Sjanghai

Als de boeren voor het station van Shanghai op de drempel van de gloednieuwe metro-ingang gaan staan, kijken zij recht in de ogen van een jonge blanke vrouw in een beha van kant. Het is één van de vele confronterende ervaringen die Shanghai voor de verbaasde plattelander in petto heeft; manshoge reclame borden met foto's van westerse vrouwen in peperduur ondergoed. Niet dat de boeren voor het hoofdstation over de prijs van het ondergoed zullen piekeren, want het geadverteerde kledingstuk kost hen zeker vijf keer een maandloon. Maar kijken is gratis.

Kijken is echter ongeveer het enige wat gratis is in Shanghai. Een stad waar geld mag rollen en het dagelijks leven uitsluitend uit consumeren lijkt te bestaan. De dichtheid van karaoke bars, kwaliteitsrestaurants en luxe warenhuizen is zo hoog dat hun aantallen niet meer zijn te tellen. Shanghai oogt als een wereldstad van kaliber dat het verleden als een boze droom van zich af probeert te schudden. Dat wat niet aan de hedendaagse standaard voldoet, wordt in sneltreinvaart afgebroken of buiten de stad gehouden. In het oude stadsdistrict Pudong, hier gefotografeerd, is de afbraak goed te zien. De tradionele huizen verdwijnen onder de sloophamer voor kantoorflats, zoals van de Bank van China (linksonder), waarvan sommige hoger zijn dan 300 meter. Het hoofdstation is nog één van de weinig plaatsen waar de generatie van het verleden, de grijs-blauwe drommen plattelandarbeiders - op zoek naar werk, en de bijna surrealistisch ogende generatie van de toekomst, in kanten beha's of glimmende limousines, elkaar ontmoeten. Vrijwel niets doet vermoeden dat die generatie van de toekomst een traditie kent die slechts enkele 'uren' oud is. Voortgekomen uit de instemmende glimlach van China's opperste leider in ruste, Deng Xiaoping, die tijdens zijn 'reis naar het zuiden' in 1991 en 1992, Shanghai het groene licht gaf voor 'glorieuze rijkdom'. Voor die tijd was Shanghai een drukke, maar vriendelijke stad, waar de straten werden beheerst door vijf miljoen fietsers. Een glijdende massa, die zich luid tringelend door de nauwe drukte voortbewoog. 's Avonds werd er gegeten op straat, zoals overal in China; een kom noedels voor een paar dubbeltjes. Dat alles is verdwenen. De eetstalletjes zijn weg, de straten verbreed. En nu banen vele taxi's, kostbare Toyota's, BMW's en Audi's zich een weg door het verkeer. Veel inwoners van deze miljoenen stad kunnen het jachtige levenstempo amper aan. Huurprijzen zijn gestegen, het openbaar vervoer en levensmiddelen zijn duurder geworden. Iets als het kopen van een lange onderbroek is bijkans onmogelijk geworden in een stad waar McDonalds, Stefanel, Benneton, Le Printemps, Chanel en Pierre Cardin de goede oude warenhuizen 'der honderd dingen' hebben verdreven.