Frankrijk en de EMU: liefde, haat en vooral grote verwarring

Uit alle enquêtes blijkt het: de meeste Fransen weten niet wat de emu, de euro en de ecu betekenen, maar zijn er wel voor. Zolang in Frankrijk maar niets hoeft te veranderen. Dat is het enige probleem. Maar Parijs doet mee, dat hebben kanselier Kohl en president Chirac donderdag nog eens afgesproken.

Frankrijk zit in feite al dertien jaar in de D-mark zône. Dat heeft het land stabiele groei en lage inflatie (onder de Duitse) opgeleverd. Volgens critici heeft die franc fort-politiek ook gezorgd voor een 1 à 2 procent hogere rente dan in Duitsland. Anderen wijten de hoge rente aan de vrees van de markten dat Franse regeerders zullen bezwijken voor de verleiding van een populistische politiek. De werkeloosheid is, mede door de rentedruk, relatief hoog (11,5 procent) en de Franse economie is in het derde en vierde kwartaal eerder dan de buren afgezakt naar een nulgroei. Het tekort van de overheid (5 procent) is nog lang niet teruggebracht tot Maastricht-niveau.

Het zijn de ingrediënten voor een chronisch debat. Aan de ene kant staat de in Europa en de VS dominante leer van monetaire striktheid, tekort-reductie en hoogstens een snufje Keynes. Aan de andere kant opereren de politici en economen die Frankrijk willen wakker schudden uit de gangbare 'pensée unique' en pleiten voor 'une autre politique' waarbij alle heil volgt uit het kunstmatig verlagen van de rente, zo nodig vergezeld van het laten zweven van de franc, waarna de nationale economie vanzelf zal aantrekken en de arbeidsbureaus kunnen sluiten.

Tot de klassieke school behoorden, na een periode van socialistische economie, president Mitterrand, en zijn opeenvolgende ministers en premiers Delors, Fabius en Bérégovoy, en sindsdien de huidige gouverneur van de onafhankelijke Banque de France, Jean-Claude Trichet, en de rechtse premiers Balladur en nu Juppé. De meeste geleerde economen volgen deze kijk op de werkelijkheid. Aan de andere kant van het debat roert zich een opnieuw actief front van politici en intellectuelen die, mèt de leiders van het anti-Maastricht-front in 1992, Philippe Séguin en Charles Pasqua, vinden dat een land zijn eigen problemen in eigen tempo moet oplossen.

Jacques Chirac werd president door de visie van beide kampen tot de zijne te maken. Nu zijn windvaan ferm richting EMU staat houden de bonden van het 5,9 miljoen-koppig overheidspersoneel het Franse volk al meer dan twee weken in gijzeling. Het volk verkeert in grote verwarring over de economische waarheid en de invloed daarop van het door Maastricht aangeboden Europa. Daarom zal Frankrijk zich voorlopig blijven gedragen als een formule-1 coureur op een beijzeld circuit.