Verkiezingsfraude is regel in land farao's

KAIRO, 8 DEC. In tegenstelling tot miljoenen van zijn landgenoten wilde Hani N. koste wat kost zijn stem uitbrengen. Dus was hij heel vroeg in de ochtend nmaar het stembureau gegaan. Vergeefse moeite! Zijn stembiljet kon om elf uur 's ochtends al niet meer door de gleuf - zo vol was de stembus. Nog vóór de kiezers konden stemmen, hadden 'onbekenden' de stembus al voor meer dan de helft gevuld. Hani belde zijn politieke partij op om te vragen wat hij kon doen. “Niets”, luidde het antwoord. “We zullen een klacht indienen.”

Woensdag had de tweede ronde van de parlementsverkiezingen plaats in Egypte. In die tweede ronde moesten de succesvolle kandidaten die een week tevoren in de eerste ronde niet boven de vijftig procent van de uitgebrachte stemmen waren gekomen, het tegen elkaar opnemen. Ook nu verliep alles weer volgens het gebruikelijke scenario: de overheid vond de gang van zaken zeer bevredigend, voor de oppositie was het een schandelijke vertoning en een catastrofe voor het land.

Premier Atef Sedki herhaalde wat hij reeds vorige week had gezegd: dat de verkiezingen voor honderd procent eerlijk waren geweest en dat de regering zich 'neutraal' had opgesteld. Hij gaf toe dat het hier en daar tot wat gewelddadigheden was gekomen (waarbij tot dusver 45 doden en ongeveer 400 gewonden vielen). Maar dat was vooral geweest tussen de kandidaten en hun aanhangers, zonder dat de regering of de NDP daarbij betrokken was geweest.

Maar vele oppositiepartijen meldden dat in hun kiesdistrict de officiële waarnemers van hun partij eerst toestemming aan de politie moesten vragen om de stembureaus binnen te gaan. Dat duurde soms uren - ruim voldoende om de stembussen naar believen te vullen. Elders werden, om dezelfde reden, stembureaus na een vals bomalarm ontruimd. Deze grootscheepse fraude, desnoods aangevuld met grof geweld, werd niet uitsluitend toegepast door de kandidaten van de regeringspartij. Ook 'onafhankelijken' en een paar oppositiekandidaten hadden knokploegen om aspirant-kiezers van de tegenpartij het stemmen onmogelijk te maken.

Van regeringszijde werd de afgelopen dagen betoogd dat als de verkiezingen grootscheeps vervalst waren, niet in 67 procent van de kiesdistricten een tweede verkiezingsronde had moeten volgen. Nabil Osman, directeur van de staatsvoorlichting: “Zou de broer van premier Sedky hebben verloren als de regering tussenbeide was gekomen? En als de NDP knokploegen in dienst had genomen, hoe is het dan te verklaren dat zoveel NDP-kandidaten het slachtoffer werden van geweld? Wij geloven in een sterke centrale regering. Zo'n regering is overal een bron van respect. Maar hier in Egypte nog veel meer. Democratie is een langdurig proces, waarin je moet worden opgevoed. Voor de massa geldt dat alleen hij belangrijk is die iets kan bieden. En de NDP heeft bewezen dat zij veel te bieden heeft. De oppositie? Die betekent niets. De regeringspartij zal daarentegen nog een hele lange tijd regeren. Want je wordt uiteindelijk beoordeeld op je familierelaties of op de diensten die je kunt verlenen.”

Daarover is iedereen het eens. Dankzij hun goede contacten beschikken parlementsleden immers over grote invloed. Als zij willen, hebben zij hun achterban zeer veel te bieden. Maar het parlement is tevens een ideale plek om veel geld te verdienen. Want wie in het parlement zit, geniet immuniteit en kan ongestraft handel drijven in alles wat door de wet is verboden. Vandaar dat Ahmed Ragab in de krant Akhbar el-Yom nog maar eens “de respectabele parlementsafgevaardigde” definieerde: “Iemand die niet handelt in verdovende middelen, in visa voor een pelgrimstocht of in handtekeningen van ministers, iemand die zijn parlementaire immuniteit niet als een godsgeschenk beschouwt, noch zichzelf ziet als een halfgod die boven alle instellingen staat.”

