De strijd van de Bund

HENRI MINCZELES: Histoire générale du Bund. Un mouvement révolutionnaire juif

526 blz., geïll., Editions Austral 1995, ƒ74,10

Begin oktober 1897 werd in Vilnius de Yiddischer Arbeiterbund in Russland un Poyln opgericht. Niet alleen was de Bund de eerste zuiver marxistische partij in het rijk van de tsaren, de leiders ervan waren ook nauw betrokken bij de oprichting een half jaar later in Minsk van de Russische Sociaal-Democratische Partij: de partij van de marxist G.V. Plechanov.

Dat de Bund in Vilnius tot stand kwam, is geen toeval. Die door Rusland ingelijfde Litouwse stad werd in de loop van de negentiende eeuw het centrum van de Haskalah, de oostjoodse pendant van de Verlichting. Hier lag als het ware de poort waardoor de seculiere Westeuropese cultuur werd geïntroduceerd in de gesloten Oosteuropese joods-godsdienstige gemeenschappen. Het socialisme van de Bund was slechts een van de vele vruchten van de nieuwe seculiere stroming onder de joden van Oost- Europa.

Onlangs verscheen Histoire générale du Bund van de Parijse historicus Henri Minczeles, een intelligente en deels ook meeslepende geschiedenis van de organisatie. De ondertitel 'un mouvement révolutionnaire juif' is echter enigszins verwarrend. Uiteraard heette elke, noodgedwongen in de clandestiniteit opererende oppositiebeweging in het autoritaire Rusland van tsaar Nicolaas II revolutionair. De Bundisten hadden hun hoop echter niet zozeer op een gewelddadige revolutie gevestigd, maar op de introductie van een zuiver democratisch bestel, waarin socialisten een eind zouden maken aan sociale ongelijkheid en discriminatie op etnische en religieuze gronden. Aanvankelijk was het streven van de Bund er dan ook niet op gericht voor de joden in het Russische rijk speciale nationale rechten te verwerven. Als rechtgeaarde marxisten hadden de aanhangers de internationale solidariteit van arbeiders hoog in het vaandel staan. Dat zij een eigen joodse partij oprichtten, kwam in de eerste plaats omdat zij de Oostjoodse arbeiders in hun eigen taal, het Jiddisch, wilden bereiken, en om naast de deels tegen joodse werkgevers te voeren klassenstrijd een vuist te kunnen maken voor gelijke rechten van joden met hun medeburgers.

Pogroms

Eeuwenlang waren de joden in het tsarenrijk, waartoe sinds het Congres van Wenen ook het grootste deel van Polen behoorde, vervolgd en gediscrimineerd. De moord op de min of meer liberale tsaar Alexander II in 1881 leidde zelfs een periode in van ook voor Russische begrippen ongekend hevig antisemitisme. Massaal werden de joden uit hun woonplaatsen in oostelijk Rusland en uit grote steden zoals Moskou en Sint Petersburg verdreven en vervolgens gedirigeerd naar het voor hen bestemde Woongebied in het westen, dat zich uitstrekte van de Oostzee tot de Zwarte Zee. De van overheidswege opgelegde beperkingen in de beroepskeuze hadden tot gevolg dat zeer velen hier de kost trachtten te verdienen als ambachtsman in een beperkt aantal huisindustrieën. Daardoor ontstond er een enorme joodse arbeidsreserve en trokken vele 'Luftmenschen' naar de grote steden. Een deel van hen ging tegen hongerlonen werken in de nieuwe arbeidsintensieve fabrieken. Anderen probeerden in het Westen, vooral in Amerika, een nieuw bestaan op te bouwen. Aanvankelijk won de Bund de sympathie van veel joodse fabrieksarbeiders door hun acties voor hoger loon en kortere werktijden te ondersteunen. Vanaf 1903 verschoof de aandacht meer en meer van de klassenstrijd naar de verdediging van de verpauperde joden tegen hun belagers. De nieuwe pogroms in de Russische steden waren voor de leiders van de Bund het teken dat het joodse proletariaat niet kon wachten tot de komst van betere tijden. Samen met socialistische zionisten werden gewapende zelfverdedigingsgroepen gevormd om aanvallen van de pogromisten te kunnen afslaan.

In 1905 nam de Bund met andere politieke groepen volop deel aan de tegen het tsaristisch regime gerichte acties. Des te groter was de teleurstelling dat het bewind in de herfst van dat jaar wel tegemoet kwam aan de wens van de oppositie om te democratiseren, maar categorisch weigerde tegen joden gerichte wetten en maatregelen op te heffen.

Opnieuw kreeg bij de Bund de zelfverdediging als thema de overhand. Daarnaast werd nu geijverd voor de erkenning van de joden als nationale minderheid binnen het grote Russische rijk, die - al beschikte zij niet over een eigen territorium - behalve op gelijke burgerrechten ook aanspraak kon maken op culturele autonomie en een grote mate van bestuurlijke zelfbeschikkin De Bundisten waren na de 'revolutie' van 1905 praktisch monddood gemaakt, maar zij vonden een nieuw arbeidsterrein in de culturele vorming van het joodse proletariaat. Onder meer werd een dicht netwerk van seculiere scholen gesticht met Jiddisch als voertaal. De ontwikkeling van dit geminachte en louter gesproken bargoens tot een volwaardige literaire taal, waarin in Oost-Europa het puikje van joodse schrijvers zich uitdrukte, kwam daarbij goed van pas. In de strijd om de gunst van de joodse arbeidersklasse in Oost-Europa ondervond de Bund overigens steeds meer concurrentie van zionistische socialisten die zich hadden georganiseerd in Poale Zion. De aanhangers van deze nieuwe ster aan het politieke firmament streefden naar een eigen nationaal tehuis - bij voorkeur in Palestina - niet alleen om te ontkomen aan discriminatie en vervolging, maar vooral ook om door middel van een evenwichtige beroepsopbouw een levensvatbare joodse samenleving te creëren.

In maart 1917 leek door de vorming van een parlementaire democratie in Rusland de wens van de Bund om erkend te worden als een nationale minderheid toch in vervulling te gaan. Toen in november van dat jaar de bolsjewisten de macht overnamen, toonde een deel van de Bundisten zich bereid tot samenwerking. Zij kwamen van een koude kermis thuis toen weldra bleek dat Lenin en de communisten een partij-dictatuur vestigden waarin geen plaats was voor progressieve andersdenkenden. Anderzijds kreeg de Bund in Polen, dat door de afloop van de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie zijn onafhankelijkheid had herwonnen en bovendien flinke stukken niet-Pools grondgebied (onder andere Vilnius) had geannexeerd, als politieke partij een legale status. Maar van rechtsgelijkheid voor de joden of welke andere nationale minderheid was in de nieuwe republiek geen sprake. In de jaren dertig voerden al dan niet onversneden fascistische heersers een uitgesproken antisemitisch beleid in Polen. Daardoor was de Bund wederom veroordeeld tot niet veel anders dan de joden te helpen zich tegen hun belagers te verdedigen. Het was uiteindelijk tevergeefs: in de massamoord op de Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog verdween de Bund praktisch van de aardbodem. Bundisten speelden nog wel een leidende rol bij het organiseren van de opstand in het getto van Warschau. Zij gingen liever strijdend ten onder dan zich over te geven aan hun vijanden.