Steenbakkers boos over komst van nieuwe fabriek

BERGAMBACHT, 8 DEC. Bouwondernemer en projektontwikkelaar Adriaan van Erk uit Bergambacht gaat een eigen baksteenfabriek bouwen in het Gelderse Spijk. Op 1 juli volgend jaar moet het bedrijf operationeel zijn. De fabriek zal werk bieden aan 25 mensen en 70 miljoen stenen per jaar produceren. Met de bouw van de fabriek en de aanschaf van een oven is een investering van 45 miljoen gulden gemoeid.

De baksteenindustrie is ontstemd over het initiatief van Van Erk. De bedrijfstak heeft jaren van pijnlijke en kostbare saneringen achter de rug. Een nieuwe fabriek betekent dat er opnieuw overproduktie ontstaat, meent A.H. Ratering, directeur van Boral Industrie en voorzitter van het Koninklijk Verbond van Nederlandse Baksteenfabrikanten (KNB).

De plannen van Van Erk komen bij de baksteenfabrikanten hard aan omdat zij zelf hun produktiecapaciteit in Nederland niet mogen uitbreiden. De fabrikanten die in 1991 en 1992 gezamenlijk de warme sanering van 20 baksteenfabrieken financierden, verplichtten zich destijds om tot 1997 af te zien van uitbreiding. Ze konden op dat moment niet bevroeden dat de woningbouw zó snel zou aantrekken dat er een tekort aan bakstenen zou ontstaan.

Een jaar geleden bedroeg de wachttijd negen maanden. “We moesten bakstenen bestellen voor huizen waar de architect nog niet eens aan begonnen was. Zonder te weten wat we nodig hadden, moesten we al kleuren kiezen. Een krankzinnige situatie”, aldus Van Erk.

Bouwondernemer Van Erk deed een onderzoek naar de kansen voor een nieuwe steenfabriek en besloot het risico te nemen. Een prettige bijkomstigheid was dat hij een paar jaar geleden een terrein had gekocht in Spijk, een plaatsje in het Gelderse rivierengebied waar het merendeel van de baksteenfabrieken is gevestigd. Op het terrein stonden drie oude steenbakkerijen. Het oorspronkelijke plan was er vakantiebungalows en een camping neer te zetten, maar daar had de gemeenschap bezwaren tegen. Nu komt er een ultramoderne steenfabriek.

“We gaan ons toeleggen op het bakken van stenen in de nieuwste kleuren”, aldus Van Erk. “De laatste jaren is de architectuur veel speelser geworden en wordt er veel meer kleur toegepast. Als gevolg daarvan is er in bakstenen een grote diversiteit aan kleuren gekomen. Door onze contacten met architecten weten we welke kleuren mode worden in de bouw. Daar zullen wij op inspelen. We denken dat we een plaats op de markt krijgen omdat we op bestelling kunnen leveren.” Van Erk wil zich op de Duitse en Nederlandse markt richten.

Volgens directeur Ratering van Boral Industrie, een concern met 240 steenfabrieken over de hele wereld, gaat Van Erk het als nieuweling moeilijk krijgen op de door vijf baksteengiganten gedomineerde internationale markt. “De Nederlandse woningmarkt is op dit moment vrij stabiel, de markt in bakstenen dus ook. Maar we exporteren minder. De invoer vanuit Duitsland, ons belangrijkste exportland, neemt toe. Dat komt door de nieuwe baksteenfabrieken die de laatste jaren in het oosten van Duitsland zijn neergezet. Als gevolg daarvan is de Oostduitse markt weggevallen voor de Westduitse industrie. Hoe je het ook wendt of keert: in West-Europa is de grens van de capaciteit bereikt. Alleen als je een heel bijzonder produkt maakt heb je nog kansen.”

Er zijn in Nederland nog 52 steenbakkerijen, waaronder 45 metselsteenfabrieken, vijf straatsteenfabrieken en twee fabrieken van poreuze binnenstenen. De 1.600 werknemers produceren samen anderhalf miljard stenen, net zoveel als er 40 jaar geleden gemaakt werden door 14.000 mensen in 250 fabrieken. De enorme technologische ontwikkelingen, vooral op het gebied van ovens, hebben de laatste jaren grote investeringen van de baksteenindustrie gevraagd. Ook de komende jaren zal er nog flink geïnvesteerd moeten worden in modernisering van het produktieapparaat. Bovendien zullen kostbare voorzieningen getroffen moeten worden met het oog op arbeidsomstandigheden en milieu. De milieu-inspanningen betreffen verdere reductie van de fluoride-emissies, vermindering van energiegebruik en een meer verantwoorde kleiwinning.

Met het oog op een natuurgerichte kleiwinning heeft de baksteenindustrie eerder dit jaar besloten mee te werken aan het plan Levende rivieren van het Wereld Natuur Fonds. Het plan beoogt ecologisch herstel van het Nederlandse rivierengebied door het terugbrengen van de oorspronkelijke loop van de rivieren. De baksteenindustrie levert daar een belangrijke bijdrage aan door op 'reliëfvolgende' wijze klei af te graven op de uiterwaarden. Met het afpellen van de kleilaag komen oude rivierlopen en nevengeulen weer tevoorschijn, herstellen kwelstromen en beekmoerassen zich en keren verdwenen algen, planten en dieren terug. Andere voordelen van de reliëfvolgende kleiwinning en het uitgraven van nevengeulen zijn opheffing van de verdroging van het rivierengebied, verlaging van de hoogwaterstanden en verminderde druk op de dijken. Toenemende grondwaterhoeveelheden kunnen in het rivierengebied op den duur een alternatief vormen voor de drinkwaterwinning op de zandgronden, waar steeds meer waterputten moeten worden gesloten vanwege verontreiniging door de landbouw.

Een groot deel van Levende rivieren speelt zich af in Gelderland. In deze provincie zijn voorbeeldprojecten gestart in de uiterwaarden Loowaard, Schipperswaard, Millingerwaard, Doorwerth en Rosande. Volledige uitvoering van het plan in de uiterwaarden van de Waal, Nederrijn, Rijnstrangen en IJssel voorziet voor tenminste 60 jaar in de Nederlandse kleibehoefte. De aankoop en herinrichting van de uiterwaarden zal deels gefinancierd worden uit de kleiwinning. De baksteenindustrie wordt daarmee de economische motor voor herstel van de natuur in het Gelderse rivierengebied. Het Wereld Natuur Fonds zal als tegenprestatie baksteen gaan promoten als een regenereerbare grondstof voor kwalitatief hoogwaardige woningbouw.