als spoorvervoerder nog niet aan de tucht van de markt is blootgesteld. Eerder liet de minister al weten dat er een handvest komt waarin de rechten van de individuele treinreiziger worden vastgelegd.

Zij wil een aantal “niet vrijblijvende afspraken” tussen overheid, spoorwegen en een nog in te stellen, gezamenlijk secretariaat van Consumentenbond, ANWB en reizigersvereniging Rover. In de antwoorden op de Kamervragen staat nu dat voor dit secretariaat drie jaar lang 400.000 gulden per jaar wordt uitgetrokken. Tevens komt een bedrag van 1,2 miljoen gulden beschikbaar voor een onafhankelijke organisatie die is belast met de daadwerkelijke inrichting van de consumentenbescherming.

De minister is in haar antwoorden in navolging van de NS optimistisch over de ontwikkeling van het aantal reizigers. Weliswaar daalt dat aantal nu in absolute zin, maar dit komt uitsluitend door de veranderingen in de regels voor de studentenkaarten. Studenten reizen nu minder dan voorheen. Wanneer studenten buiten beschouwing worden gelaten, groeit het aantal reizigers dit jaar volgens de NS met twee à drie procent. De NS verwacht, zo stelt Jorritsma, dat de groei bij niet-studenten volgend jaar versterkt zal doorzetten.