Duitsers wensen D-mark niet te offeren voor zwak alternatief

De Europese integratie moet onomkeerbaar worden. Zij is beslissend voor de vraag of de 21ste eeuw in Europa vreedzaam zal verlopen of niet. Oude nationale tegenstellingen mogen niet terugkeren, Duitsland heeft politiek én economisch belang bij integratie in een voltooide Europese Unie, die jaloezie en wantrouwen van onze buren zo niet zal wegnemen dan toch temperen.

En, wees gerust kiezers, uw kostelijke D-mark, de uitdrukking van wat we in Duitsland economisch voor elkaar hebben gekregen, zal niet worden geofferd voor een zwakkere Europese munt. We zullen strikt vasthouden aan de toelatingseisen voor de EMU en een Stabiliteitspact eisen om onze partners te dwingen tot solide fiscale en financiële politiek.

Zo ongeveer verdedigen kanselier Kohl en minister van financiën Waigel nu al jaren het Verdrag van Maastricht. Als politieke kleinzoon van Adenauer weet Kohl in de definitieve verankering van Duitsland in Europa zijn grootste doel, dat moet worden bereikt om de deur naar Oost-Europa zonder politieke risico's open te houden en tegelijk in West-Europa niet het probleem te laten ontstaan dat Duitsland wéér te groot voor het servet en te klein voor het tafellaken wordt.

Maar onmiskenbaar is de publieke stemming jegens Europa in Duitsland in korte tijd verslechterd. De onzekerheid groeit over wat de Europese munt gaat betekenen voor erfenissen, banktegoeden, hypotheken en andere leningen. Tevens is er een politiek gevoelige mix ontstaan van uiteenlopende emoties die gemeen hebben dat zij tegen het Europa van Brussel, het esperantogeld en een middelmatig democratische structuur zijn. Ze lopen van openlijke afkeer tot scepsis, van Der Spiegel tot Bildzeitung, van delen van de bankwereld en Beierens premier Stoiber via de man in de straat tot nationaal-conservatieve groepen.

De slang heeft zichzelf bovendien bij de staart. Duitslands hameren op strikt begrotingsbeleid en harde stabiliteitseisen bij de buren heeft zeker enig resultaat gehad. Maar die sanering en modernisering heeft in Duitsland én Europa een groeiend legioen werklozen en teleurgestelde burgers in afslankende verzorgingsstaten als bijprodukten gekregen. Oude klachten over de kapitalistische opzet van dat Europa, over zijn tekort aan 'sociale warmte', steken in de oppositionele SPD de kop weer op. De verkiezingen zijn in 1998, de SPD lijkt op weg om van Europa en het verdwijnen van de mark een thema te maken. Achter officiële vertogen over de 'euro' wordt in Duitsland een publieke en politieke meerderheid zichtbaar die zegt: de stabiliteit staat voorop, anders moet de EMU worden uitgesteld.