Belgische minister prijst drugsbeleid

BRUSSEL, 9 DEC. De Belgische minister van binnenlandse zaken, Johan vande Lanotte, die begin dit jaar nog scherpe kritiek uitte op het Nederlandse drugsbeleid, vindt dat België als buurland nu niets meer te klagen heeft. De houding van Frankrijk, dat Nederland nog altijd afschildert als drugssupermarkt van Europa, keurt hij af.

In een vraaggesprek met deze krant noemt Vande Lanotte het drugsbeleid van het paarse kabinet, zoals dat is verwoord in de deze zomer verschenen drugsnota, een “evolutie ten goede”. “Nederland stelt nu duidelijk: wij gaan nìet legaliseren en we gaan een aantal gedoogregels strakker toepassen.” Begin dit jaar zei de Belgische minister nog dat de coffeeshops een grandioos mislukt experiment waren en voorspelde hij dat Nederland grote drugsproblemen tegemoet ging.

Vande Lanotte blijft het oneens met het gedogen van coffeeshops. Maar als ze niet meer dan vijf gram cannabis per klant mogen verkopen en strenger worden gecontroleerd door de overheid dan in het verleden, vindt de Belgische minister dat hij geen recht meer heeft op kritiek. Vorig jaar, aldus Vande Lanotte, kon België nog terecht tegen Nederland zeggen: “Het Nederlands drugsbeleid, dat onvoldoende toezicht houdt, heeft een schadelijke invloed op de buurlanden. Jullie zijn bezig attractief te zijn.” Maar, zegt Vande Lanotte, “ik vind dat de situatie tussen een jaar geleden en nu duidelijk verschilt.”

In de praktijk zijn het Belgische en het Nederlandse drugsbeleid volgens de minister voor 90 procent hetzelfde. “Zonder dat wij het zo propageren, heeft iedere Belgische stad wel een aantal pleintjes die als ongeorganiseerde coffeeshops dienen”, aldus Vande Lanotte. Het grote verschil is volgens hem het uitgangspunt van het Nederlandse beleid, dat, anders dan het Belgische, “als gegeven aanvaardt dat mensen drugs gebruiken”.

Vande Lanotte heeft minister Sorgdrager (justitie) onlangs aangeraden harder van zich af te bijten tegenover Frankrijk, dat niet nalaat het Nederlandse drugsbeleid te kritiseren. “Ik vind niet dat Nederland altijd moet zeggen: president Chirac zegt iets, dus dat is juist”, zegt Vande Lanotte. “Tenslotte heeft de Franse president niet geaarzeld het Nederlands beleid te kritiseren, waarom moet mevrouw Sorgdrager dan aarzelen?”