Die 'respectabele afgevaardigden' zijn in de NDP dun gezaaid, omdat de regeringspartij over geen enkele ideologie beschikt en in feite niet anders is dan een door de staat gehanteerde machine, die, in ruil voor absolute gehoorzaamheid aan de overheid, als lobby voor particuliere belangen mag optreden. Na de eerste verkiezingsronde kwamen zelfs de columnisten van de regeringskranten met vernietigende conclusies. De even oude als gerespecteerde Moustafa Amin van de krant Alkhbar el-Yom: “Als de 13 oppositiepartijen hadden besloten de verkiezingen te boycotten, zou de NDP niet meer stemmen hebben gekregen.”

Een journalist van een regeringskrant die op gezag van zijn hoofdredacteur moest melden hoe eerlijk de verkiezingen waren verlopen, zei na afloop van zijn werk: “Wie in ons land bankbiljetten vervalst, kan rekenen op een hoge gevangenisstraf. Wie daarentegen stemuitslagen vervalst, wordt beloond met een parlementszetel, eventueel zelfs met een ministerspost.”

Volgens het politiek onafhankelijke ICER stond op sommige kieslijsten één en dezelfde naam tot twintigmaal toe vermeld. Dr. Saad Eddin Ibrahim, de vice-voorzitter van ICER, zei gisteravond dat de verkiezingsuitslagen op zeer grote schaal vervalst zijn. “Deze oneerlijke en incompetente regering heeft de kiemen gezaaid voor nóg grotere ontevredenheid, en misschien zelfs voor een opstand. Zij heeft een uiterst slecht voorbeeld gesteld. Het is een benauwende ontwikkeling. Op de avond van de tweede verkiezingsronde waren er op straat in het district Gizeh controleposten, bemand door lieden die tegen de NDP zijn. Zij wilden verhinderen dat de politie de stembussen zou meenemen en ze traden op als milities.”

De politieke klasse die niet geheel aan de leiband van de regering loopt - en dat zijn er tegenwoordig velen, getuige de opmerkelijke vrijheid waarmee zowel kranten als individuen hun bijtende kritiek vrijelijk uiten - verkeert in een staat van totale verbijstering. Daar begrijpt men niet waarom de overheid het noodzakelijk vond om op zo'n grote schaal geweld, vervalsing en intimidatie toe te passen. Het stond immers bij voorbaat vast dat de NDP de noodzakelijke tweederde meerderheid in het parlement zou krijgen? Waarom was het dan nodig om de oppositie zó weinig zetels te gunnen? Hoe kan de Egyptische overheid tegenover het Westen, waarmee zij verbonden wil zijn, haar democratische geloofwaardigheid behouden?

De uitleg van een koptische politicus die al jaren meeloopt: “De president moet met tweederde meerderheid door het parlement worden benoemd voor een volgende termijn. En hij kan aanblijven tot God het behaagt hem weg te nemen. Die twee gegevens maken het onmogelijk om eerlijke verkiezingen te hebben. Onze geschiedenis is er een van farao's. Ook deze president is een farao. Wij hebben hem tot farao gemaakt omdat wij dat prettig vinden en het in onze cultuur past. Als hij een dicatator wordt, doden wij hem. Daarna plegen we veertig dagen te wenen en gaan we op zoek naar een nieuwe farao.”

“President Mubarak denkt dat, als hij er niet meer is, Egypte een chaos zal worden. Voor hem is de binnenlandse stabiliteit veel belangrijker dan zijn geloofwaardigheid naar buiten toe. Hij kan zich ook het een en ander veroorloven omdat hij ervoor zorgt dat het Westen niet zonder hem kan.”

“Als hij op de televisie verschijnt, zegt de interviewer: 'Meneer de president, zonder u zou Egypte niet bestaan.' En dan glimlacht hij. Hij denkt nu inderdaad dat hij voorgoed zal aanblijven. Hij denkt dat hij voor het land onmisbaar is en dat als hij sterft Egypte ineen zal storten. Het gekke is dat ik, na de aanslag op hem in Addis Abeba, ook even zo dacht. En velen met mij. Daarom kan hij doen wat hij wil. Na deze verkiezingen zullen wij twee weken schelden en huilen, zoals goede Egyptenaren betaamt. Daarna gaat leven gewoon door. Alsof er niets is gebeurd.”