De luchtkus

In zijn Dezer Dagen van 1 december wijdt J.L. Heldring zijn gedachten aan twee foto's. Op de eerste is te zien hoe de heren Arafat en Lubbers elkaar in de accolade nemen; de andere toont koningin Beatrix met haar hand op die van ex-president Nyerere van Tanzania terwijl ze elkaar 'wel erg innig in de ogen kijken.' Dat was op de conferentie over Afrika in Maastricht. De gedachten van Heldring gaan dan in twee richtingen. Hij knoopt er een paar politieke beschouwingen aan vast en mijmert hier en daar over de toegenomen hartelijkheid in de openbare omgangsvormen, waarbij hij in het bijzonder kritiek heeft op wat hij de 'kusinflatie' noemt.

Ik blijf hier bij het publiek vertoon van hartelijkheid waarbij ik wil betogen dat de werkelijkheid veel erger is dan Heldring denkt - althans heeft opgeschreven - en ook veel ingewikkelder. Hoe is het gekomen?

Er is een theorie waarin het begin wordt gelegd bij de goedkope vakantiereizen naar het zuiden. Tegen het einde van de jaren vijftig gingen voor het eerst duizenden Nederlanders naar Frankrijk, Spanje en Italië en zagen daar de latijnse omgangsvormen. Die werden ook door Nederlandse schrijvers en dichters bezongen. Vóór die tijd had Parijs bekend gestaan als een bedenkelijke stad, Italianen waren eigenlijk dieven en de Spanjaarden stierenmoordenaars. Deze grote voorhoede van Nederlandse toeristen leerde niet alleen de andere, de felle waarheid van het zuiden kennen. Die werd ook door betrouwbare mensen van naam aanbevolen. Nederlanders gingen zich feller gedragen, o.a. door het uitwisselen van luchtzoenen.

De commercie volgde de veranderingen in de zeden en gewoonten. Nog altijd volgens deze theorie is Albert Heijn in die tijd begonnen met de import van Spaanse sherry en Franse kaas omdat er immers een publiek groeide dat daarvoor ontvankelijk was. Op avondjes in Nederland werden al tientallen jaren geleden bij de begroeting luchtzoenen uitgewisseld, daarna sherry gedronken, camembert gegeten en dia's vertoond.

Toen kwam de doorbraak van de jaren zestig. Je hoefde je er niet meer voor te schamen om je gevoelens te tonen. Integendeel, je moest je schamen als je dat niet deed, en als je geen gevoelens had dan moest je doen alsof. Nader verklaard: de huls van het gedrag was er al, had vorm gekregen dank zij het toerisme naar het zuiden en het pionierswerk van Albert Heijn, en nu kreeg deze huls ook een nationale inhoud. In het bijzonder de Nederlanders werden binnen een paar jaar van zoveel knellende banden bevrijd dat zij zich geen raad meer wisten. Aan het einde van de dia-avondjes en een paar mandflessen sherry werd er in Nederland gekust zoals er nog nooit gekust was.

Tegen die tijd raakte ook het Nederlandse voetbal weer in opkomst dat bovendien op de televisie werd uitgezonden. De Nederlandse voetballers en niet alleen zij leerden op hun beurt veel van de omgangsvormen in buitenlandse elftallen. Het latijns-amerikaans gedrag werd geïnternationaliseerd. Er is een korte documentaire van CNN (ik geloof dat ik die al eens meer heb genoemd) waarop te zien is hoe voetballers reageren als iemand van hun eigen elftal een doelpunt heeft gemaakt. Een jaar of veertig geleden gaven Europeanen van het gelukkige elftal elkaar op z'n hoogst een hand of een schouderklopje en gingen dan terug naar de stip in een bijzonder drafje waaruit hun tevredenheid sprak. En nu: degene die het doelpunt heeft gemaakt rent in de richting van de eretribune, landt op zijn knieën, schuift nog een paar meter door terwijl hij zijn handen ten hemel heft, en dan wordt hij bedolven onder zijn ploeggenoten. Alsof de Heilige Maagd is verschenen; niet minder. Het gedrag van voetballers is een voorbeeld voor de hele jeugd. De jeugd wordt ouder. Vandaar dat het bij steeds meer volwassenen steeds spontaner toegaat.

In een iets latere periode krijgt deze vestiging van de algemene en spontane broeder- en zusterschap haar weerslag in de taal. Achternamen verdwijnen en je wordt het persoonlijk voornaamwoord waarmee men wordt aangesproken. Deze week moest ik een gerenommeerd ziekenhuis bellen. “Ja met Jozien.” “Mevrouw Jozien, ik wil u graag dit en dat vragen.” “Nou dat spijt me dan, maar ik kan je niet helpen.” In het niet-helpen komen de mensen steeds nader tot elkaar. Het is al vaak gesignaleerd; ik noem het alleen voor de volledigheid.

De veranderingen in de openbare omgangsvormen zijn een complex. Recapitulerend: toerisme naar het zuiden, import van sherry en wijn en het voetbal zijn daarin belangrijke factoren, en daarbij komt dan ongeveer tegelijkertijd de seksuele revolutie die natuurlijk ook niet heeft stilgestaan. Uit de vrije seks van een jaar of dertig geleden heeft zich gaandeweg, nog bij een voorhoede, de overtuiging ontwikkeld dat 'openbare seks' een zegen is, de vervulling van onze spreekwoordelijke tolerantie waarnaar het onderdrukte Nederland heeft gesnakt. Als iedereen in de tram zijn doorboorde geslachtsdeel kan laten zien, gaat het pas werkelijk de goede kant op. Met dankbaarheid, zeker, bewaar ik een column van Dorien Pessers uit de Volkskrant van 15 augustus 1995, waarin onder de kop Hoerenkot bij Schiphol deze opvatting wordt tegengesproken.

Het eigenaardige is dat, terwijl dit alleropenbaarst vertoon van vrijheid, emoties, hartelijkheid, vitaal driftleven zo'n hoge vlucht heeft genomen, er steeds meer werk wordt gemaakt van de bestrijding der ongewenste intimiteiten. De vraag is nu of de accolade van Lubbers en Arafat tot de ongewenste intimiteiten moet worden gerekend. In zekere zin: ja. Als het zo zou zijn geweest dat de heren elkaar hadden omhelsd na zich ervan te hebben overtuigd dat er geen televisie in de buurt was, zou er geen haan naar hebben gekraaid. Maar bij het tot stand komen van postmoderne intimiteiten zijn dikwijls drie partijen aanwezig: de twee intimi en het publiek dat niets wordt gevraagd. Het verschrikkelijkste voorbeeld van een intieme gebeurtenis waarin, dunkt mij, het publiek het loodje legde, is de foto waarop we zien hoe Brezjnjev en Honecker elkaar op de mond zoenen.

Ik ben het met Heldring eens: die begroetingszoenen in de lucht hebben over het algemeen iets verdachts. Je kunt je ertegen verdedigen door bij de ontmoeting je arm gestrekt naar voren te steken en die bij de handdruk hardnekkig stijf gestrekt te houden. Dat helpt. En voor de rest mogen we vaak van geluk spreken als het bij dit soort luchtzoenen blijft.