Vogels zijn vliegende vissen; Dierenfoto's in het Museon

Tentoonstelling: Wildlife Photographer of the Year 1995. 's Wereld beste natuurfoto's. Museon, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 7 jan. Di t/m vr 10-17u, za en zo 12-17u.

Hoe meer dieren op ons, mensen, lijken, hoe leuker ze zijn. Dat blijkt weer eens op een tentoonstelling van natuurfoto's in het Museon in Den Haag. Daar hangen tientallen foto's van planten, bossen en dieren.

Plantenfoto's zijn bijvoorbeeld vaak mooi. Mooie kleuren, mooie vormen, mooie achtergrond - maar meer ook niet. Mooi maar ook een beetje saai, kortom. Alleen foto's waarop je niet kunt zien wat er nu precies is gefotografeerd zijn niet saai. Wat zijn dat nu voor puntige vormen die door de avondlucht zweven, denk je bij een foto waarop alleen zwarte hoekige lijnen zijn te zien. Is het een ingewikkelde vlieger die aan het strand is opgelaten door een handige jongen? Of is het een soort wandelende tak die nog nooit is ontdekt omdat hij 20.000 mijl onder zee woont? Het lijkt wel een schilderij van de Zwitserse schilder Paul Klee! Pas als je het tekstbordje bij de foto leest, ontdek je dat het geknakte plantestengels zijn die boven doodstil moeraswater uitsteken.

Vissen zijn op foto's een beetje als planten. Mooi gekleurd, jazeker, mooi gevormd ook en de zee is op foto's altijd heel mooi blauw. Maar toch: mooi, maar een beetje saai. Alleen als de fotograaf een paars-oranje zeeanemoon van heel dichtbij heeft gefotografeerd, verdwijnt de saaiheid. Dan lijkt het dier wel een vulkaan, waaruit echte rook komt.

Vogels zijn vliegende vissen. Mooie veren, prachtige vleugels en de lucht waar ze door vliegen is ook altijd schitterend. Maar ook nu weer: heel mooi, maar ook een beetje saai. Waarschijnlijk zijn vogels de saaiste dieren die bestaan, want er hangt niet één vogelfoto in het Museon die niet een beetje saai is.

Nee, het wordt pas echt leuk als de gefotografeerde dieren vier poten hebben en een kop en het liefst veel mooi haar. Dat zijn foto's waar je hele verhalen bij kunt verzinnen. Zoals die van de beer die in de rivier staat. Hij kijkt ons aan en hij zegt duidelijk op barse toon dat we op moeten hoepelen en hem niet moeten storen bij zijn dagelijks bad. Of die van vijf olifanten - twee grote en drie kleine - die op een landweggetje lopen. Ze zijn gezellig een dagje uit, op weg naar de Efteling, dat staat vast.

Er zijn ook gruwelijke dierenfoto's te zien in het Museon. De ergste is een foto die op het eerste gezicht een vredig stilleven lijkt. Je ziet een tros bananen op een keukentafel. Daarachter een mandje en ernaast een wit metalen kommetje. Niks aan de hand. Maar wat ligt er in dat kommetje? Dat is een afgehakte gorillakop met één oog dicht en één oog open.

De afschuwelijke gorillafoto is de enige foto van apen die op de tentoonstelling hangt. Dat is jammer. Want ongetwijfeld zouden foto's van apefamilies de leukste van de tentoonstelling zijn. Apen lijken ten slotte het meest op ons. Nu is de mooiste foto een dierenportret. Van een buffel met veel hard geworden, gebarsten modder op zijn kop. Het is alsof de kop niet echt is en een beeldhouwer de kop uit klei heeft gemaakt. Maar dat is natuurlijk niet zo. Dat maakt de buffel ons ook duidelijk. “Ja, ik heb modder op mijn kop”, zegt het beest. “Nou èn? Daar is toch niks geks aan?”