Rijksakademie in Amsterdam houdt open huis

AMSTERDAM, 8 DEC. Tegen de snijdende decemberkou biedt de woonwagen met het strooien dak en de lichtblauw geschilderde raampjes van de Afrikaan Ali Mroivili nauwelijks bescherming. De wagen staat op het winderige binnenplein van de Rijksakademie in Amsterdam waar dit weekeinde de Open atelier dagen worden gehouden. Mroivili, die afkomstig is van de Comoren, is een van de bijna zestig deelnemers aan deze open ateliers.

Op de rondgang langs de ateliers maakt men kennis met een zeer internationaal gezelschap; ongeveer de helft van de deelnemers is Nederlands, de rest komt uit bijna alle delen van de wereld, van België tot Vietnam en van Australië tot Hongarije. De meeste buitenlanders, maar ook de Nederlanders studeren hier met een beurs. Naast de deur van de ateliers hangen bordjes met de namen van de fondsen van de overheid of van bedrijven die hen steunen.

Het werk van Mroivili verwijst naar het nomadische bestaan dat hij leidt: met een koffer, wat stro, kledingstukken en een handkar ontwerpt hij mobiele werkplekken. De schilderijen van de Malinees Hama Goro hebben onmiskenbaar de sfeer van zijn land van herkomst. Hij schildert met donkere aardkleuren voorstellingen van figuren die rituele dansen uitvoeren. In de hoek van zijn atelier staat een grote pan. Aangespoord door een Nederlandse collega vertelt Goro dat hij zijn verven maakt van gekookte boomschors, bladeren en klei.

Het is interessant om te zien hoe de verschillende deelnemers hun culturele achtergrond in hun werk hebben geïntegreerd. Zo haalt de Japanner Toshihiro Komatsu met spiegelende kijkdozen de buitenwereld naar binnen. De dozen hebben dezelfde hoge boogramen als de Rijksakademie. Die ramen associëren veel mensen hier met een kathedraal, zegt Komatsu, maar in Japan waar hij eerder volgens dit principe werkte, dacht men aan een theehuis.

Naast de ateliers zijn er in drie projectruimtes gezamenlijke presentaties georganiseerd, onder andere van zeven schilders die aan het eind van dit jaar de academie verlaten. Vier van hen, Gijs Frieling, Lize Kelderman, Carla Klein en Jurriaan Molenaar traden eerder dit jaar al voor het voetlicht bij de Koninklijke Subsidie voor de Vrije Schilderkunst in het Paleis op de Dam. Carla Klein schildert mooie, melancholieke beelden van vitrines in natuurhistorische musea. Frieling die voor die gelegenheid Hollandse landschappen schilderde, maakte een opmerkelijke verandering door: zijn schilderijen hebben nu een uitgesproken religieus karakter gekregen.

Op de Rijksakademie heerst een levendig, produktief klimaat, zo blijkt ook uit verschillende audiovisuele installaties. Marjan Laaper bevestigde aan een ingenieuze, draaiende constructie twee televisieschermen waarop de gezichten van een man en een vrouw zijn te zien. De Ierse Una Henry verrast met een schilderachtige video-installatie waarin een danseres met levensgrote poppen optreedt en er is zelfs een talkshow waarin Otto Berchem gasten uit de kunstwereld het hemd van het lijf zal vragen over onderwerpen als Art, life and doing the dishes.

Verder houdt een groep van vier kunstenaars onder de titel arte habitable buiten de muren van de academie open huis.

Niet voor alle deelnemers komen de open atelier dagen op een gelukkig moment. Sommigen zitten nog duidelijk midden in een ontwikkelingsproces. Het vergt enige moed om je experimenten in een vroegtijdig stadium aan de openbaarheid prijs te geven. Dit soort openheid heeft, zo menen sommige docenten op de academie, naast positieve ook negatieve kanten: er kan een opgefokte sfeer van onderlinge concurrentie ontstaan die ten koste gaat van de concentratie.

Open ateliers. Rijksakademie van beeldende kunsten, Sarphatistraat 470, Amsterdam. T/m 10 dec, 12-19u. Arte Habitable. T/m 10 dec. Deurloostraat 35, Amsterdam. Bezoek alleen op afspraak, tel. 020-6793951

    • Din Pieters