Gendercentrum kan zonder vergunning werk voortzetten

UTRECHT, 9 DEC. Het Gendercentrum in Utrecht, waar echtparen via kunstmatige inseminatie het geslacht van hun kind kunnen beïnvloeden, heeft geen vergunning van de overheid nodig. Als het personeel bevoegd is, klanten goed worden voorgelicht en er geen behandeling op medische indicatie gebeurt, is er geen reden voor een verbod.

Dit verklaart een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ook in het wetsontwerp inzake bevruchtingstechnieken, dat nu in voorbereiding is, zullen de activiteiten van het Gendercentrum niet worden verboden. Vorige maand kondigde minister Borst (volkgezondheid) nog aan dat dit wel het geval zou zijn.

Doorslaggevend voor het ministerie is de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die bepaalt dat cliënten voorafgaand aan een behandeling goede informatie krijgen. Dat betekent dat ook het standpunt van de Gezondheidsraad gemeld moet worden, die geconcludeerd heeft dat de toegepaste methode niet helpt, aldus de woordvoerder van het ministerie. De regionaal inspecteur voor de volksgezondheid J. Remmen zal het Gendercentrum maandag bezoeken om te controleren of aan de eisen wordt voldaan.

Het centrum is eind oktober gestart nadat een vervanger was gevonden voor de in juni ontslagen arts P. Roos, die tijdens een uitzending van NOVA openlijk twijfelde aan de methode van het Gendercentrum. De inspecteur en het ministerie van volksgezondheid zeggen nog geen bericht te hebben ontvangen dat het Gendercentrum is begonnen. Directeur B. Doll Havinga van het Gendercentrum verzekert echter dat de inspectie wel is ingelicht. Volgens Havinga heeft zijn kliniek tot nu toe 120 aanvragen voor informatie ontvangen, is met veertig tot vijftig cliënten een gesprek gevoerd en is ongeveer een derde van hen nu in behandeling. Er zijn al enkele zwangerschappen, aldus Havinga.

Het Gendercentrum claimt dat echtparen die een zoon willen, via spermascheiding bijna tachtig procent kans hebben. Bij de voorkeur voor een meisje ligt de kans iets lager. Een behandeling kost bijna 2.000 gulden, een tweede behandeling 1.200 gulden. Volgens Havinga zal met de inspecteur maandag ook overlegd worden over de eventuele instelling van een Raad van Toezicht.