Vechten in plaats van zingen; Het tegendraadse leven van Nick Cave

Ian Johnston: Bad Seed. The Biography of Nick Cave. Uitg. Little, Brown and Company, 344 blz. Prijs ƒ 47,20.

De Australische zanger Nick Cave (Warracknabeal, 1957) ontdekte tijdens zijn opleiding tot kunstschilder op de academie in Melbourne, waar het hem in de kunst om ging - niet door de lessen van de docenten, maar door de hartgrondige weerzin die een van de leraressen jegens hem koesterde. Bij het zien van zijn schilderij met rondvliegende penissen had deze vrouw laten weten niets meer met Cave en zijn vunzige werk te maken te willen hebben.

De sensatie die haar afkeer hem gaf, het plezier om iemand te misnoegen, maakte dat Nick Cave nooit meer iets anders schilderde dan vliegende penissen. Hij werd aan het eind van het jaar van school verwijderd. De ervaring met de boze lerares, vertelde Cave zijn biograaf Ian Johnston, zou in de daarop volgende jaren ook zijn carrière als muzikant bepalen.

Met Bad Seed. The Biography of Nick Cave heeft Ian Johnston een voorbeeldige biografie geschreven. Hij is er in geslaagd een tevreden stemmende balans te vinden tussen aandacht voor Nick Cave's artistieke prestaties - als muzikant, maar ook als auteur van toneelstukken en ander literair werk - en die voor zijn persoonlijke omstandigheden. Het boek is grotendeels gebaseerd op interviews met Cave en betrokkenen, zoals alle muzikanten met wie Nick Cave ooit heeft samengewerkt, regisseurs, uitgevers, videoclip-producenten, vriendinnen en huisbewoners. Johnston zelf moraliseert noch veroordeelt. Hij heeft hoogstens een ironische toon, zoals in de beschrijving van de opnames van een single, toen hij na afloop tot zijn ongenoegen ontdekte dat de technicus 'zijn eigen creatieve ideeën had losgelaten op de overgebleven zes nummers'.

The Birthday Party was de eerste band waarmee Nick Cave, begin jaren tachtig, bekend werd. De groep maakte kakofonische muziek met een woest fulminerende Cave en gitaarspel dat klonk als een nagel die over een schoolbord krast. Maar het aanstootgevende van The Birthday Party, die in 1980 van Melbourne naar Londen was verhuisd, zat vooral in het gedrag van de muzikanten tijdens optredens. De bandleden, die thuis in Australië al een indrukwekkende geschiedenis hadden van openbare dronkenschap, 'joyriding' en arrestaties, gaven zich nu op het toneel over aan liederlijk gedrag. Behalve het muzikale brein Mick Harvey, was iedereen doorlopend dronken en onder invloed van heroïne of amfetaminen.

Bassist Tracy Pew speelde liggend op het podium terwijl zijn gitaar over zijn schokkende bekken stuiterde. Nick Cave en gitarist Rowland S. Howard sloegen het publiek met microfoons en schopten met hun puntlaarzen. Niet zelden stond Nick Cave te vechten in plaats van te zingen.

Het gewelddadige gedrag van de muzikanten was in de eerste plaats een reactie op de in de Engelse muziekwereld heersende normen. Het was de tijd van beschaafde 'post-punk'-groepen als Echo & The Bunnymen, The Teardrop Explodes en Duran Duran; bands die zich tijdens optredens cool en beheerst gedroegen. Het tegendraadse image van The Birthday Party had succes. Voor de fans gold al snel dat een goed concert van de groep binnen vijf minuten een chaos moest zijn, en om dat te bereiken werd er om het hardst geprovoceerd. Maar de eruptieve muziek en agressieve concerten gingen Cave uiteindelijk de keel uit hangen, en het onophoudelijke toeren in combinatie met drank en drugs werd voor de hele band vermoeiend; in 1983 werd The Birthday Party opgeheven.

Bijbel

Daarna wilde Nick Cave op een andere manier muziek maken. In plaats van het geweld in klanken te vertalen met behulp van 'screetching guitars', zoals hij met The Birthday Party had gedaan, verdiepte Cave zich in gevestigde muziekstijlen als gospel en blues. Het resultaat daarvan was de plaat die verscheen onder de naam Nick Cave & The Bad Seeds, From Her To Eternity (1984), die ingetogener en traditioneler was dan zijn eerdere werk - een lijn die zich tot en met zijn laatste cd Let Love In (1994) heeft voortgezet. 'The Birthday Party klonk agressief, maar ik wil juist laten horen wat je overhoudt ná een gewelddadige situatie,' zei Nick Cave hierover.

Behalve als muzikant had Cave ook een carrière als schrijver voor ogen. Een groot deel van de jaren tachtig bracht hij door in Berlijn, in het huis van een vriend, waar hij werkte aan zijn roman And The Ass Saw The Angel (in het Nederlands verschenen als 'En de ezelin zag de engel'). Deze barokke vertelling over de doofstomme Euchrid Euchrow, die bijbelse gebeurtenissen als een zondvloed meemaakt, had ook invloed op Cave's muziek. In de song-teksten van latere cd's als The Good Son (1990) en Henry's Dream (1992) kwamen steeds vaker bijbelse motieven voor.

Het moordende levenstempo van dag en nacht schrijven en musiceren hield Cave vol met behulp van grote hoeveelheden speed en heroïne. Dat waren ook de dingen die hem eind jaren tachtig bijna opbraken. Zijn voornaamste drugs-maatje, producer Tony Cohen, ging terug naar Australië om bij te komen op de boerderij van zijn ouders en Cave liet zich in 1988 opnemen in een afkick-kliniek - vooral omdat hij dreigde te worden veroordeeld voor het bezit van 884 milligram heroïne.

De eerste cd die Nick Cave clean opnam, The Good Son, werd een succes. En dat was, schrijft Ian Johnston, een grote opluchting voor Cave, die jarenlang dacht dat hij creatief was dankzij drugs. Nu behalve The Good Son inmiddels ook Henry's Dream en Let Love In zijn verschenen, blijkt dat hij zijn grootste werk nog moest maken. Ook commercieel succes werd haalbaar; dezer dagen staat Nick Cave in de Nederlandse Top-10 met het duet 'Where The Wild Roses Grow', met het eveneens Australische sterretje Kylie Minogue.