Deelname van Spanje afhankelijk van inzet van nieuwe regering

Op de Europese top, volgende week in Madrid, vormt de invoering van een gemeenschappelijke munt in de Europese Monetaire Unie wellicht het belangrijkste onderwerp. In Spanje begint het besef te dagen dat het land straks de boot zou kunnen missen.

Terwijl Spanje diplomatiek goede sier weet te maken in Europa is de economische situatie in het binnenland tamelijk gammel. “Ik weiger pessimistisch te zijn”, riep onlangs de gouverneur van de centrale bank, Luis Angel Rojo. Nog even de schouders er onder, tanden op elkaar en Spanje moet zich bij de monetaire kopgroep van Europa weten te voegen, was de boodschap. “In de economie dienen structureel hervormingen doorgevoerd te worden die niet dramatisch zijn, maar politiek wel moeilijk.”

Het droefgeestige gezicht van de schatbewaarder sprak evenwel andere taal. Ook de beoordelingen van de OESO en de Europese Commissie laten weinig heel van de sussende woorden. Volgens Brussel is er weinig kans dat Spanje eind 1997 de normen voor inflatie, financieringstekort en staatsschuld weet te halen.

Kern van Spanje's probleem is het terugdringen van het overheidstekort. Hoewel onder minister van financiën Pedro een aantal bezuinigingsplannen in werking is gezet, blijken de afzonderlijke ministeries moeilijk in het gareel te brengen. Volgens de OESO zijn de pogingen het tekort terug te dringen tot dusver 'zeer bescheiden'. De forse staatsschuld en de ouderdomspensioenen hangen als een molensteen om de nek van de regering.

Wat de zaak er niet eenvoudiger op maakt, is dat Spanje geen goedgekeurde begroting voor volgend jaar heeft. De regering haalde dit najaar bakzeil nadat het parlement de voorstellen afstemde. De regering stelde haar aftreden echter uit - wegens het EU-voorzitterschap. In het voorjaar zijn er verkiezingen, maar wat de overheidsfinanciën betreft is 1996 een verloren jaar.

Veel hangt af van de slagkracht van de nieuwe regering. De vooruitzichten zijn niet onverdeeld gunstig. De verwachting is dat de socialisten verliezen en de conservatieve Partido Popular (PP) wint. Maar geen der partijen lijkt op een absolute meerderheid af te stevenen, met als gevolg vertraging door de vorming van een coalitieregering. PP-voorman Aznar heeft aangekondigd de overheidsuitgaven te willen terugdringen, maar rept eveneens van lagere belastingen. En ook de PP kampt met het probleem van de pensioenen en sociale zekerheid. Met name het AOW-systeem drukt steeds zwaarder op de begroting en geldt als hete brij waar alle partijen met een grote boog om heen lopen.