Geld begint na tien jaar weer te stinken

Een van de meest opmerkelijke ontwikkelingen in onze cultuur is dat steeds meer mensen een uitgesproken hekel krijgen aan geld. Van links tot paars, van dominee tot iman, van libertijn tot celestijn, van kunstenaar tot prinses, overal duiken ze op: de anti-materialisten die elkaar vinden in hun openlijk beleden afkeer van de dictatuur van het betalingsverkeer. “Er is meer”, roepen zij voortdurend, “en dat is zoveel beter!”

De zondagsrust bijvoorbeeld, met een gratis wandeling en een fijn gesprek. Die scoort bij steeds meer Nederlanders een stuk hoger dan een winkelweekend in Düsseldorf. Ook bij de jeugd. Tien jaar geleden zocht de overgrote meerderheid zijn bestemming nog op de beursvloer, toen het hectisch brandpunt van onze beschaving. Alleen daar kon het echte leven geleefd worden. De HEAO's zaten barstensvol met nerveuze adolescenten, die al tijdens de eerste les basiseconomie met hun laptops stiekem het eigen aandelenpakket in de gaten hielden. Nu hebben diezelfde HEAO's moeite hun docenten aan het werk te houden. Want geen enkele eigentijdse jongere kiest meer voor het grote geld. Dat is alleen nog iets voor boeren. Wie nu echt wil leven, schrijft zich in bij een kunstacademie, in ons land veruit de beste opleiding voor hen die niets met het slijk der aarde te maken willen hebben. (Door omstandigheden breng ik regelmatig een bezoek aan zo'n Hogeschool voor de Kunsten, en wat ik daar in de kantine waarneem is tekenend voor de huidige cultuuromslag: honderden in ascetische lompen gehulde, vaak broodmagere studenten, die rond de plastic tafeltjes heel ontspannen de existentiële levensvragen met elkaar doorfilosoferen. Op de meergranenbol na is het zuinig gerolde nederwietje de enige materiele concessie die men zichzelf daarbij toestaat.)

Waar komt die plotselinge geldhaat toch vandaan? Heeft premier Kok met zijn gehamer op solidariteit en soberheid tenslotte toch een breed grondvlak aangeboord ? Dat is niet waarschijnlijk. Hoe sober de baas ook oogt, zijn ministers verknoeien het effect door luid te klagen over hun te kleine dienstauto, of het geringe begrip voor hun persoonlijke belastingconstructie. Wat dat betreft is de paarse politiek net zo grofstoffelijk als die van de voorgangers.

Nee, waarschijnlijker is dat de geldhaat te maken heeft met het geld zelf. Daar is de laatste jaren iets mee aan de hand waardoor de mensen er niet meer zo goed mee uit de voeten kunnen. Er is namelijk veel te veel geld, en tegelijkertijd veel te weinig. En daardoor wordt het onbruikbaar voor de gewone burger. Zoals de commissie-Van Traa heeft laten zien circuleren er geldstromen in Nederland die het bevattingsvermogen van de belastingplichtige ver te boven gaan. Talloze miljarden kolken als een lange doodsrivier door de vaderlandse onderwereld en al dat geld passeert de handen van veel te veel verkeerde mensen. Dit gegeven alleen al knaagt aan de relatie die wij hebben met de inhoud van onze portemonnee. Waar komt dat spul vandaan, wie heeft er met zijn vingers aangezeten ? De kans is groot dat het tientje dat de automaat u zojuist discreet toeschoof de dag ervoor door een junk uit het handtasje van een bejaarde is geroofd. En wie zegt u dat dat glimmende briefje van honderd niet rechtstreeks afkomstig is uit een grote witwascentrale in Luxemburg? Daarnaast is het toch een onverteerbare gedachte dat u voor dat magere stapeltje biljetten een maand lang iedere ochtend vroeg het bed uit moet, terwijl een gigantische veelvoud ervan elders betaald wordt om iemand tot aan zijn pensioenering juist in bed te houden. Geld dat zich hiervoor leent wordt niet begrepen, roept onaangename associaties op, en werkt demotiverend.

Zeker nu de burger middenin de vrieskou plotseling ook nog zeventig gulden aan ecotax moet betalen als hij de kerst behaaglijk wil doorkomen. Als geld zo laf verdiend moet worden, nota bene door onze eigen regering, kunnen we het beter maar direct afschaffen.

Gelukkig doet zich in de nabije toekomst een aantal reële mogelijkheden voor. Allereerst gaat de digitalisering van het betalingsverkeer zo snel, dat het lijfelijk contact binnenkort geheel vermeden kan worden. Een voorwaarde is dat we allemaal gaan thuisbankieren. Daarmee is het geld niet verdwenen, maar wel uit zicht. Dat helpt.

Een tweede mogelijkheid biedt de naderende monetaire eenwording van Europa. Als de Fransen niet te lang doorstaken, en gewoon netjes hun verplichtingen nakomen, kunnen we vlak na de eeuwwisseling in één klap van ons geld verlost worden. Ik voorspel namelijk dat het anti-materialistisch front van gezinsvrienden, celestijnen en andere rustzoekers dan zo breed geworden is, dat de introductie van de euro een grote flop wordt. Niemand zal dat nieuwe geld willen hebben. Hoe de overheid ook bidt en smeekt, de briefjes zullen ongebruikt in grote stapels op de postkantoren blijven liggen. Want de postmoderne vormgeving zal niet kunnen verhullen dat het hier om hetzelfde, totaal gecorrumpeerde produkt gaat waaraan de twintigste eeuw haar misdadige karakter te danken had. In de nieuwe eeuw zullen de burgers daar wijselijk voor bedanken.