Heerma is (nog even) fractieleider van het CDA

Sinds afgelopen donderdagavond staat het onomstotelijk vast: Enneus Heerma is dè leider van het CDA. Eveneens staat sinds donderdagavond onomstotelijk vast dat de positie van de CDA-leider aanzienlijk is verzwakt. Een dergelijke paradoxale uitkomst is wel vaker het resultaat van politiek crisisberaad. In de meeste gevallen betekent het hoe dan ook het definitieve begin van het einde. De geschiedenis bewijst het: vele politieke leiders zijn Heerma in een soortgelijk proces voorafgegaan.

Heerma had afgelopen donderdag geen andere keuze dan zijn fractie bij elkaar roepen. Na het voor het CDA desastreus verlopen debat over artikel 23 van de grondwet, was het rumoer rond zijn persoon te groot geworden. Heerma was er tijdens dat debat in geslaagd een kans voor open doel te missen. Sterker nog: hij schoot zelfs in eigen doel. Een week geleden lag minister Dijkstal (VVD) van binnenlandse zaken bij nagenoeg alle partijen onder vuur als gevolg van zijn opmerkingen dat artikel 23 van de grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs staat geregeld, dringend aanpassing behoefde. Daarmee raakte hij rechtstreeks de fundamenten van de christen-democratische partijvorming. Maar in het spoeddebat dat CDA-fractieleider Heerma hierover deze week voerde, ging het nog maar heel even over minister Dijkstal en heel lang over het CDA. Of dit een andere woordvoerder van CDA-huize niet was overkomen, blijft een zaak van achteraf bekijken. Heerma werd tijdens het debat geconfronteerd met een massief blok van niet-confessionele partijen. De coalitie was lange tijd niet zo eensgezind paars geweest. Er werden rekeningen van jaren her vereffend.

Dat neemt niet weg dat Heerma zich in het defensief liet drukken en er niet in slaagde het debat te verleggen naar waar het om begonnen was: de uitspraken van Dijkstal waar iedereen - van premier Kok tot en met VVD-leider Bolkestein - reeds afstand van had genomen. De oppositieleider ontbeerde wederom het voor dit soort momenten onmisbare killer-instinct.

De logische reactie in de CDA-fractie was gemor. Heerma heeft zich gestoord aan anonieme uitspraken van fractiegenoten over zijn optreden. Maar de gezichten van diverse CDA-Kamerleden die tijdens het debat in de vergaderzaal zaten, spraken boekdelen. De jongste opiniepeilingen voor het CDA maakten het er deze week ook al niet beter op. Niet eerder in deze kabinetsperiode stond het CDA er zo slecht voor in de kiezersgunst. Ondanks het thema gezinspolitiek, ondanks het verschijnen van het ambiteuze rapport van het Strategisch Beraad van het CDA, en ondanks de stroever wordende verhoudingen in de coalitie, brokkelt de partij alleen maar verder af.

Natuurlijk gaat het hier om momentopnamen. Niets is tegenwoordig zo conjunctuurgevoelig als het politieke bedrijf. Maar bij het CDA begint zich gaandeweg wel een structurele tekortkoming te manifesteren: een aansprekende leider. Dit gevoegd bij het feit dat het CDA voor het eerst in vijfenzeventig jaar geen bemoeienis heeft met de macht, zorgt ervoor dat de christendemocratische partij een marginaal bestaan dreigt te gaan leven.

Met het bijeenroepen van zijn fractie heeft Heerma afgelopen donderdag een risico genomen. Weliswaar stond zijn positie niet officieel geagendeerd, materieel kwam de vergadering daar wel op neer. Het ging immers om de vraag: wie is er vóór of tegen mij? Als het vuur al smeult, is er niet veel nodig voor een grote brand. Heerma, van huis uit politicoloog, kon weten dat de vergadering slechts twee mogelijke uitkomsten kende: de optie-Scharping en de optie-Major.

De Duitse SPD-leider Rudolf Scharping dacht tot voor kort de steun van een groot deel van zijn partij te hebben. Er was veel kritiek op zijn functioneren, zeer veel zelfs, maar niemand durfde het tegen hem op te nemen. Althans, dat dacht hij. Toen de charismatische Oskar Lafontaine plotseling zijn vinger opstak, verdween de steun voor Scharping als sneeuw voor de zon. Een dergelijk zwart scenario had Heerma afgelopen donderdag kunnen overkomen.

Hij gokte echter op de strategie van John Major. De Britse leider van de Conservatieven stelde eerder dit jaar zijn functie ter discussie om daarna met een grote meerderheid te worden herkozen. Hiermee snoerde hij de interne oppositie tegen hem de mond. Heerma heeft goed gegokt. De CDA-fractie heeft donderdag het vertrouwen in hem herbevestigd. Niet voor de eerste keer kon Heerma dan ook de conclusie trekken dat de boeken waren gesloten en dat vanaf nu de inhoud weer centraal staat.

Toch lijkt het vooral een Pyrrus-overwinning voor Heerma. Het eigenlijke probleem is afgelopen donderdag niet opgelost. Dat probleem blijft het ontbreken van aansprekend leiderschap. De inhoud, die Heerma terecht voorop stelt, moet wel gebracht kunnen worden en - zoals de discussie over artikel 23 heeft geleerd - verdedigd. Heerma lijkt niet de geëigende persoon voor die toch zeer specifieke taak.

Wie dan wel? Als daarover binnen de CDA-fractie duidelijkheid zou bestaan, was de vergadering van afgelopen donderdag volgens het Scharping-model gelopen. De voor de hand liggende kandidaten Deetman en De Hoop Scheffer hebben geen stap naar voren gezet. Bij gebrek aan alternatief kon Heerma blijven zitten. Kan hij zelfs zeggen dat hij versterkt uit de strijd is gekomen. Maar dat is een notie voor puur intern fractiegebruik. Voor de buitenwereld heeft hij verder aan gezag ingeboet. Het is diezelfde buitenwereld die bij de volgende verkiezingen de omvang van het CDA zal bepalen. Dat de naam van Heerma dan als eerste op de kandidatenlijst zal prijken, lijkt uitgesloten. Heerma mag blijven. Maar hooguit tot de volgende verkiezingen.