Britten voelen, net als Shakespeares Shylock, mes in het vlees

Shylock's pound of flesh: dat is wat anderen in Europa van de Britten verlangen, wanneer ze hen nu ook nog de naam van het pond sterling afpakken. In naam van de Europese eenwording zijn twintig jaar geleden de shilling, de sixpence en de guinea al gegaan - en nog steeds zijn er mensen die tot op de dag van vandaag hun aankopen in 'oud' geld omrekenen. Kort geleden volgden de gallon, de yard en de inch ten faveure van het metrieke stelsel. Over drie jaar kan een Engelsman ook bij de groenteboer geen pound appels meer kopen, maar moet hij voor dezelfde bestelling óf 458 gram bestellen óf afronden op een halve kilo. Wat een kilo dan weer is, is voor velen nog een raadsel. “O, geef me dan maar een pond van die dingen” werd, kort na de wijziging van gewichtsaanduidingen voor verpakte levensmiddelen, een oudere klant in een supermarkt geciteerd.

En nu zou de Brit dan ook nog zijn pond sterling worden afgepakt. Met het hoofd van de koningin erop. Als de voorgaande maatregelen hem al in de ziel sneden, dan wordt hier wel - zie Shylock - het mes in zijn vlees zelf gezet. Heeft ooit Margaret Thatcher zelf niet gesuggereerd dat het invoeren van één Europese munt zo begrepen moest worden, dat 'Brussel' de Britten hun koningin wilde afpakken? En heeft koningin Beatrix daarop niet gereageerd door te zeggen dat zij het niet erg zou vinden als haar beeltenis van de gulden zou verdwijnen als daarmee de Europese eenwording zou zijn gediend? Zelden zijn de wijd-uiteenlopende gevoelens over een verenigd Europa treffender geïllustreerd dan toen.

Premier Major houdt de nationalistische gevoelens in toom door te blijven wijzen op het feit dat Groot-Brittannië zich niet heeft gecommitteerd aan het deelnemen in een gemeenschappelijke Europese munt. Hij heeft een opgaan van het pond in één Europese munt 'binnen de levensduur van dit parlement' - dat wil zeggen tot voorjaar 1997 - uitgesloten. De premier kan zich die vinketouw-positie veroorloven, omdat hij gelooft dat ook de andere Europese partners tot de overtuiging zullen komen dat één monetair systeem, nog voor het millennium, geen werkelijkheid kan worden. De Britten kijken dan ook met nauw verholen genoegen naar de opstand in Frankrijk, waar de regering probeert te bezuinigen op de overheidsuitgaven teneinde aan de criteria voor deelname in één monetair stelsel te kunnen voldoen. De weerstand van de Fransen en het gemurmureer in Duitsland over het prijsgeven van de dierbare D-mark, worden in Londen gezien als bijval voor het Britse gelijk.

    • Hieke Jippes